05/11/12 om 08:47 - Bijgewerkt om 08:47

Dexia, de index en het ACV

Indexradicalisme en de Dexia-boter op het eigen hoofd doen vragen rijzen over het maatschappelijk verantwoord gedrag van het ACV.

ACV-voorzitter Marc Leemans laat er niet de minste twijfel over bestaan: een indexsprong is voor zijn organisatie onaanvaardbaar. Meer nog, zo er een dergelijke ingreep zou komen, ziet het ACV niet in wat er op het nakende interprofessionele overleg nog te bespreken valt.

Geheel los van beschouwingen over de vraag of dit sociaal overleg op zijn Belgisch sowieso niet de eigen versheidsdatum reeds geruime tijd overschreden heeft, profileert het ACV zich met deze stellingname als behoorlijk radicaal.

Het maatschappelijk begrip voor dit radicaliserend ACV zou wel eens mager kunnen uitvallen, niet in het minst omdat de christelijke vakbondszuil een ander loodzwaar dossier moet meesleuren. Het betreft hier uiteraard het Dexia-drama. Via werkmaatschappij Arco was de overkoepelende organisatie ACW een belangrijk aandeelhouder van Dexia.

Ondanks ontkenningen terzake vanwege Arco-betrokkenen is er voldoende evidentie beschikbaar voor de stelling dat de Arco-vertegenwoordigers in de raad van bestuur van Dexia niet temperend werkten op de speculatiedrift en megalomanie van de toenmalige directie van Dexia. Meer nog, de dorst naar hoge dividenduitkeringen leidde er toe dat het gevoerde beleid dat achteraf zo noodlottig bleek te zijn, nog verder werd gestimuleerd.

Voor alle duidelijkheid: niet enkel de Arco-bestuurders namen een dergelijke houding aan maar gegeven de principes die de ACW-koepel zich aanmeet op het vlak van ethisch en maatschappelijk verantwoord gedrag is en blijft haar rol in het Dexia-debacle een donkere schaduw over de hele organisatie.

Arco hield finaal een faillissement over aan het Dexia-debacle. Zo hoort het ook, gegeven de mede-verantwoordelijkheid van Arco voor de enorme financiële put die bij Dexia ontstond. De belastingsbetaler draait vandaag en de komende jaren verder op voor nog miljarden euro aan verliezen bij de restbank Dexia.

Bovendien slaagde het ACW/ACV er in om ook nog eens de staatsgarantie in de wacht te slepen voor de tegoeden van de cooperanten bij Arco. Die garantie wordt juridisch aangevochten.

De redenen daarvoor liggen voor de hand: de Arco-cooperanten staan veel dichter bij het statuut van aandeelhouder dan van loutere depositohouder. Toenmalig eerste minister en ACW-speerpunt Yves Leterme bracht die garantie snel en en stommelings in orde. Dat Steven Vanackere, ook van ACW-signatuur, vandaag minister van Financiën is, heeft in belangrijke mate te maken met specifieke aspecten van het Arco/Dexia-dossier.

Terwijl de ganse maatschappij volop mee moet opdraaien voor de gevolgen van het Arco/Dexia-debacle radicaliseert het ACV rond de index. Het IMF, de OESO en de Europese Commissie verkondigen alle drie luid en duidelijk dat België komaf moet maken met die automatische loonindexering. Dit heeft te maken met bezorgdheid omtrent, ten eerste, de concurrentiepositie van een zeer open economie als de Belgische en, ten tweede, de evolutie van de tewerkstelling in ons land. België behoort binnen de eurozone en de EU nog altijd tot de slechtste van de klas inzake tewerkstellingsgraad (% van de beroepsbevolking effectief aan de slag). Gegeven de enorme vergrijzingskosten is zonder een substantieel hogere tewerkstellingsgraad een structurele sanering van de publieke financiën niet haalbaar.

Bovendien staat een automatische loonindexering volkomen haaks op het lidmaatschap van de eurozone. Toetreden tot een monetaire unie houdt in dat arbeidsmarkten geflexibiliseerd moeten worden. Dit is geen ideologische uitspraak maar wel één van elementaire logica, onderbouwd zowel door onderzoek terzake als door historische ervaringen met monetaire unies. In Duitsland kreeg men dit snel na de start van de euro in de smiezen. De op hogere flexibiliteit gerichte hervorming van de arbeidsmarkt (de zogenaamde Harz-wetten) was een essentieel onderdeel van het beleid dat Duitsland optilde naar de status van meest competitieve economie van de eurozone met nagenoeg volledige tewerkstelling.

Een organisatie als het ACV stelt met haar standpunt over de index, dat overigens ook door de socialistische en liberale vakbonden gedragen wordt, dus eigenlijk het lidmaatschap van België van de eurozone ter discussie. Het voornaamste argument voor de verdediging van de automatische loonidexering luidt dat alzo de koopkracht van de burgers intact wordt gehouden en zodoende de economie en de tewerkstelling worden ondersteund. Deze argumentatie rammelt aan alle kanten. Minstens vier tegenargumenten dringen zich hier op.

Ten eerste, de indexkoppeling garandeert de koopkracht van de werkenden, niet van de werkzoekenden. Bovendien blijkt uit onderzoek dat de koopkracht in landen zonder index zeker niet slechter is dan in België.

Ten tweede, België is een zeer open economie. In 2011 beliep onze export 314 miljard euro of ruim 83% van ons BBP (Bruto Binnenlands Product). Als de indexering de concurrentiepositie van ons land aantast, kost dat jobs in de exporterende sectoren en ondernemingen en ook in de tegen import concurrerende sectoren en bedrijven. Jobverlies leidt altijd tot koopkrachtverlies.

Ten derde, gegeven net het zeer open karakter van de Belgische economie vloeit koopkracht hier gecreëerd sowieso voor ongeveer de helft naar het buitenland.

Ten vierde is er het argument dat omwille van de hoge loonkost, in belangrijke mate het gevolg van de automatische loonindexering, bedrijven systematisch zoeken naar minder arbeidsintensieve productie- en organisatievormen. De index legt constant een hypotheek op de creatie van nieuwe jobs en dus op de mogelijkheden van mensen om tot een hoger niveau van koopkracht te komen.

Met haar radicaal indexstandpunt neemt het ACV (samen met de andere vakbonden) steeds meer een maatschappelijk contraproductief standpunt in op het moment dat het alle hens aan dek zou moeten zijn om sociaal-economisch en budgettair creatief en vooral moedig te zijn. Voor het ACV roept deze houding nog meer bedenkingen op daar ze zich manifesteert in de slipstream van het Dexia-dossier dat haar maatschappelijke reputatie zwaar bezoedelde.

Onze partners