16/09/12 om 08:37 - Bijgewerkt om 08:37

Dexia: de illusies van Steven Vanackere

Minister van Financiën Vanackere hoopt op Europese solidariteit rond Dexia. Misschien zijn we beter af zonder.

Dexia: de illusies van Steven Vanackere

© Belga

"Als de controle Europees wordt, dan moet er ook een grotere solidariteit komen bij het oplossen van de problemen", zo stelt minister van Financiën Steven Vanackere (CD&V) omtrent het dossier van onze bad bank Dexia.

Deze opmerking van Vanackere kwam er naar aanleiding van de voortgang die er de jongste weken gemaakt werd op het vlak van Europees toezicht op de banken. Meer bepaald zou dat toezicht, en dus ook het toezicht op Dexia, terechtkomen bij de Europese Centrale Bank (ECB). Vanackere hoopt dat één en ander reeds operationeel zou kunnen zijn tegen 1 januari eerstkomend maar bijvoorbeeld zijn Duitse collega Wolfgang Schäuble vindt dat tijdsperspectief compleet irrealistisch. Er dienen inderdaad nog heel wat knopen te worden doorgehakt vooraleer het principe van echt Europees bankentoezicht als een realiteit zal kunnen beschouwd worden.

Met zijn hogervermelde uitlating haalt Vanackere een reeds eerder door hem naar voren geschoven idee terug uit de kast. Als de redding van Dexia zo belangrijk is voor de financiële stabiliteit in Europa, aldus Vanackere, dan zou het toch moeten bespreekbaar zijn om ook andere landen dan de huidige aandeelhouders te betrekken bij het dragen van de verliezen die zich binnen de bad bank Dexia voordoen.

Vanuit Dexia zelf vernamen we recent dat voor de komende tien jaar de verliezen welke uit de afwikkeling van Dexia zullen voortkomen op "een 20 miljard euro mogen ingeschat worden, als we tenminste niet te veel bijkomende tegenslagen moeten incasseren". Zoals de kaarten nu liggen draagt België 60,5% van die verliezen, Frankrijk 36,5% en Luxemburg 3%.

Als Vanackere oproept tot grotere solidariteit dan houdt dat concreet in dat hij er op hoopt dat via het principe van het gedeelde bankentoezicht er ook een gedeeld opdraaien voor de verliezen van de gecontroleerde entiteiten komt.

Deze wens noopt tot drie bedenkingen. Ten eerste, toezicht op banken is één ding, delging van de verliezen een ander. Binnen de concrete Europese configuratie is het niet evident dat het ene automatisch ook aanleiding geeft tot het andere.

Ten tweede, be careful what you wish for. Er zijn nog heel wat Dexia-achtige toestanden in Europa. We draaien via onze participaties aan hulpprogramma's en noodfondsen al direct en vooral indirect mee op voor bankproblemen in Griekenland, Portugal en Ierland, binnenkort ook Spanje. Wat de bankmiserie in Europa betreft, is de kous met deze vier landen absoluut niet af. Zelfs Duitsland zit onder meer bij de genationaliseerde Landesbanken nog met zware verliesposten in de wachtkamer. De kans is met andere woorden zeer reëel dat indien er grotoschalige pan-Europese solidariteit komt, het hele zootje ons misschien nog veel meer gaat kosten dan indien we enkel maar het Dexia-drama dienen te verwerken.

Ten derde, de manier waarop Vanackere de zaken aanbrengt, vormt de kern van het Grote Europese Probleem. Politici grijpen het Europese gegeven aan wanneer het past in hun kraam. Waarom moeten we besparen? Omdat Europa dat wil. Waarom moeten we onze arbeidsmarkt liberaliseren? Omdat Europa dat wil. Waarom moeten we iets aan de index doen? Omdat Europa dat wil. Kortom, Europa als excuus voor ingrepen die sowieso moeten gebeuren.

Onze minister van Financiën wekt nu meer dan de indruk dat we via Europese solidariteit misschien van een stuk van de loodzware Dexia-rekening af kunnen raken. Het principe van het Europese bankentoezicht moet toegejuicht worden omdat een monetaire unie anders niet werkt, niet omdat we er mogelijks enig korte termijn-voordeel kunnen mee doen. Zo raakt Europa er nooit uit.

Onze partners