08/05/12 om 15:25 - Bijgewerkt om 15:25

Devaluatie moet, maar kan niet

Om het internationale concurrentievermogen van sommige landen in de eurozone op te krikken, zou de euro moeten kunnen worden gedevalueerd.

Het programma van de nieuwe Franse president François Hollande en de polarisering in de Griekse politiek maken een forse opflakkering van de crisis in de eurozone meer dan waarschijnlijk. Niet dat die crisis ooit echt weg is geweest, maar na de verkiezingen van afgelopen zondag zal de ongerustheid van de financiële markten over de structurele problemen in de eurozone opnieuw sterk op de voorgrond treden.

Tot de meest acute van die structurele problemen behoort zonder twijfel het verlies aan internationaal concurrentievermogen van landen als Frankrijk en Griekenland, maar evengoed van Spanje, Italië, Portugal, Ierland en in iets beperktere mate ook België en Nederland. In vergelijking met grote broer Duitsland liggen bij die groep landen de loonkosten 15 à 40 procent hoger, zelfs rekening houdend met het verschil in productiviteit. Het is economisch en politiek onzinnig om Duitsland te vragen zijn concurrentiële voordeel even te torpederen.

Het is in de concrete Europese toestand zo goed als onmogelijk voor alle genoemde landen om in de eigen economie en publieke financiën orde op zaken te stellen zonder een herstel van dat internationale concurrentievermogen. Dat herstel kan er in de eurozone alleen komen via een zwaar deflatoir beleid met aanzienlijke verminderingen van het nominále loonniveau. In Ierland lukt dat een beetje, maar voor nagenoeg alle andere probleemlanden in de eurozone, zeker de zuiderse, is de vraag zeer nadrukkelijk aan de orde of het sociale en maatschappelijke weefsel bestand is tegen zulk beleid.

De geëigende oplossing voor bovengaande patstelling is een devaluatie van de munt. Die kan, indien doortastend doorgevoerd, tot een onmiddellijk herstel van het internationale concurrentievermogen leiden. Sinds de ervaring met de devaluatie van de toenmalige Belgische frank in februari 1982 weten we daar alles van. Ook dat een devaluatie enkel duurzaam vruchten afwerpt als ze gepaard gaat met de nodige structurele maatregelen om de publieke financiën gezond te maken, de werking van de arbeidsmarkt te verbeteren en het investeringsklimaat te bevorderen.

In de monetaire unie kan een devaluatie van de nationale munt uiteraard niet, omdat die niet meer bestaat. Pogingen om via allerhande interventies de koers van de euro naar beneden te halen ten opzichte van munten als de dollar, de yen en het pond sterling kunnen enig soelaas (op korte termijn) bieden, maar verhelpen niets aan het concurrentieverlies voor een aantal landen binnen de eurozone. Naast het onmiddellijke herstel van het concurrentievermogen heeft een devaluatie nog een ander niet te versmaden voordeel, namelijk dat ze tot een opstoot van de inflatie leidt. Voor landen met een torenhoge publieke en private schuld lost de inflatie niks fundamenteels op, maar ze geeft toch wel enige zuurstof.

Hoe groot de voordelen ook zouden zijn voor de belangrijkste probleemlanden in de eurozone, het perspectief van een devaluatie is niet aan de orde. Nog niet.

Onze partners