Michel Maus
Michel Maus
Advocaat en hoogleraar fiscaal recht aan de VUB
Opinie

08/05/13 om 08:07 - Bijgewerkt om 08:07

De willekeurige vervolging van georganiseerde fraude is wraakroepend

Elke fiscalist zal bevestigen dat de proportionele sanctie voor gewone keuterfraude van de doorsnee horeca-uitbater of aannemer vaak veel hoger is dan de percentages die nu aan Omega Diamonds werden opgelegd.

De willekeurige vervolging van georganiseerde fraude is wraakroepend

© Thinkstock

Het Antwerpse parket sloot, samen met de Antwerpse fiscus, een deal in de monsterfraude rond het diamantbedrijf Omega Diamonds. In ruil voor een verval van de strafvordering hebben de personen die in verdenking zijn gesteld ruim 160 miljoen euro betaald aan de Belgische overheid. Naar verluid zou 100 miljoen euro betrekking hebben op de eigenlijke belastingschuld en op het vlak van de sanctionering werd 50 miljoen euro aan belastingverhoging betaald aan de fiscus en 10 miljoen euro als boete aan het parket. Met deze minnelijke schikking valt meteen het doek over dit fraudeproces.

Concreet betekent dit dat de verdachten in dit dossier niet voor de correctionele rechtbank zullen moeten verschijnen en aldus verder door het leven kunnen gaan met een maadgelijk bewijs van goed gedrag en zeden. De omega-deal is trouwens geen unicum. Reeds eerder werden in Antwerpen gelijkaardige deals afgesloten in onder meer de zaak Massive (82 miljoen euro) en de zaak rond radiatorenbedrijf Henco (100 miljoen euro).

Dergelijke deals in fiscale monsterfraudes doen uiteraard heel wat ethische vragen rijzen. Het is inderdaad correct dat de strafwetgeving sinds een tweetal jaar toelaat dat het parket in fraudezaken deals sluit met verdachten waarbij men na betaling van de belastingschuld en tegen betaling van geldboete als minnelijke schikking de strafvervolging stopzet. Dit is een vorm van pragmatisch "eieren voor geld"-beleid van de overheid waar op zich mee kan worden ingestemd. In plaats van het justitieapparaat te belasten met zware en jarenlange procedures, is het in bepaalde zaken inderdaad meer aangewezen om tegen betaling van een boete en onder strikte voorwaarden de strafvervolging stop te zetten.

Op zich kan het systeem van de minnelijke schikking dan ook worden verdedigd. Op voorwaarde dat dit systeem oordeelkundig wordt toegepast op basis van een rechtlijnig vervolgingsbeleid. En thans kan enkel maar worden vastgesteld dat dit niet het geval is. Sinds jaar en dag wordt zowel door de politiek als door fiscus en parket gesteld dat de priorititeit van de fraudebestrijding gaat naar de ernstige en georganiseerde fiscale fraude. Dit valt te begrijpen, maar hoe langer hoe meer wordt duidelijk dat in zaken van ernstige en georganiseerde fiscale fraude de minnelijke schikking de regel wordt in plaats van de uitzondering. Bovendien worden bij deze minnelijke schikkingen boetepercentages toegepast die op zijn zachts gezegd bedenkelijk zijn. In de zaak rond Omega Diamonds zou naar verluid een belastingverhoging van 30% zijn opgelegd door de fiscus en nog eens een boete van 10% zijn opgelegd door het parket. In euro's uitgedrukt oogt dat natuurlijk spectaculair, maar procentueel is het dat niet en dat is wraakroepend.

Elke fiscalist zal immers kunnen bevestigen dat de proportionele sanctie voor gewone keuterfraude van de doorsnee horeca-uitbater of aannemer vaak veel hoger is dan de percentages die nu aan Omega Diamonds werden opgelegd. Elke fiscaal-advocaat zal evenzeer kunnen getuigen dat het parket ook in simpele huis-, tuin- en keukenfraude vaak tot effectieve vervolging overgaat en dit zelfs na een fiscale regularisatie. Indien men thans echte ernstige en georganiseerde fraudes afhandelt met een minnelijke schikking dan is het duidelijk dat het beleid inzake de bestrijding van de fraude is gebaseerd op willekeur en dat is niet aanvaardbaar in een rechtstaat.

Dat er willekeur is werd trouwens al bevestigd door het Rekenhof. In het verslag van het Rekenhof van juni 2012 over de aanpak van de belastingplichtigen die geen aangifte indienen werd reeds gesteld dat er grote regionale verschillen bestaan in de wijze waarop deze vorm van fraude wordt aangepakt. Eerder had het Rekenhof dat in een rapport van april 2010 over de organisatie en de werking van de Bijzondere Belastinginspectie ook reeds gewaarschuwd voor een ongelijke behandeling van belastingplichtigen als niet alle soortgelijke strafbare feiten systematisch worden aangegeven.

Laat ons nu hopen dat met Omega Diamonds nogmaals de ogen worden geopend over de manier waarop de fiscale fraude in ons land wordt aangepakt door de overheid. Het is meer dan hoog tijd voor een beleidswijziging en voor rechtlijnige instructies voor de fiscale administratie en voor de parketten over de afhandeling van fiscale fraude. Indien het beleid uitmondt in de regel dat er geen echte vervolgingen meer worden opgestart als de betrokkenen de fiscale fraude regulariseren, so be it, maar laat deze regel dan gelden voor elke belastingplichtige, groot of klein en niet voor de happy few.

Michel Maus

Onze partners