John Maes
Opinie

27/08/12 om 20:52 - Bijgewerkt om 20:52

De Wet Lejeune bestaat al lang niet meer

Politici moeten durven zeggen aan de bevolking dat de Wet Lejeune eigenlijk al lang niet meer bestaat, vindt advocaat John Maes.

De Wet Lejeune bestaat al lang niet meer

© Belga

Toen minister Jules Le Jeune op 23 maart 1888 zijn wetsontwerp neerlegde bij de Kamer van Volksvertegenwoordigers kon hij nooit vermoeden dat de wet op de voorwaardelijke invrijheidstelling meer dan 100 jaar later nog steeds voor de nodige controverse zou zorgen.

Wanneer in 1996 ons land wordt opgeschrikt door de opheldering van een reeks afschuwelijke misdaden blijkt de hoofddader een voorwaardelijk invrijheidgestelde, vrijgelaten volgens de principes van de Wet Lejeune, d.w.z. door de minister, zonder enige ernstige controle vooraf, noch achteraf.

Het volk protesteerde, de politiek reageerde.

Doch, veeleer dan het voortbestaan van de voorwaardelijke invrijheidstelling aan een ernstig debat te onderwerpen, bleef men trouw aan de principes van de oude Wet Lejeune en het feit dat een definitief gestrafte vervroegd kon vrijkomen.

In de toekomst zou niet langer de minister hierover oordelen, wel een rechtscollege dat behoorlijk zou geïnformeerd worden over de kansen op reclassering van de gedetineerde.

In 1998 zagen de VI commissies het levenslicht, in 2006 werden zij vervangen door de ondertussen welbekende strafuitvoeringsrechtbanken.

Het blijft een wat vreemde situatie dat de rechter die de straf uitspreekt dus niets weet over de tijd die de beklaagde in hechtenis zal doorbrengen en dat dit in een later stadium zal beoordeeld worden door een andere magistraat.

Hoe dan ook, het is een duidelijke politieke keuze geweest om de principes van de Wet Lejeune en dus van de voorwaardelijke invrijheidstelling na het trauma Dutroux te behouden, doch te verfijnen middels een doorgedreven rechterlijke controle.

Reeds meer dan 6 jaar zijn deze strafuitvoeringsrechtbanken actief, d.w.z. voor straffen boven de 3 jaar. Voor straffen onder de 3 jaar (zowat 85 % van de uitgesproken vonnissen en arresten!) zijn er geen middelen en blijft de minister bevoegd.

De magistraten die deze strafuitvoeringsrechtbank bemannen kwijten zich op een zeer gedegen wijze zich van hun taak en zullen zeker niet zomaar overgaan tot het in vrijheid stellen van eender wie op eender welke grond.

Dit multidisciplinair samengesteld orgaan wordt behoorlijk geïnformeerd, zowel over de moraliteit als over de reclassering en nog slechts weinig gedetineerden komen op exact één derde van hun straf meteen vrij.

Maar wanneer deze wet, die haar genese vindt in de zaak Dutroux, wordt toepast op één van zijn mededaders is de wet plotseling niet meer goed en moeten de strafuitvoeringsrechtbanken aan banden worden gelegd.

Waarom? Omdat (een deel) van het volk vindt dat men mevrouw Martin niet na 16 jaar mag vrijlaten.

Over de vraag of 16 jaar effectieve detentie voor haar volstaat of niet, wens ik mij niet uit te spreken. Ik ken noch de inhoud van haar dossier, noch de bepalingen van het uitgesproken vonnis.

Iedereen heeft het recht over deze uitspraak zijn mening te hebben, en ik begrijp zeer goed dat de ouders van de slachtoffers liever geen van deze daders ooit nog op vrije voeten willen zien.

Maar, het is en het blijft de beslissing van een rechtbank die in elke democratische rechtstaat dient gerespecteerd te worden.

Het zou anderzijds van weinig realiteitszin getuigen aan te nemen dat deze magistraten zomaar over één nacht ijs zijn gegaan, zich niet bewust zijnde van de ernst van de feiten en de impact van hun beslissing.

Toch scharen de politici zich achter hen die het hardste roepen maar vaak het slechtst geïnformeerd zijn, waarbij men zelfs de indruk wekt dat de magistraten die het vonnis hebben uitgesproken incompetent zijn.

Het zijn nochtans dezelfde politici die in 2006 de wet gestemd hebben ...

Veeleer dan de procedure inzake de voorwaardelijke invrijheidstelling aan de bevolking uit te leggen, met respect voor de beslissing van de onafhankelijke rechter, roepen deze politici dat de wet niet goed is en moet veranderen.

Politici gedragen zich meer en meer als angsthazen voor de media, surfend op de deining van de publieke opinie, zich bedienend van oneliners en slogans vaak wars van enige dossierkennis.

Met de nodige zin voor populisme wordt er gesteld dat mensen die een zware straf hebben gekregen niet na één derde mogen vrijkomen en dat de slachtoffers meer inspraak moeten krijgen.

Waarom iemand die een gevangenisstraf van 10 jaar gekregen heeft wel kan vrijkomen na één derde van zijn straf en iemand die 30 jaar dient te ondergaan moet wachten tot de helft is uitgeboet, is mij onduidelijk, hiervoor is geen enkel objectief criterium voorhanden, dan tenzij een soort van ongenuanceerde volkswoede.

Slachtoffers worden wel reeds betrokken bij de V.I. procedure. Dit was net één van de terechte vernieuwingen van de wet van 2006. Het slachtoffer wordt gehoord door de rechtbank, kan zijn of haar grieven tegen de V.I. uiteenzetten of vragen dat er bepaalde specifieke voorwaarden vervuld worden.

Het slachtoffer kan aan de strafuitvoeringsrechter ook informatie geven over het al of niet betaald zijn van de schadevergoeding.

Welke vorm van inspraak wenst men dan nog te geven aan dit slachtoffer, men kan toch moeilijk een vetorecht geven, vermits dit dan ook steeds zal gehanteerd worden op grond van begrijpelijke, emotionele redenen.

Het rechtssysteem moet zich plaatsen boven het particulier belang, zo niet gaat zij ten onder aan willekeur en chaos.

Dus, geachte dames en heren politici, aan u de keuze.

Ofwel start u vandaag nog een ernstig debat over de zin en de onzin van de voorwaardelijke invrijheidstelling en de strafuitvoeringsrechtbanken, met het oog op de afschaffing van de wet die u zelf in 2006 heeft goedgekeurd.

Ofwel zegt u aan de bevolking dat de Wet Lejeune waarover u steeds spreekt eigenlijk al lang niet meer bestaat, dat goed opgeleide magistraten thans oordelen over vrijheid en onvrijheid en dat we de principes van de rechtstaat niet mogen verloochenen omwille van (begrijpelijke) emotionele reacties veroorzaakt door één of ander maatschappelijk trauma.

John Maes Advocaat

Onze partners