Herman Matthijs (UGent, VUB)
Herman Matthijs (UGent, VUB)
Hoogleraar Openbare Financiën aan de UGent en de VUB en lid van de Hoge Raad Financiën
Opinie

22/08/12 om 14:48 - Bijgewerkt om 14:48

De werkkracht van onze politici en ambtenaren

De verplichting om een cumulatie alsook vermogensaangifte te doen is toepasselijk op een omvangrijke groep van personen.

De werkkracht van onze politici en ambtenaren

© Belga

Op 1 januari 2005 zijn de wetten van mei 1995 in werking getreden over de cumulatie aangifte van mandaten en de vermogensaangifte. In het midden der jaren negentig was dit het gevolg van gesprekken over de nieuwe politieke cultuur. De uitwerking van deze wetten werd zowat een decennium tegen gehouden door de almachtige PS.

De argumenten om een dergelijke wettelijke verplichting in te voeren werd onderbouwd door de argumenten dat onze democratie een grotere doorzichtigheid nodig heeft, de vraag naar meer transparantie en ook het feit dat de burgers in een de democratie de invloedssfeer van de verkozenen dienen te kennen.

De lange lijst
De verplichting om een cumulatie alsook vermogensaangifte te doen is toepasselijk op een omvangrijke groep van personen: regeringsleden, leidende personen in kabinetten, topambtenaren, parlementsleden, personen in de nationale bank, de RSZ , het beheerscomité RIZIV, provinciegouverneurs, bestendig afgevaardigden, burgemeesters, schepenen enz.. De gewone leden van een provincie, gemeente of OCMW raad ontsnappen aan de verplichting. Maar zij komen wel in de lijst als ze mandaten opnemen van intercommunales.

Op basis van de gangbare praktijk gaat het al snel om een groep van zowat 8.500 mensen. Opmerkelijk is wel dat een federale regeling toepasselijk is voor alle bestuursniveaus. Op zijn minst druist dit wel in tegen de federale staatsstructuur. Inderdaad het zou logischer zijn dat de Gewesten en de Gemeenschappen zelf een dergelijke regeling opstellen voor hun eigen mandaten en die van de lokale besturen. De aangifte plichtigen ten aanzien van deze mandaten dienen al de inkomsten hieruit op te geven. Als de inkomsten uit het mandaat belastbaar zijn, dan gaat het over een bezoldigd mandaat.

Het Staatsblad
Voor de fans van het minst gelezen dagblad in het koninkrijk , in casu het Belgisch Staatsblad, is de eerste editie van dinsdag 14 augustus een jaarlijkse hoogdag ten aanzien van dit thema. Inderdaad het Rekenhof brengt hierin de publicatie van de mandaten alsook de vermogensaangifte van de desbetreffende personen. Op zowat duizend bladzijden krijgt men een heel overzicht van alle bezoldigde en niet bezoldigde mandaten van de aan deze wet onderworpen personen.

Een Franstalig gemeenteraadslid uit Sint-Lambrechts-Woluwe heeft de gouden medaille behaalt met 19 betaalde mandaten. Uit de lange lijst leert men ook de mandaten van de drie prinselijke senatoren en bijvoorbeeld de censoren alsook regenten van de nationale bank. Veel provincie - en gemeenteraadsleden moeten in deze list worden opgenomen wegens hun mandaten in de uitgebreide grijze zone der intercommunales.

Andere kenmerken van deze lijst zijn de beperkte lijst van regeringsleden ten aanzien van de cumulatie en daartegenover het feit dat gewezen toppolitici uitgebreid aanwezig zijn in lucratieve mandaten binnen private ondernemingen. De functies binnen de eigen politieke partij worden meestal gratis uitgeoefend. Ten aanzien van de cumulatie van mandaten zitten de recordhouders ongetwijfeld op het gemeentelijke niveau.

Jaarlijks bevat deze editie van het Staatsblad ook de lijst van de personen die hun mandaten niet hebben aangegeven. Dat zijn er heden 159 ( twee uit het Duitstalig Gebied, 7 Franstalige Brusselaars, 59 personen uit het Waalse Gewest en 91 Vlamingen). Zij kunnen in principe vervolgd worden door het Brussels parket.

Daarnaast bevat dit nummer van het Staatsblad ook de lijst der personen die geen vermogensaangifte hebben gedaan. Dat zijn er 48 (1 Franstalige Brusselaar, 12 Walen en 35 Vlamingen). Die vermogensaangifte is niet openbaar en gebeurt onder gesloten omslag bij het Rekenhof. Die vermogensaangiften vermelden alle schuldvorderingen, de onroerende bezittingen, de kunstwerken van de betrokkene op de dag van de ambtsaanvaarding. In tegenstelling tot in diverse andere landen is deze lijst in Belgie niet openbaar en moet het Rekenhof de omslag alleen overhandigen in het kader van een gerechtelijk onderzoek.

Conclusie
De aangifte van de mandaten verloopt door de jaren heen vrij vlot en de weigeraars stellen procentueel weinig voor en ten aanzien van de vermogens zijn er nog minder slechte leerlingen. De vraag dient wel gesteld te worden of er geen beperkingen moeten komen op het aantal cumulaties.

Bovendien stelt zich ook de vraag waarom het Rekenhof hier een rol moet spelen en het Brussels parket vervolgt. Dit is eerder een wet die naar toezicht toe beter onder de administratieve rechtscolleges (Raden voor verkiezingsbetwistingen, Raad van State ) zou vallen. Ook het feit dat er een federale wetsregeling is met een gewestelijk beheer van de lokale overheden staat haaks op elkaar.

In het licht van de nakende lokale verkiezingen moet er ook eens gewezen worden op de enorme tendens naar verzelfstandiging op gemeentelijk vlak in het kader van autonome bedrijven en de tendens naar intergemeentelijke samenwerking via intercommunales . In deze entiteiten zijn er zeer veel mandaten te begeven en aldaar is het soepeler werken wegens de grotere autonomie. Uit democratisch perspectief zijn die tendensen niet echt ideaal.

Prof. Herman Matthijs

Onze partners