01/07/13 om 14:21 - Bijgewerkt om 14:21

De voodoo rekenkunde van Di Rupo I

Besparingen in de gezondheidszorg? Nauwelijks want vooral het leuke resultaat van spitsvondige rekenkunde.

De voodoo rekenkunde van Di Rupo I

Het begrotingswerk zit erop, de ministers van de federale regering kunnen met vakantie. Zoals dat onvermijdelijk gaat binnen coalitieregeringen diende er ook bij deze oefening voor ieder wat wils in het eindresultaat te zitten. Politieke evenwichten gaan daardoor al te vaak primeren op het inhoudelijke werk inzake de publieke financiën.

Binnen het vele cijfer- en puzzelwerk verricht binnen Di Rupo I vallen de bedragen inzake de gezondheidszorg zeker op. Op een gans pakket maatregelen nog genomen voor 2013 van in totaal 750 miljoen euro vertegenwoordigen de besparingen in deze sector 173 miljoen of bijna één kwart van het geheel. Naar 2014 voorziet men 825 miljoen euro besparingen in de gezondheidszorg op een totaal pakket van 2,4 miljard euro. Voor 2014 vertegenwoordigen de besparingen in de gezondheidszorg dus 1 euro op 3 van het totale maatregelenpakket. Enig cijferwerk leert evenwel dat deze "besparingen" zich opdringen omdat de regering het de voorbije periode niet al te nauw nam met wat zij toen als besparingen aankondigde.

Om een goed inzicht in te krijgen in wat hier allemaal speelt, dienen we terug te gaan naar 2012. De regering Di Rupo I begon dat jaar met een doelstelling voor de uitgaven in de gezondheidszorg van 25,9 miljard ¤. Toepassing van de voorziene groeinorm en aanpassing voor de inflatie leidde tot een budget voor 2012 gelijk aan 27,6 miljard ¤. Na 2,3 miljard ¤ aan besparingen kon men inzake uitgaven in de gezondheidszorg 2012 afklokken op 25,3 miljard euro.

Toch nam de regering als uitgangspunt voor 2013 niet die 25,3 miljard maar wel 25,6 miljard ¤. Opnieuw werd de groeinorm en de inflatie-aanpassing doorgevoerd zodat men uiteindelijk als ontwerpbegroting voor 2013 uitkwam op 26,7 miljard aan uitgaven. Na 348 miljoen besparingen beslist in december 2012 en 173 miljoen nu beslist, gaat men dus afklokken op 26,1 miljard aan uitgaven.

Naar volgend jaar toe gaat de regering echter opnieuw uit van 26,7 miljard en niet van het bedrag waarvan zij vandaag pretendeert dat het haar doelstelling voor het einde van dit jaar is, namelijk 26,1 miljard ¤. Na toepassing van de groeinorm en de inflatie-indexering komt men dan aan 28 miljard. Daarop zegt men nu naar 2014 toe 825 miljoen te willen besparen om zo te landen op 27,2 miljard ¤ aan uitgaven.

Dit is vreemde rekenkunde. De regering klokte 2012 af op 25,3 miljard. Past men daar de groeinorm en de inflatie-index op toe dan komt men op een objectief voor 2013 van 26,3 miljard (de regering 26,7 miljard) waarvan na de besparingsronde 25,8 miljard dan als eindresultaat overblijft. Neemt men dit cijfer dan weer als uitgangspunt voor 2014 (en niet de 26,7 miljard van de regering) dan leveren groeinorm plus inflatie-aanpassing een objectiefcijfer van 27,1 miljard op. Dit is net iets minder dan het cijfer waar de regering op wil gaan landen, nl. 27,2 miljard. De regering heeft echter wel 825 miljoen bijkomende besparingen nodig om ook daar te geraken.

De oorzaak van die vreemde kronkel in de regeringscijfers is uiteraard het feit dat de regering haar eigen besparingen uit het verleden blijft meetellen in de nieuwe besparingen. Dit is het meeste opvallend in de cijfers voor 2014. Het objectief waar de regering mee start (26,7 miljard) houdt totaal geen rekening met de besparingen die men deed in 2013 (nl. 348 en 173 miljoen ¤). Anders uitgedrukt: indien de regering haar besparingen in 2012 en 2013 op een correcte en structurele manier had uitgevoerd, dan zou die 825 miljoen ¤ die men nu aankondigt voor volgend jaar helemaal niet nodig geweest zijn om de uitgaven op 27,1 miljard ¤ te brengen.

De regering-Di Rupo I neemt ons dus duidelijk in de maling met deze voodoo-rekenkunde. De vraag is of ze dat ook niet een beetje met zichzelf doet ook.

Johan Van Overtveldt

Onze partners