08/04/13 om 14:35 - Bijgewerkt om 14:35

De vijf radicale breuken van Margaret Thatcher

Vooral op het vlak van de principes van sociaal-economisch beleid zorgde Margeret Thatcher voor een heuse omwenteling.

De vijf radicale breuken van Margaret Thatcher

© Belga

Op 87-jarige leeftijd overleed Margaret Thatcher, de dame die als premier van Engeland gedurende de periode 1979-90 zich de reputatie van Iron Lady liet aanmeten. Lag het zeker voor een stuk besloten in haar persoonlijkheid en zeker ook in de manier waarop ze de crisis rond de Falkland-eilanden aanpakte, de redenen waarom de media haar die staalharde reputatie bezorgden, vallen voor een groot stuk terug te brengen tot haar sociaal- economisch beleid. Thatcher brak eind jaren 1970, begin jaren 1980 met vijf tradities inzake sociaal-economisch beleid en filosofie van de naoorlogse decennia.

Ten eerste, Margaret Thatcher zag, net als de kort na haar in de VS aan de macht komende Ronald Reagan, de overheid niet als de oplosser bij uitstek van sociaal-economische vraagstukken, maar wel als de oorzaak van de meeste sociaal-economische problemen. Laat de vrije markt haar werk doen en binnen dat kader zullen de mensen veel beter hun ding kunnen doen, zo luidde haar motto. Een dergelijke pro-vrije markt- en pro-kapitalisme-visie was eind jaren 1970, zeker in Europa, nog op het randje van het incivieke. Thatcher bracht die boodschap in het zwalpende Engeland met veel bravoure, wat haar op korte tijd niet enkel de leiding van de Conservatieve Partij opleverde maar ook het eerste ministerschap.

Vanuit haar sterk pro-vrije markt-instinct keerde Thatcher zich tegen de alsmaar uitdeinende tendens tot regulering en inperking van de markkrachten, een tweede duidelijke trendbreuk met het verleden. Thatcher begon een uitgebreid programma van privatisering en deregulering. Tevens probeerde ze met alle mogelijke middelen overheidssubsidies naar bedrijven en sectoren te stoppen. Deze aanpak bracht haar voortdurend in conflict met de machtige Britse vakbonden. In diverse confrontaties ging Thatcher voor een bikkelharde aanpak die finaal de vakbonden op hun knieën dwong. Zo leverde ze maandenlang een legendarische uitputtingsslag met de mijnwerkersbond van Arthur Scargill. Onder de mokerslagen van Thatcher verdwijnen de vakbonden voor decennia van het beleidstoneel in Engeland.

In de lijn van haar fundamenteel pro-vrije markt-filosofie distancieerde Margaret Thatcher zich ook volkomen van de zogenaamde keynesiaanse leer, zo genoemd naar de befaamde Britse econoom John Maynard Keynes. Dit vormde haar derde grote traditie-breuk met de decennia voordien. Volgens dat keynesianisme diende de overheid de gang van zaken in de economie te sturen door een uitgekiend budgettair beleid. Wat grotere begrotingstekorten als het wat minder ging en kleinere deficits, eventueel zelfs overschotten bij een betere gang van zaken. Zich baserend op enerzijds de analyses van vrije markteconomen als Milton Friedman en Friedrich Hayek en anderzijds op de problemen die zich opstapelden in de Britse economieën, verwierp Thatcher radicaal die keynesiaans geïnspireerde beleidsvoering.

Margaret Thatcher brak ook met een vierde traditie, namelijk de veronachtzaming van inflatie, zijnde de stijging van de prijzen in de economie, als een monetair fenomeen. Tot diep in de jaren 1970 was er onder economen een grote meerderheid die stelde dat inflatie kon afgeremd worden met vermindering van begrotingstekorten en vooral met het hanteren van loon- en prijscontroles. Wederom onder invloed van diezelfde Friedman en Hayek verwierp Thatcher die ideëen rond inflatiebestrijding volkomen. De centrale bank diende minder geld te creëeren om de inflatie onder controle te krijgen, zelfs al gaat dat dan in een overgangsfase gepaard met een forse recessie en hoge werkloosheid. Op instigatie van Thatcher schakelde de Bank of England over op een dergelijk monetair beleid. De helse recessie kwam er, maar ook de structurele controle over de inflatie.

Een vijfde traditie in het naoorlogse Europa waar Thatcher heel openlijk mee brak, was het geloof in de Europese idee. Thatcher stond ronduit negatief tegenover de geboorte van de Europese superstaat. In het beste geval zag ze iets in die Europese idee als een soort van grote vrijhandelszone. Toen ze ontdekte dat Groot Brittannië netto aan Europa betaalde, eiste ze tot ontzetting van de meeste andere Europese leiders: "I want my money back". Sedert Thatcher is het nooit meer goed gekomen tussen Engeland en Europa. Thatcher was ook heel kritisch ten opzichte van de euro en de monetaire unie. In haar in 2002 verschenen memoires schreef ze dat "de Europese eenheidsmunt gedoemd is om te mislukken, economisch, politiek en ook sociaal; de timing, de aanleiding en de gevolgen zijn echter noodgedwongen nog onduidelijk".

Er zal naar aanleiding van haar dood zeker weer een hele polemiek rond de figuur van Margaret Thatcher ontstaan. Alle schakeringen tussen "een ultrarechtse, anti-sociale feeks" en "een moedige en klaarziende beleidsverantwoordelijke" zullen daarbij, eens te meer, de revue passeren. Feit is dat Thatcher de koers van de geschiedenis in Engeland, en voor een stuk ook daarbuiten, fundamenteel veranderde. Tot de belangrijkste misrekeningen die ze daarbij beging, behoort zeker de blinde liberalisering van de financiële sector. Ze onderschatte fundamenteel de eigenheid van die financiële sector en de manier waarop die sector de rest van de maatschappij kan gijzelen wanneer zich grote problemen voordoen.

Onze partners