Dirk Draulans
Dirk Draulans
Redacteur bij Knack
Opinie

26/08/12 om 09:13 - Bijgewerkt om 09:12

De verpakking zit in de mossel

Dat onze mosselen vol minuscuulkleine plastic deeltjes zitten, is erg, maar het is niet het grootste probleem verbonden aan de plasticvervuiling van de oceaan.

Het bericht dat er in ons land op grote schaal mosselen in het zwart geïmporteerd worden uit Zeeland, kreeg meer aandacht dan de vaststelling van biologen van de Universiteit Gent dat er per gram vlees van mosselen uit de Noordzee een piepklein bolletje plastic wordt gevonden. Per doorsnee maaltijd van 300 gram mosselen krijgt een mens dus 300 plastic deeltjes binnen.

Verrassend is dat niet, hoewel de Stichting Duurzame Visserij-ontwikkeling vorige week bekend maakte dat ze het project dat ze samen met de plasticindustrie had opgezet om actief plastic uit de Noordzee te gaan opvissen, stop zet wegens te weinig succes. Er was te weinig plastic om te worden opgevist. Het project spitste zich natuurlijk toe op grote - zichtbare - stukken plastic, voor ze worden afgebroken tot de bolletjes die in mosselen en andere onderdelen van de mariene voedselketen terechtkomen, en die zo moeilijk te verwijderen zijn dat te vrezen valt dat we moeten aanvaarden dat ze nog lange tijd integraal deel zullen uitmaken van het ecosysteem.

Het initiatief om op plastic te gaan vissen leek op zich niet veel meer dan een schamele poging van de plasticindustrie om zich te profileren als bewust bezig met de gevolgen van de massaproductie van iets dat toch niet zo onschadelijk voor het milieu lijkt te zijn als aanvankelijk werd volgehouden, gekoppeld aan even schamele inspanningen van de Belgische visserij om zich te heroriënteren naar andere sectoren dan de visvangst, in de hoop toch een aantal vissers op zee te kunnen houden. Als je niet meer kunt leven van het vangen van vis, dan leek het vissen op plastic een lucratief alternatief - al dan niet als aanvulling op klassieke visserij.

Het op zichzelf al schokkende verhaal van een drijvende vuilnisbelt van plastic op de oceaan is de jongste jaren vervangen door een nog dramatischer verhaal: dat van de plastic soep. Voor het Canvas-programma Beagle voer de clipper Stad Amsterdam in 2010 door enkele zones in de Indische Oceaan waar zich een drijvende vuilnisbelt had moeten bevinden, maar er werd amper plastic gezien. Nader onderzoek toonde echter aan dat het plastic er wel was, maar veel te klein om te worden waargenomen: het was overal aanwezig in de vorm van bolletjes met een diameter van niet meer dan enkele millimeters.

De vraag is nu: is dat een probleem? Het is zo'n typische vraag waarover de wetenschappelijke wereld uiteenvalt in twee groepen, met twee visies. Er is een groep die vindt dat er geen reden is tot paniek, want dat wij net massaal plastic produceren omdat het zo weinig interageert met zijn omgeving, waardoor het dus ook niet schadelijk hoeft te zijn voor het mariene milieu. Diametraal daartegenover staat een groep die zegt dat er allerhande toxische stoffen aan plastic deeltjes kunnen hangen, en dat zeedieren er letterlijk door vergiftigd kunnen worden, zodat populaties kunnen crashen.

Voor de mosselen van de Noordzee blijkt het vooralsnog mee te vallen: zij lijken weinig last te hebben van dat plastic in hun lijf. Maar mosselen zijn in principe nogal krachtige beesten, zodat hun veerkracht niet zomaar geëxtrapoleerd kan worden naar andere soorten. Er zijn vooralsnog geen sterke aanwijzingen voor grootschalige problemen, maar dat wil niet zeggen dat die niet bestaan. Mogelijk pikken de wetenschappelijke sensoren ze pas binnen afzienbare tijd op - en dan is het hopen dat het niet te laat is.

Meer nog dan voor de mosselen zijn wij uiteraard bezorgd om ons eigen welzijn: hebben wij last van al dat plastic in onze omgeving? Hopelijk niet, want er is overal plastic, al dan niet in de vorm van afval. Plastic afval lijkt integraal deel te worden van onze leefomgeving. Voorts lijkt het erop dat mosselen andere stoffen uit het mariene milieu opslaan die voor ons gevaarlijker kunnen zijn dan wat plastic bolletjes. Zware metalen als kwik en hormoonverstoorders als PCB's (en een groeiend aantal andere) spoelen het mariene milieu in en stapelen zich op in de vette weefsels van beestjes zoals mosselen.

Een klassiek euvel van de moderne biomonitoring van de aanwezigheid van polluenten in het menselijk lichaam is dat er per studie meestal op slechts één of enkele stoffen gefocust wordt, en dat er zelden gekeken wordt naar de totale vervuilingsbelasting van een individu. Sommige wetenschappers zien in die belasting een mogelijke verklaring voor op zijn minst enkele van de zogenaamde beschavingsziektes waar we mee geconfronteerd worden.

Het plastic lijkt momenteel vooral een probleem voor zeevogels, die het massaal oppikken met hun voeding en echt vliegende storten kunnen worden. Er bestaan schokkende beelden van dode albatrossen met een maag vol plastic, en van jonge albatrossen die sterven omdat ze van hun ouders te veel plastic krijgen, in plaats van vis, en omdat ze te veel plastic oppikken op hun broedplaatsen.

Zo bereikt de grootschalige plasticvervuiling die de Belgische vissers niet in de Noordzee te pakken krijgen, wel verafgelegen eilanden in het midden van de oceaan, waar ze zeldzame vogelpopulaties aantast. Helaas liggen daar veel minder mensen wakker van dan van het risico dat ze wat plastic bolletjes binnenkrijgen bij hun volgende mosselfestijn.

Dirk Draulans

Wie geïnteresseerd is in het effect van plastic op albatrossen kan volgend schokkend filmpje bekijken.

Onze partners