Nick Hannes
Opinie

22/04/07 om 14:00 - Bijgewerkt om 13:59

De verdwenen stad

In deze desolate uithoek van de Turkmeense woestijn, worden van op kilometers afstand, twee minaretten zichtbaar, als lucifers aan de horizon. Het zijn eenzame overlevers van Dekhistan, ooit een bloeiende oase langs de zijderoute.

De verdwenen stad

Te vroeg om op te staan en al klaarwakker. Ik ben nerveus, kan niet wachten om het land te verkennen. Eerst de zon zien opkomen boven de Kaspische Zee. Mooi. Dan ontbijten in het grote, lege restaurant van Hotel Turkmenbashi. Er speelt een zachte muzak op de achtergrond, zoals dat hoort in ontbijtzalen van grote, deftige hotels.

Langs kale, bruine rotsen rijden we Turkmenbashi uit. Waar de stad eindigt, begint de Karakumwoestijn, die 90 procent van het land inpalmt.

In Balkanabat, de hoofdstad van de westelijke provincie Balkan, maken we kennis met stadontwikkeling-Turkmeense versie. Hagelwitte paleizen met koepels en zuilen en gouden beelden van Turkmenbashi De Grote staan als monumentale decorstukken langs brede lanen en ruime parken.

Aan de olievelden van Gumdag verlaten we de hoofdweg die het land van west naar oost doorkruist, en zetten koers naar het zuiden. Een eind verder houdt het asfalt op. De woestijn neemt hier de vorm aan van een effen, harde vlakte, waarop de Toyotabus probleemloos op snelheid blijft. Bij regenweer verandert het plateau in een glibberige kleipoel, waar zelfs terreinwagen moeilijk doorheen komen.

In deze desolate uithoek, waar in de wijde omtrek geen levende ziel te bespeuren is, worden van op kilometers afstand, twee minaretten zichtbaar, als lucifers aan de horizon. Het zijn eenzame overlevers van een ooit bloeiende oase langs de zijderoute. In de 11de eeuw telde Misrian, de hoofdstad van de regio die Dekhistan heette, 80.000 inwoners. Dekhistan was een voorname handelslink tussen Khorezm in huidig Oezbekistan en de Arabische wereld.

Tot de Mongolen er in 1223 passeerden, en Dekhistan met de grond gelijk maakten. Toen in de 14de eeuw ook het irrigatiesysteem van uit het Kopetdaggebergte uitdroogde, was de oase ten dode opgeschreven.

In de eeuwen die volgden, raakte Misrian geleidelijk aan onder het woestijnzand bedolven. Enkel de twee plompe minaretten en een deel van het portaal van de Grote Moskee bleken onverwoestbaar.

Abdurahman is de bewaker van de site. Hij leidt, samen met zijn vrouw, een semi-kluizenaarsleven in complete stilte en afzondering. Zijn buren zijn de inwoners van het dorpje Bagdayly, 20 kilometer terug.

Abdurahaman nodigt ons uit in zijn huisje. "Het is veel te koud in een tent", probeert hij. Een nacht gezelschap is welkom in dit godvergeten gat. "Vorig jaar telde ik honderd bezoekers."

We stappen door de zwaar geerodeerde dubbele stadsmuur naar het voormalige stadscentrum van Misrian.

Midden in de woestijn, waar dorre struiken doorgaans niet eens tot kniehoogte reiken, groeien drie bomen achter een fel blauwe omheining. "Deze tuin werd door Turkmensbashi De Grote geplant in 1993", staat op een bordje.

De hele site is bezaaid met eeuwenoude scherven, stukjes keramiek en tegelwerk. "Hier zitten nog schatten in de grond", zegt Bava. "Nog geen twee procent van oud Misrian is bloot gelegd. De communisten hielden zich er niet mee bezig. Een volk dat trots is op zijn verleden zou wel eens nationalistische trekjes kunnen vertonen. De vorige president lag er ook niet wakker van. Hij wilde vooral zijn eigen geschiedenis schrijven."

We slaan de tenten op onder het portaal van de moskee. Een magische plek. Duizend jaar geleden wemelde het hier van de drukte. Nu zijn we alleen.

De zonsondergang is er een om nooit te vergeten. De stenen kleuren diepgeel, daarna roze. Dan gaat het licht uit. De minaretten verworden tot rijzige silhouetten in een voor de rest leeg en plat landschap.

Het koelt snel af. Bava maakt een spaarzaam vuurtje van tamarisk-takjes, die Abdurahman heeft gebracht. De zwartgeblakerde theekan en wat aardappelen passen er net in. We drinken vodka onder een heldere sterrenhemel.

De koude verstoort de nachtrust.

Nog voor de rode bol weer aan de horizon verschijnt, is chauffeur Mohammed er al weer. Mohammed is herder van beroep, maar wie in dit land een auto heeft, is in een klap ook chauffeur.

We vegen de sporen van onze aanwezigheid uit en laten Misrian opnieuw alleen.

De oorspronkelijke begraafplaats van Dekhistan, zeven kilometer noordelijker, wordt nog steeds gebruikt door dorpelingen uit de omgeving. De meeste mausolea uit de hoogtijd van de oase, zijn door de eeuwen heen herleid tot puinhopen. Eentje is nog in redelijk goede staat. Onder de koepel staat een houten stelling, maar aan daadwerkelijke restaurantie is men nooit toegekomen. Pelgrims hebben lintjes en miniatuurwiegjes aan de palen geknoopt, in de hoop een kinderwens te doen uitkomen.

Geen pelgrims vanochtend, maar twee kamelen die nietsvermoedend het domein zijn binnen gesukkeld. Bava en Mohammed rennen zich in het zweet om de beesten van de kwetstbare graven te verjagen.

Onze partners