11/06/11 om 08:51 - Bijgewerkt om 08:51

De ultieme confrontatie (Rik Van Cauwelaert)

Het gaat in deze politieke crisis al lang niet meer om communautaire perikelen als de splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde. De echte inzet is de machtsverhouding tussen de nettobetaler, Vlaanderen, en de netto-ontvangers, Wallonië en Brussel. Kortom: het voortbestaan van het federale koninkrijk waar de Franstalige partijen niet meer in geloven.

De ultieme confrontatie (Rik Van Cauwelaert)

© ImageGlobe/Eric Lalmand

Handelaren in angst waarschuwden de voorbije maanden geregeld voor de internationale geldmarkt die haar gram zou halen op België. Zelfbenoemde wijze mannen van de Wetstraat hielden voor dat een regering zonder de Vlaams-nationalisten van N-VA kon en bijgevolg snel moest worden gevormd, want het land heeft een sterke regering nodig. Opiniekneders hadden het over 'de echte problemen van de mensen' die voorrang moesten krijgen op het communautaire gesteggel.

Terwijl elk onderdeel van het federale beleid communautair is geladen, trachtten politicologen met ingewikkeld studiewerk het zo voor te stellen alsof er een verschil zou bestaan tussen de staatshervorming en de economische en sociale agenda van een volgende regering, en dat beide los van elkaar kunnen worden doorgevoerd.

Het bleef allemaal zonder gevolg.

Na een jaar politieke crisis, met een regering in lopende zaken en een regeringsformatie die niet van de kant geraakt, staan nog steeds twee blokken tegenover elkaar. Die duidelijkheid werd alvast gebracht door de gelijksporende opiniepeilingen die in het Vlaamse en in het Franstalige landsgedeelte werden gepubliceerd. Kennelijk heeft de maandenlange impasse de electorale aanhang van de N-VA van Bart De Wever in Vlaanderen en van de PS van Elio Di Rupo in Wallonië en Brussel nog doen toenemen.

N-VA en PS blijven bijgevolg tot elkaar veroordeeld. Want een federale regering zonder één van beide partijen is uitgesloten voor de andere politieke families, zeker in Vlaanderen waar de traditionele partijen tot een bijrol worden gereduceerd.

Het evaluatierapport dat de Europese Commissie afgelopen week aan de regering in lopende zaken overmaakte, liet zich volgens de meerderheid van de Vlaamse partijen lezen als een regeerprogram. Bij de PS werd dan weer geen krimp gegeven. Want de partij wil zich niet neerleggen bij wat de rechtse dictaten van de Europese Commissie worden genoemd. Vooral de aanmaning om te gaan sleutelen aan het indexmechanisme en aan de pensioenleeftijd stootte bij de Franstalige socialisten op een krachtig njet. Zelfs al gaf voormalig gouverneur Guy Quaden, een socialist, in zijn laatste jaarverslag vlak voor het aantreden van zijn opvolger Luc Coene te kennen dat het indexmechanisme op zijn minst moet worden hervormd.

Tegelijk met de bijsturingen waar de Europese Commissie op aandringt, moet ook drastisch worden gesaneerd. Doch zonder een staatshervorming die voorziet in een doorgedreven herverdeling van bevoegdheden en een bijhorende herziening van de bijzondere financieringswet staat de volgende federale regering, welke ook haar samenstelling, voor een haast onmogelijke inspanning.

Van de nagenoeg 140 miljard euro die de federale overheid jaarlijks incasseert, blijft na aftrek van de kosten van de sociale zekerheid, de intresten op de staatsschuld en de pensioenen nagenoeg 23 miljard over om de werking van spoorwegen, leger en justitie te financieren. Binnen die smalle financiële bandbreedte moet de volgende federale regering tegen 2015 zo'n 22 miljard euro wegsaneren.

Het gaat bijgevolg niet langer over communautaire perikelen als de splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde - want eigenlijk ligt daar al een omzeggens uitgeschreven compromis tussen PS en N-VA op tafel. De echte inzet is de machtsverhouding tussen de nettobetaler, Vlaanderen, en de netto-ontvangers, Wallonië en Brussel, en bijgevolg over de vraag of België in de huidige vorm kan blijven bestaan.

Het is geen fraaie discussie. Maar ze moet nu wel worden gevoerd.

In augustus en september 2010 heeft PS-voorzitter Elio Di Rupo, die in zijn eigen partij het evenwicht tussen de Waalse regionalisten en de Brusselaars moet zien te bewaren, een eerste kans laten liggen om tot een groot communautair compromis te komen met de N-VA van de Bart De Wever.

Op het eerste gezicht lijkt het erop dat Rupo vandaag als formateur voor de verscheurende keuze staat: al dan niet aan Bart De Wever de kans geven om aan te tonen dat België onbestuurbaar is geworden.

Maar dat station zijn Franstalige toppolitici al langer gepasseerd, valt in regeringskringen te horen. 'In Vlaanderen wordt onvoldoende beseft dat het de Franstalige partijen, en de PS van Elio Di Rupo in het bijzonder, echt menens is met hun Plan B, zoals ze de splitsing van het land noemen.' Dat zei een Vlaamse minister in de regering van lopende zaken net op het moment net dat de strenge aanbevelingen van de Europese Commissie binnenliepen om de Belgische economie te hervormen. Hij voegde er aan toe: 'De Franstalige partijen geloven eigenlijk niet meer in het voortbestaan van België. Het komt er bijgevolg voor hen op aan tijd te winnen - en dat mag jaren duren - , er zo voor zorgend dat Wallonië en Brussel, wachtend op de definitieve breuk, financieel kunnen aansterken.'

Blijven de Franstalige partijen op die stelling kamperen, dan bieden zelfs nieuwe verkiezingen geen uitkomst meer.

Onze partners