Herman Matthijs (UGent, VUB)
Herman Matthijs (UGent, VUB)
Hoogleraar Openbare Financiën aan de UGent en de VUB en lid van de Hoge Raad Financiën
Opinie

08/03/13 om 15:07 - Bijgewerkt om 15:07

De tijd van de kop in het zand te steken moet gedaan zijn

Wie het ook haalt: er is niet veel geld voorhanden om Obama's sociale zekerheid te financieren en evenmin voor Romney's idee van belastingverlaging.

Indien men de federale algemene toelichting 2013 van november 2012 openslaat op bladzijde vijf dan ziet men onmiddellijk in de aldaar gepubliceerde begrotingstabel de bepaald niet zonnige situatie van 's lands openbare financien. Het netto saldo van de ingediende begroting kent een tekort van tien miljard euro en het bruto te financieren saldo bedraagt minus veertig miljard euro. Maar als men een begroting opstelt met een veel te hoog geraamde economische groei, waarvan men toen perfect wist dat dit percentage van 0,7% niet haalbaar zou zijn, dan krijgt men een traditionele verkiezingsbudget met te hoog geraamde ontvangsten en te laag geraamde uitgaven. Maar de tegenstellingen over de begrotingen is een semantische discussie aan het worden in dit land.

Het probleem

Heel de discussie over de sanering van de begroting moet eens gerelateerd worden met cijfers die gelinkt zijn met feiten. Zo is de belastingdruk de afgelopen jaren sterk toegenomen en bedraagt het overheidsbeslag al 52% van het BBP Dit laatste is zeker niet het middel om de talrijke problemen op te lossen. De groei van de uitgaven is groet dan de toename van het BBP en de schuld gaat over de kaap van de grens van 100% van het BBP. De regeringen hebben het zich de laatste jaren vrij gemakkelijk gemaakt door nogal wat eenmalige maatregelen te nemen in het kader van de besparingen inzake de ontvangsten en de uitgaven , het spaargeld zwaarder te belasten, de investeringskredieten terug te schroeven enz..

De besparingen van de laatste jaren zijn nodig geweest omdat men boven zijn stand leeft en de schulden niet eindeloos kunnen groeien. Een enorme beleidsfout vormen de besparingen inzake de overheidsinvesteringen de afgelopen jaren. Op alle bestuursniveaus heeft men teveel bespaard op de overheidsinvesteringen en als men de overheid op een positieve wijze wil laten meewerken aan de heropleving van de economie dan zijn deze uitgaven essentieel. Daarom moet er gepleit worden om terug overal het onderscheid in te voeren tussen een gewone- en een buitengewone begroting. Waarbij men dan in de diverse begrotingswetgevingen een verplicht minimaal percentage oplegt voor de uitgaven met betrekking tot de overheidsinvesteringen en dat op federaal niveau, de deelstaten en de lokale besturen. Het gebrek aan investeringen is voor iedereen merkbaar met het voorbeeld van de kwaliteit van het wegennet .

Europa

Indien men heden de EU regelgeving omtrent de begrotingsnormen gaat versoepelen, stelt zich de vraag wat de EU Commissie en Raad gaan doen ? Want de niet toepassing van het zogenaamde 'Big six packet' uit november 2011 en het daaruit voortvloeiende verdrag 'Fiscal compact' uit maart 2012 door Belgie vraagt om een Europese reactie. Ofwel zegt Europa dat de afgesproken regels moeten nageleefd worden en dan dient Belgie voor dit jaar en 2014 nog miljarden te saneren. Als Europa de niet naleving van deze begrotingsnormen toelaat, dan wordt een zeer gevaarlijke deur open gezet in de Euro zone. De vrees is dan terecht dat er dan een complete budgettaire chaos ontstaat in deze monetaire zone met alle gevolgen van dien. Deze laatsten zullen de welvaart van de mensen zeker niet ten goede komen.

Politiek

Ook institutioneel is deze budgettaire discussie belangrijk omdat er een keuze moet gemaakt worden tussen de eerder Waalse drang om aan te sluiten bij het etatistisch Colbertisme van Frankrijk of de Vlaamse noodzaak om aan te sluiten bij de Duitse trein. Laten we niet vergeten dat een groot deel van de Vlaamse export en economie gerelateerd is met de Bondsrepubliek.

Vlaanderen kent wel een begrotingsevenwicht , doch de aankomende controle zal ook niet de meest gemakkelijke zijn met een zoektocht naar zowat 500 miljoen euro. De vraag van minister Reynders voor een grotere inbreng van de deelstaten in het kader van de gezondmaking van de openbare financien is te relateren met de kost van de zogenaamde spookbevoegdheden in de federale begroting. Als men deze allemaal optelt en nog eens combineert met de mogelijke factuur voor de deelstaten inzake hun overheidspensioenen dan komt men al snel tot een bedrag van 700 à 800 miljoen euro. Doch die uitgaven staan al jaren in de federale begroting en een desbetreffende schrapping moet dan ook gelden voor alle deelstaten. Aangezien Wallonie en Brussel dat niet zien zitten om deze bevoegdheden over te nemen zonder bijkomende middelen, is dit dossier dan ook van de tafel. Maar Vlaanderen kent nog een extra probleem met de slechte begrotingstoestand van vele gemeenten. De Vlaamse overheid zal hier een veel efficienter budgettair toezicht moeten gaan toepassen om de gemeenten in het goede budgettaire spoor te krijgen. Men kan er niet naast kijken dat vele gemeenten een te groots beleid hebben gevoerd met teveel personeel en veel te gemakkelijk beroep doen op de burgers om de belastingen te verhogen. Deze penibele financiele situatie zal de politiek na de verkiezingen van 2014 onvermijdelijk confronteren met het dossier van de gemeentelijke fusies.

Conclusie

De tijd van de kop in het zand te steken moet gedaan zijn. Indien men de welvaart wenst te behouden dan zijn er structurele maatregelen nodig inzake de arbeidsmarkt, de pensioenen, de rol van de overheid enz...De sanering van de begrotingen mag niet gerelateerd worden met een gebrek aan visie. Maar een dergelijke sanering moet ten gunste zijn van actieve bevolking en ten voordele van de concurrentiekracht van de economie. Bovendien is de afbouw van de schulden de meest sociale politiek die men kan voeren. Alleen als men die weg definitief inslaat, is er hoop om het welvaartsniveau te behouden.

Herman Matthijs Hoogleraar openbare financien UG & VUB

Onze partners