Hubert van Humbeeck
Hubert van Humbeeck
Commentator bij Knack
Opinie

24/07/12 om 18:31 - Bijgewerkt om 18:31

De slag om Syrië

Een kat in het nauw maakt rare sprongen. Hoever gaat president Assad om zijn regime te redden?

Met een bom in het hoofdkwartier van de veiligheidsdienst kantelden vorige week de kansen in de burgeroorlog in Syrië. President Bashar Al-Assad verving de omgekomen minister van Defensie meteen, maar hij kan de indruk niet uitvegen dat niemand in het land nog veilig is. In steden zoals Damascus en Aleppo dachten veel mensen tot voor kort dat Assad uiteindelijk de beste keuze bleef voor hun veiligheid en hun belangen. Meteen na de aanslag begon een felle strijd met grof geschut in de straten van de hoofdstad zelf. Voor het einde van de week stonden rebellen op het punt om Aleppo in te nemen.

Nu de strijd niet meer alleen in steden zoals Homs of Hama wordt gevoerd, die de clan rond de familie Assad nooit in het hart hebben gedragen, treedt het conflict ook internationaal in een nieuwe fase. De Verenigde Staten en hun westerse bondgenoten steunden tot nog toe de diplomatieke aanpak, die met voormalig secretaris-generaal Kofi Annan van de Verenigde Naties aanstuurde op een staakt-het-vuren en een gedeelde machtsuitoefening. Dat liet Rusland toe om zich in de Veiligheidsraad te blijven verzetten tegen een politiek van scherpere sancties om zijn oude bondgenoot tot buigen te dwingen. De banden tussen Moskou en Damascus gaan terug tot de tijd dat Hafez Al-Assad, de vader van de huidige president, meer dan veertig jaar geleden de macht greep. Maar ook van het verzet kan niet meer worden verwacht dat het nog in een regering van nationale eenheid stapt, nu het erop lijkt dat de dagen van het regime toch geteld zijn.

Het komt er dan op aan om Assad snel naar de uitgang te begeleiden. Washington wees een militaire oplossing lang van de hand. Het overlegt dezer dagen discreet met zijn bondgenoten Turkije en Israël - twee buurlanden van Syrië - over de verdere gang van zaken. De Amerikaanse president Barack Obama moet daarbij rekening houden met zijn Republikeinse rivaal bij de aanstaande verkiezingen, die radicaal voor een gewapende interventie pleit. De keuze om het Vrije Syrische Leger dan maar voluit te steunen, ligt voor de hand, maar is niet zonder risico's.

Om te beginnen, komt een deel van het geleverde wapentuig dan na afloop zeker in handen van groepen die nu tegen Assad vechten, maar die ook het Westen niet bepaald goedgezind zijn. In Libië deden vooral extremistische moslims hun voordeel met die situatie. Tegelijk is de vrees groot dat Assad zich vastklampt aan de macht, misschien zelfs chemische wapens inzet en een regionale oorlog uitlokt. Dat zoiets gebeurt, is niet denkbeeldig. Hezbollahleider Hassan Nasrallah riep vorige week in Beiroet dat Syrië de ruggengraat is van de Arabische strijd tegen Israël. Syrië grenst ook aan Irak en Libanon en het heeft een vinger in alle brandhaarden in de regio. Het is ook de hoeksteen die Iran verbindt met extremistische groepen zoals Hezbollah, Hamas en de Islamitische Jihad.

Na de rampzalige avonturen in Irak en Afghanistan wou Barack Obama de focus van de Amerikaanse diplomatie helemaal op Azië richten. Maar zo gemakkelijk laat het Midden-Oosten zich dus niet vergeten. Anderhalf jaar na het begin van de Arabische Lente is niets daar nog zeker. Ook niet voor de VS.

Onze partners