Hubert van Humbeeck
Hubert van Humbeeck
Commentator bij Knack
Opinie

31/01/12 om 16:22 - Bijgewerkt om 16:22

De secretaresse en haar baas

De president werd vorige week even kandidaat. Amerika moet een meer eerlijke samenleving worden, vindt Barack Obama.

Het zou niet mogen. Maar aangezien politici ook maar mensen zijn, doet iedere Amerikaanse president het toch als hij zich opmaakt voor de campagne die hem een tweede mandaat in het Witte Huis moet bezorgen. Dan bevat de State of the Union bij het begin van zo'n verkiezingsjaar een voorsmaakje van wat de kandidaat-president de kiezer enkele maanden later wil voorstellen. Dat is niet bedoeling. De traditie wil dat de president eind januari een balans opmaakt van hoe het land eraan toe is - en van wat hij daaraan wil doen.

Dat laatste had in het geval van Barack Obama dit keer weinig zin: sinds de tussentijdse verkiezingen van 2010 domineren zijn Republikeinse tegenstanders het parlement. Ze zijn niet van plan om hem veel tegemoet te komen. Zeker niet nu ze een redelijke kans maken om de zittende Democraat in november weg te stemmen. Obama staat politiek niet sterk en ook de economie wil nog altijd niet mee. Het land telt meer dan 13 miljoen werklozen en de fragiele heropleving van de economie is niet van die aard dat ze daar snel verandering in zal brengen. De president moet voor banen zorgen en tegelijk het gigantische tekort op de overheidsbegroting aanpakken.

Hij ging dan maar fors in de aanval. Obama hield een pleidooi voor een meer 'eerlijke samenleving', en hij sloeg daarbij bij momenten een populistische noot aan. De secretaresse van beursgoeroe Warren Buffett kreeg een ereplaats op de tribune vlakbij First Lady Michelle Obama, nadat haar baas had gezegd dat hij het niet fair vond dat hij procentueel minder belastingen betaalt dan zijn medewerkster. Het kwam Obama ook goed uit dat net vorige week een Republikeinse kandidaat, de steenrijke Mitt Romney, moest toegeven dat hij minder dan 15 procent belastingen betaalt op zijn riante inkomen. Obama wil dat rijke Amerikanen ten minste 30 procent belastingen betalen. Republikeinen willen het begrotingstekort vooral met besparingen te lijf. En die komen, in hun voorstellen, toch vaak van de toelagen die naar armere mensen gaan.

De vraag is of Obama het met zijn voorstel alleen redt. De president heeft veel geld nodig om de verwaarloosde infrastructuur bij de tijd te brengen. Hij moet bedrijven verleiden om in de VS voor banen te zorgen en niet in goedkope productielanden. Wie dat doet, hoeft niet meer op steun uit Washington te rekenen. Obama voert al enige tijd een woordentwist met Apple, een model van creatief Amerikaans ondernemerschap dat zijn succesvolle producten wel in China laat maken - uitgerekend in China. De idee dat dit soort banen uit het buitenland terugkomt, klinkt goed op een verkiezingsmeeting, maar toch tamelijk naïef op het spreekgestoelte in het Capitool.

Barack Obama zei dat hij geen klassenoorlog wil. Het is ook geen klassenoorlog om, bijvoorbeeld, voor beter onderwijs te pleiten. Recent onderzoek van het Pew Research Center wijst erop dat meer dan zestig procent van de Amerikanen vindt dat de conflicten tussen rijk en arm toenemen en dat het economische systeem de rijken bevoordeelt. Maar dat onderzoek leert ook dat Amerikanen toch vooral de kans willen om zelf ook rijk te worden. Een nuance die niet onbelangrijk is. Na drie jaar Obama blijft Amerika nog altijd Amerika.

Hubert van Humbeeck

Onze partners