08/11/11 om 07:37 - Bijgewerkt om 07:36

De schuldenmuur

14 miljard euro besparen tegen 2012 is een surrealistische onderneming.

Met enige schroom bracht de krant De Tijd het bericht onderaan op de eerste bladzijde van de zaterdagkrant: 'België mist Europese begrotingsdoelstellingen'. Het missen van die Europese doelstellingen heeft een zware prijs, zoals ook in Knack wordt uitgelegd.

Tot voor kort werd voor de komende regering uitgegaan van een besparing van 11,3 miljard euro tegen 2012. Maar doordat de regering van premier Yves Leterme de voorbije twee jaar onder die Europese doelstellingen doorschoof, valt de noodzakelijke begrotingsinspanning 2 miljard euro zwaarder uit. Bijgevolg kijkt formateur Elio Di Rupo aan tegen een sanering van bijna 14 miljard euro, te realiseren voor 2012 - en we zijn al midden november 2011.

Een goed jaar geleden nog schreef econoom Paul De Grauwe een nota met de veelzeggende titel: 'Waarom België (voorlopig) geen budgettair besparingsplan nodig heeft'. De professor formuleerde het zo: 'De kern van het Belgische "succes" is dus dat het grootste deel van de toename van het overheidstekort sinds 2008 een conjunctureel fenomeen is dat bij een herstel van de conjunctuur in grote mate vanzelf zal verdwijnen.'

Intussen weten we beter. Europa, de strenge bewaker van onze budgettaire orthodoxie, heeft zelf minstens tien jaar nodig om de financiën op orde te krijgen en de schuldencrisis achter zich te laten. Dat is wat de Duitse bondskanselier Angela Merkel afgelopen zaterdag duidelijk maakte. Volgens haar is het oplossen van de schuldencrisis 'een pad dat veel inspanning zal vergen, waarbij we stap voor stap vooruitgang moeten zien te boeken'.

En wellicht is zelfs Merkels voorspelling al te optimistisch. Het zou wel eens kunnen dat haar landgenoot Peter Sloterdijk het bij het rechte einde heeft. Volgens de Duitse filosoof is wat hij het kreditisme noemt - onze schuldenmuur - in de ultieme fase beland. 'Eigenlijk weet niemand nog', zegt Sloterdijk, 'hoe die collectieve schuld ooit zal worden afbetaald'.

De Amerikaanse zakenbank JPMorgan bevestigt met recent studiewerk wat Merkel voorspelt. Volgens de analisten van JPMorgan raakt de eurozone losgekoppeld van de rest van de wereldeconomie. Een gevolg van de economische krimp die de eurolanden wacht. Ook België, dat door de Amerikaanse bankiers naast de PIIGS-crisislanden wordt gerangschikt, moet rekenen met een krimp van 0,4 procent. Die prognose staat kennelijk niet in de modellen die momenteel door formateur Elio Di Rupo en de federale onderhandelaars worden gehanteerd.

Maar wat voor Europa geldt, een herstel gespreid over tien jaar, geldt ook voor België. 11,3 miljard, laat staan 14 miljard euro wegsaneren - waarbij niet eens duidelijk is of het hier nu om een bruto dan wel een netto sanering gaat - tegen 2012 is een surrealistische onderneming. Die oefening zal over meerdere jaren moeten worden gespreid.

Tenzij de federale overheid bereid is het koninkrijk te onttakelen, familiestukken als Belgacom en/of B-Post tegen paniekprijzen van de hand te doen en voor het overige een vloedgolf van belastingen allerhande, inbegrepen een ingrijpende vermogensbelasting, over het land te jagen. Dat laatste lijkt de keuze van de PS-kopstukken te zijn, die in een recente vrije tribune in Le Soir hun kiezers geruststelden met de boodschap: 'Ons hart klopt in de straat, met de burgers.'

De vrees van de kiezers is heel terecht. In België, net als in de rest van Europa, staan we voor een complete omslag van het sociaal model. Europa dwingt de lidstaten en vooral de eurolanden tot een oefening van collectieve verarming. De partijen die nu rond de onderhandelingstafel zitten als onderaannemers van de Europese Unie, werden door de kiezers nooit gemandateerd om het sociale model te ontmantelen.

Bovendien is een economische en sociale hervorming van die omvang, in deze federale staat, onmogelijk zonder de medewerking van de deelgebieden, en vooral van de Vlaamse Gemeenschap. Het Waals Gewest, kampend met een primaire schuld van 6,2 miljard euro, is de komende tien jaar niet in staat een bijdrage te leveren. Het kan hooguit de budgettaire schade beperkt houden.

Als de tijd ooit rijp was om tot een overleg van gemeenschap tot gemeenschap te komen, dan is het wel nu. En dan kan meteen ook de vraag worden gesteld wat we nog samen willen doen.

Rik van Cauwelaert

Onze partners