Ewald Pironet
Ewald Pironet
Senior writer van Knack
Opinie

04/04/11 om 16:41 - Bijgewerkt om 16:41

De rekening volgt altijd

De stijgende inflatie knabbelt aan ons spaargeld en is ook slecht nieuws voor de overheidsfinanciën. Vandaag worden we nog gepluimd zonder dat we het voelen, maar de volgende jaren wordt dat pijnlijker.

Al wie geld op een spaarboekje heeft staan, verliest geld. De interest op een klassiek spaarboekje bedraagt 1,25 procent, maar de inflatie of de stijging van de levensduurte kwam aflopen maand uit op 3,5 procent. Dat betekent dat de interest op je spaarboekje het verlies aan koopkracht als gevolg van de inflatie niet goedmaakt. Al 19 maanden is dat zo, maar we verloren sinds het uitbreken van de financiële crisis in september 2008 nog nooit zo veel geld op onze spaarcenten als tijdens de afgelopen maand maart, namelijk 3,5 procent inflatie min 1,25 procent rente, dus pakweg een verlies met 2,3 procent.

De inflatie loopt op en staat nu op het hoogste peil sinds oktober 2008. Dat komt vooral omdat stookolie, diesel, superbenzine, aardgas en elektriciteit duurder werden. Opmerkelijk is dat de inflatie in België bijna het dubbele bedraagt van die in onze buurlanden. Dat komt vooral omdat de Belgische ondernemingen en gezinnen meer energie verbruiken en dat we stijgende grondstoffenprijzen sneller doorberekenen.

Dat we verlies lijden op ons spaargeld heeft evenwel niet alleen te maken met de stijgende inflatie, maar ook met de lage interest die de banken vandaag bieden voor spaargeld. Door maar heel lage interesten te geven, werken de banken de verliezen weg die ze tijdens de financiële crisis hebben geboekt. De spaarder draait vandaag op voor de fouten van de banken in het verleden.

Dat deden we ook al op een andere manier: onze overheden pompten in totaal 18 miljard euro in financiële instellingen om ze te redden. Gevolg was dat het tekort op de begroting van 0,3 procent van het bruto binnenlands product (bbp) in 2007 steeg tot 6 procent in 2009. Onze schuldgraad klom van 84 naar 97 procent vandaag. 'De huidige schuldencrisis zegt weinig over het gevoerde overheidsbeleid', schreef de Leuvense econoom André Decoster in De Standaard. 'Het is de rechtstreekse weergave van een bankencrisis.'

Het begrotingstekort mindert nu. Vorige week zei premier Yves Leterme (CD&V) dat ons tekort in 2010 uitkwam op 4,1 procent van het bbp. Dat is veel beter dan verwacht. Maar ook dat zegt weinig over het gevoerde overheidsbeleid, want er werd nauwelijks een ingrijpende maatregel genomen door de (ontslagnemende) regering. Dat ons tekort daalde, is een direct gevolg van het snel en krachtig heropleven van de Duitse economie.

Het is echter een illusie te denken dat de problemen met onze overheidsfinanciën vanzelf zullen verdwijnen. Het Planbureau heeft net becijferd wat er met ons tekort gebeurt als het beleid niet wijzigt en we rekening houden met de stijgende vergrijzingskosten. Als de federale overheid haar rekeningen wil blijven betalen, moet ze tegen 2015 ofwel één derde van haar inkomsten verhogen, of één derde van haar uitgaven schrappen. Het is duidelijk dat onze beleidsmakers ingrijpende beslissingen zullen moeten nemen.

De snel oplopende inflatie is daarbij geen goed nieuws. De overheid zal bijvoorbeeld hogere lonen moeten uitkeren, en de federale overheid zal ook hogere dotaties moeten geven aan de deelstaten. Als de inflatie verder stijgt, neemt de kans op renteverhogingen toe en dat betekent dat onze overheid meer rente zal moeten betalen bij het afsluiten van leningen.

Op dit moment zijn we met z'n allen zonder dat we het echt voelen al de financiële crisis aan het betalen. De pijnlijke ingrepen moeten nog volgen en zullen nog lang voelbaar zijn.

Ewald Pironet

Onze partners