Luc Baltussen
Opinie

03/04/12 om 14:08 - Bijgewerkt om 14:08

De regels van de koers

Kon hij er iets aan doen? Was het zijn schuld of die van iemand anders? Wat doet het ertoe? Als de topfavoriet zwaar valt en moet opgeven, kan hij de koers niet meer winnen. Schuld of geen schuld. Dat is de harde regel van de koers.

Over de winstbewijzen van Belfius, die het ACW zelfs na het tweede debacle bij Dexia nog steeds recht geven op een deel van de winst, vliegen uiteenlopende argumenten over en weer. Voor sommigen is het een regelrechte schande, dat een organisatie die mee verantwoordelijk is voor het failliet van de Belgisch-Franse groep, aanspraak kan maken op winsten die er zonder de ultieme noodhulp van de Belgische belastingbetaler nooit meer zouden komen. Immers, volgens het expertiserapport over Dexia was het ACW (via zijn financiële holding Arco) blind voor de risico's die de Dexiagroep liep. Door de eenzijdige focus op de dividenden die het ACW van Dexia wilde hebben, zou het management nagelaten hebben een gevaarlijke Amerikaanse portfolio bijtijds te verkopen. En dat zou het de val van de groep hebben versneld.

Anderen wijzen erop dat de zogenaamde vertraging in de verkoop van die gevaarlijke effecten niet alleen te maken had met de dividendgerichtheid van Arco. Het ging er de raad van bestuur - niet alleen de vertegenwoordigers van Arco - ook om alternatieven voor die verkoop te onderzoeken. En toen werden ze in de wielen gefietst door een lek in Le Figaro, dat de koersen deed kelderen. O ramp. Enzovoorts.

Nog anderen herinneren eraan dat niet het talmen van Arco of de dividendhonger van het ACW de Dexiagroep fundamenteel in problemen bracht, maar wel de excessieve (veelal ongedekte) leningen die vanuit de Belgische tak naar de Franse vloeiden. En waarvoor, opnieuw, de hele raad van bestuur van de Belgische bank zijn fiat gaf.

Over de rol van het ACW in de ondergang van de Dexiagroep kan dus een stevig robbertje uitgevochten worden. Maar waarom zouden we dat doen? Want onduidelijkheid heerst er niet over wat echt telt: volgens alle mogelijke economische definities was de Dexiagroep failliet. Zijn hun geld kwijt, in volgorde: eerst de aandeelhouders, dan de schuldeisers (andere banken), ten slotte de spaarders. Maar omdat een strenge toepassing van die logica het banksysteem zou ondergraven, komt de overheid met geld over de brug. In volgorde: eerst voor de spaarders, en dan, eventueel, of gedeeltelijk, voor de schuldeisers. Je wilt niet dat bank na bank omvalt wegens de schulden die ze bij elkaar hebben.

De essentiële regel van het spel is wel dat je als overheid niet de aandeelhouders redt. Dat zou immers betekenen dat die, voor de risico's die ze hun onderneming laten lopen, alleen nog de baten ontvangen maar niet de mogelijke verliezen. Alle lelijke dingen die over het kapitalisme gezegd kunnen worden, worden dan waar.

Het meest verontrustende aan de winstbewijzen van het ACW is dan ook dat ze nog bestaan. Dat het de bewindvoerders die namens ons de Dexiagroep meenden te moeten redden, zelfs na de harde lessen van 2008 kennelijk ontgaan was dat een overheid pas mag ingrijpen als de boel failliet is, en dat ze dan de aandeelhouders niet mag ontzien.

Luc Baltussen

Onze partners