Ludo Bekkers
Ludo Bekkers
Kunst- en fotografierecensent
Opinie

25/03/11 om 10:17 - Bijgewerkt om 10:17

De Portrettentrekker, foto's van Norbert Ghisoland

Een dorpsfotograaf uit het diepe Wallonië is uitgegroeid tot een historische figuur.

De Portrettentrekker, foto's van Norbert Ghisoland

© Norbert Ghisoland

Norbert Ghisoland realiseerde duizenden opnamen van streekbewoners en die blijken nu van onschatbare waarde geworden omdat ze een beeld geven van arbeiders, hun vrouwen en kinderen bij feestelijke gebeurtenissen of gewoon als pasfoto's. Het werd een inventaris van een bevolkingsgroep en een generatie die volmaakt verleden tijd zijn.Je houdt het niet voor mogelijk maar de wonderen zijn de wereld niet uit, een dorpsfotograaf die wereldberoemd werd.

Dat ging zo : Al voor de eerste wereldoorlog was er in Frameries, toen de duistere streek in de Borinage, een portretfotograaf., Norbert Ghisoland (1878-1939). Hij stamde uit een mijnwerkersgezin en was voorbestemd om schrijnwerker te worden. Zijn broer deed aan fotografie maar overleed bij een ongeval en zo trad de broer-schrijnwerker in zijn spoor.. Hij was ondernemend, opende een winkel en installeerde annex een studio en donkere kamer. Het was uitzien naar klanten en die lieten niet te lang op zich wachten want ook in het diepe Wallonië moesten pasfoto's gemaakt worden en van het een kwam het ander. Wou de portrettentrekker ook een huwelijksfoto maken of een herinnering aan de plechtige communie, of een familiefoto, of een sportman na een overwinning.

Ja, dat kon in het atelier waar een decor en wat hulpstukken een vals romantische sfeer opriepen. Meer dan 90.000 opnamen werden zo gemaakt met negatieven op glasplaten, genummerd en gerangschikt en ze werden op zolder gestockeerd tot na de het overlijden van de fotograaf De familie was zich niet bewust van de betekenis van die erfenis en schonk genereus zowat de helft van die glasplaten aan Nederland waar, na de overstromingen van 1953, nood was aan glas. Zo ging een kostbaar deelpatrimonium verloren maar wat overbleef volstond ruimschoots om de waarde en het belang van Norbert Ghisoland te erkennen.

Er was gelukkig ook een kleinzoon van de fotograaf, Marc, die vermoedde op welke schat de familie nestelde. Als student op de kunstschool van Ter Kameren in Brussel ontmoette hij Otto Steinert, de vader van de Subjektive Fotografie. Hij toonde hem vier kleine afdrukken die hij van de originele glasplaten had gemaakt. Steinert was verrukt en hij wou alles weten over het werk van zijn grootvader.

Een tweede verrassing was de ontmoeting met Jacques Damase, een Parijse galeriehouder en uitgever. Ook hij erkende de kwaliteiten van Norbert Ghisoland en zag in hem een soort Henri Rousseau (naïeve schilder uit de vroeg twintigste eeuw) van de fotografie en publiceerde er daarom een boek over.

Een derde belangrijk feit was de ontmoeting met Robert Delpire, destijds de directeur van het Centre National de la Photographie in Parijs en uitgever van ondermeer de reeks Photo Poche. In die serie nam hij de foto's van Ghisoland op omdat hij vond dat die de beste was op het gebied van de studiofotografie. Aan het boekje werd een retrospectieve gekoppeld in het prestigieuze Palais de Tokio in Parijs. En daarmee was de reputatie van Norbert Ghisoland duurzaam gevestigd.

Wat maakt het oeuvre van deze fotograaf nu zo belangrijk.

Eerst is er de kwaliteit van de opnamen. Ze werden in een studio met glazen plafond gemaakt met natuurlijk licht. Niets geen smoesjes met kunstmatige lichtbronnen of andere trucjes. Het artificiële zit hem alleen in het decor dat typisch was voor de portretfotograaf van die tijd. Een geschilderde achtergrond, wat meubeltjes, een gordijn.

Ten tweede is er de attitude van de fotograaf tegenover zijn modellen. Hij imponeert ze niet, stelt hen op hun gemak zodat ze een zo natuurlijk mogelijke houding aannemen. De personages moeten vooral zichzelf zijn en blijven. Desondanks voelt de toeschouwer duidelijk dat zo'n fotosessie voor hen toch iets bijzonders blijft want écht ontspannen zien de mannen, vrouwen of kinderen er niet uit. Ze staan of zitten er in hun beste outfit die alleen maar uit de kast komt bij heel speciale gelegenheden. En dat neemt al heel wat van de naturel weg.

En derde aspect is psychologisch. Het zijn geen vrolijke mensen die geportretteerd worden. Ze hebben een hard leven, kennen geen weelde en dat ziet men op hun gezichten. Zelfs een trouwfoto of een herinnering aan carnaval is geen reden om (glim)lachend gefotografeerd te worden. Het gaat om een ernstige zaak, een souvenir voor latere dagen. De kwel en kommer van alledag is zo diep in de ziel gegrift dat zowel het gelaat als de lichaamstaal er permanent getuigen van zijn.

Zonder dat het zijn bedoeling moet geweest zijn heeft Ghisoland een inventaris samengesteld van een bevolkingsgroep die de twintigste eeuw niet overleefd heeft. De sociale evolutie heeft deze typische onderklasse min of meer bevrijd uit hun enge leefwereld.

De foto's die hij maakte zijn kostbare relicten geworden van een etnie die typisch was voor een deel van Wallonië. Ze geven een beeld van mannen en vrouwen die hard labeur gewoon zijn, soms ook kunnen feesten, zoals met carnaval, aan sport doen of een instrument bespelen. Het is een visuele wereld die sommigen kenden uit de literatuur maar zich waarschijnlijk niet konden voorstellen over welke mensen de auteur(s) het hadden.

Daar heeft Ghisoland voor gezorgd en daarom is het belang van dit soort beelden onschatbaar geworden.

Ludo Bekkers

Tentoonstelling : "Norbert Ghisoland , fotograaf 1878-1939", Brussel, Botanique, nog tot 24 april.

Onze partners