04/01/11 om 14:44 - Bijgewerkt om 14:44

De Nieuwjaarsnota

De Belgische overheid houdt zich klaar voor interventies in de bankensector.

Koninklijk bemiddelaar Johan Van de Lanotte liet maandagavond een soort van nieuwjaarsbrief, in de vorm van een nota, afleveren bij de zeven partijvoorzitters die betrokken zijn bij de formatie van de federale regering. Net als bij alle vorige nota's en zogenaamde herenakkoorden heet het ook bij deze tekst dat hij 'niet te nemen of te laten' is. 'Met dien verstande', werd erbij gezegd, 'dat de nota een evenwicht bevat, waarbij alles aan elkaar verbonden is.' Maar als de bemiddelaar het heeft over 'alles', dan heeft hij het nog niet expliciet over Brussel-Halle-Vilvoorde, de herfinanciering van Brussel en de taalregelingen in de hoofdstad. Het is ook niet duidelijk of Justitie zal worden geregionaliseerd dan wel gedecentraliseerd.

De nota vormt een voorzichtige aanzet naar wat meer fiscale autonomie voor de regio's. En wat een regio meer krijgt, bijvoorbeeld bij de verdeling van de kinderbijslag, moet hij dan weer inleveren bij de overdracht van de middelen voor de ouderenzorg. Kortom: iedereen wint en verliest een beetje. Dat zou van staatsmanschap getuigen, wordt gezegd. Maar dat werd ook gezegd van alle vorige staatshervormingen, die tot de huidige constitutionele chaos hebben geleid.

De opdracht van koninklijk bemiddelaar Vande Lanotte bestond erin de verzuchting van de N-VA - een doorgedreven fiscale autonomie voor de regio's - te verzoenen met de bezorgdheid van de PS - een versterking van de federale staat, de behoeder van het sociale systeem.

Die onmogelijke exercitie moet bovendien tegelijk met een drastische sanering van de overheidsfinancies worden uitgevoerd. Wat meteen de terughoudendheid van Elio Di Rupo verklaart om als formateur in het krijt te stappen, zoals Bart De Wever en zijn N-VA zouden willen.

Socialistische topambtenaren zullen de PS-voorzitter wel al hebben gebrieft over mogelijk naderend bankenonheil. Er is daarover al druk overleg geweest achter de schermen.

De Belgische overheid houdt zich in elk geval klaar voor mogelijke interventies. De jojoënde beurskoers van de banken geeft voldoende aan dat de markt de zaak niet erg vertrouwt.

De recente, weliswaar gecorrigeerde verklaringen van premier Yves Leterme over de onzekere toekomst van Dexia en van ontslagnemend minister Didier Reynders van Financiën over speculanten die klaar staan voor een aanval op België, hebben de fiducie van de markten zeker niet gesterkt. Die markten weten, zoals de Britse econoom Charles Goodhart ooit stelde, dat banken internationaal floreren maar altijd sterven op kosten van het thuisland.

Het komende jaar zullen de landen van de eurozone voor ruim 920 miljard euro aan obligaties uitgeven. En dat tegen rentes die vaak fors hoger liggen dan wat vorig jaar werd betaald. Zo moet België in 2011 voor de herfinanciering van zijn staatsschuld op lange en korte termijn goed 80 miljard euro op de geldmarkt lenen.

Intussen spendeert de Europese Unie zelf sinds het Griekse en Ierse debacle goed geld om een groot deel van dat schuldpapier uit de markt te kopen en op die manier de banken overeind te houden. De eerste EU-hulpkas van 750 miljard euro raakt stilaan leeg. Amerikaanse rapporten hebben het intussen over 2000 tot 3000 miljard euro die de EU nodig zal hebben om het beloofde permanente interventiefonds te stijven.

De eerste drie maanden van 2011 worden cruciaal voor het voortbestaan van de euro. Volgens de Amerikaanse denktank German Marshall Fund komt de Europese Unie pas uit de problemen als de Verenigde Staten en Duitsland samenspannen om de Europese munt te ondersteunen. Ze hebben daar alle redenen toe. Amerikaanse en Duitse banken zijn houders van zowat 2400 miljard euro Europees schuldpapier.

Die hangende europerikelen wegen op de Belgische regeringsonderhandelingen - al wordt daar in de Nieuwjaarsnota van de koninklijke bemiddelaar niet over gerept.

De afgelopen dagen waren de geruchten over een noodregering niet van de lucht. Dat wordt dan de zoveelste noodregering sinds 2007.

Rik Van Cauwelaert

Onze partners