05/04/13 om 09:19 - Bijgewerkt om 09:19

De lessen van Draghi over Cyprus

De ECB komt steeds meer onder druk om bijkomend in te grijpen. President Mario Draghi bevindt zich in een heus mijnenveld.

Hij zat er op zijn ondertussen bekende sfinx-achtige manier bij. Toch deed Mario Draghi, de president van de Europese Centrale Bank (ECB), enkele opvallende uitspraken tijdens zijn persconferentie na de vergadering van de raad van bestuur van de ECB. Op de vraag of de ECB niet stilaan het voorbeeld van de Amerikaanse en de Japanse centrale bank moet gaan volgen inzake een drastischer monetair beleid (de zogenaamde kwantitatieve versoepeling), antwoordde Draghi dat hij de resultaten van de buitenlandse voorbeelden terzake lang niet altijd bemoedigend vindt.

Er waren ook weer de onderwerpen waar de ECB-president om begrijpelijke redenen met een grote boog omheen fietste. Hij bevestigde dat de Italiaanse president Napolitano hem gebeld had maar weigerde in te gaan op de inhoud van het gesprek. Ook op pertinente vragen omtrent de mate van eensgezindheid binnen de raad van bestuur van de ECB ging Draghi niet in. Zeker omtrent mogelijke verdere actie vanwege de ECB nu de economie van de eurozone steeds verder wegzakt, is die consensus er duidelijk niet. Dit is niet verwonderlijk: ook binnen de Fed en de Bank of Japan bestaan dissidente meningen.

Zeer uitgesproken was Mario Draghi dan weer over de hele situatie rond Cyprus. Gevraagd naar een reactie op het originele reddingsplan dat onder meer ook een belasting op deposito's onder de 100.000 euro voorzag, omschreef Draghi dit voorstel als "not smart, to say the least". In mensentaal: een heel dom en gevaarlijk idee (dat, zoals bekend, na enkele dagen terug opgeborgen werd).

Draghi trok voor de rest twee lessen uit de ervaring met Cyprus. Ten eerste moet het zogenaamde resolutiemechanisme dat banken die zwaar in de problemen komen moet "opvangen" er veel sneller komen dan dat de politieke agenda nu voorziet. Draghi zei dat hij "extreem ontgoocheld" zou zijn als die versnelling niet zou kunnen gerealiseerd worden. Wederom vertaald in mensentaal: zonder snelle actie rond dat resolutiemechanisme, een onmisbare pijler van de bankenunie, voorziet Draghi grote (bank)problemen in de nabije toekomst.

Ten tweede, het bail in-principe vereist duidelijke regels. Het bail in-principe houdt in dat bij de redding van een bank, in die volgorde, aandeelhouders, obligatiehouders en niet-verzekerde depositohouders als eerste de rekeningen gepresenteerd krijgen. In Cyprus werd dit principe voor de eerste keer toegepast. Bij een bail out is het onmiddellijk de belastingbetaler die moet opdraaien voor de redding van een bank. Dat er nood aan regels is, werd heel duidelijk bewezen in het Cypriotische dossier waar binnen de kortste keren invloedrijke groepen en individuen al dan niet subtiele uitzonderingen op het afgesproken raamwerk konden bekomen. De mogelijkheid dat er bij elke bail in weer andere regels komen, zal de onzekerheid bij alle betrokkenen enkel maar verder opjagen. Het is echter zeer de vraag of Europa in staat is om op dit vlak tot duidelijke en sluitende regels te komen. De manier waarop Draghi over dit thema sprak, doet sterk vermoeden dat hij die vrees deelt.

Mario Draghi was kort in zijn antwoord op de vraag of Cyprus niet beter voor een exit uit de eurozone had geopteerd. Cyprus, aldus Draghi, moet een aantal structurele maatregelen nemen naar de banksector toe, inzake de organisatie van de economie en de sanering van de publieke financiën. Binnen of buiten de eurozone, die maatregelen moeten er sowieso komen, maar Draghi is er van overtuigd dat Cyprus in heel moeilijke omstandigheden zou terechtkomen bij een exit uit de eurozone. Valt er veel te zeggen voor deze argumentatie van Mario Draghi, dan kan ze tegelijk ook net zo goed omgekeerd worden.

Het staat buiten kijf dat een exit uit de eurozone geen sinecure zou zijn, voor het betrokken land zowel als voor de zone in haar geheel. Maar bij een exit ontstaat met name voor het uittredende land het grote voordeel dat men via een devaluatie van de munt (het onvermijdelijke gevolg van die exit) onmiddellijk en fors aan concurrentievermogen zou winnen. Voor Cyprus zou dat bijvoorbeeld de toeristische sector à la minute stevige nieuwe impulsen geven. Structurele en pijnlijke ingrepen kunnen er dan komen temidden een omgeving waarin er een concreet perspectief op herstel is. Dat perspectief ontbreekt vandaag volkomen bij de Cypriotische bevolking, net zoals trouwens in hoge mate ook bij de Griekse, Portugese en Spaanse bevolking.

Het valt echter zeer goed te begrijpen dat het hoofd van de belangrijkste instelling van de monetaire unie, de Europese Centrale Bank, zich niet direct begeeft aan overpeinzingen omtrent de voordelen die een exit zou kunnen opleveren voor een noodlijdend land als Cyprus.

Johan Van Overtveldt

Onze partners