09/10/12 om 14:18 - Bijgewerkt om 14:18

De gewenning blokkeert de proteststem

Gewenning aan halfslachtig en evasief beleid maakt dat het ons hoe langer minder opvalt. Maar daarom is het niet minder reëel.

Een centrumlinkse politicus gooide het me recent tijdens een debat voor de voeten: 'Dat liedje over de te hoge loonkosten in België raakt nu toch wel écht afgezaagd.' Tot op zekere hoogte had de man gelijk: het werd al zo vaak aangekaart dat er gewenning is opgetreden, zowel in beleidskringen als bij het brede publiek. En toch. Toch blijft het een feit dat te hoge loonkosten de creatie van nieuwe jobs afremmen, het concurrentievermogen van de ondernemingen aantasten en zo ook negatief inwerken op de toestand van de publieke financiën. Of je dat refrein nu afgezaagd vindt of niet.

Precies door die gewenning verstomt veel kritiek op aspecten van het (federale) overheidsbeleid, terwijl die net luid zou moeten weerklinken. Als een zware crimineel, van dichtbij enkel begeleid door één agent, simpelweg weet te ontkomen aan de poort van de gevangenis, halen we even onze schouders op: is 't weer van dat? We nippen van onze koffie en zappen weg. Als nieuwe cijfers van de NMBS aangeven dat die mastodont onveranderlijk sloten geld kost terwijl de klant een almaar slechtere service voorgeschoteld krijgt: idem dito. Wanneer wordt gemeld dat er voor de met veel poeha aangekondigde hervormingen van de pensioenen en van justitie nauwelijks al concrete wetten bestaan, lijkt het niet door te dringen dat dit níét de normale gang van zaken is. De gewenning blokkeert de proteststem.

Die gewenning heeft zich de voorbije jaren wellicht het meest doorgezet in de discussie over de sanering van onze publieke financiën (want de krachteloosheid is heus niet alleen typisch voor de regering-Di Rupo). Het stramien is onverslijtbaar: ronkende verklaringen, onrealistische hypothesen, meesterlijk onduidelijke nota's over de maatregelen, en triomfalisme over het bereikte akkoord. In de maanden nadien volgen dan de ontnuchtering en een schoorvoetende bijsturing.

Neem nu de recente ingreep van de regering om een stuk van het gat in de federale begroting 2012 te dichten met een voorafname op een deel van de verwachte opbrengst van de heffing op pensioensparen. Die ingreep moet dit jaar 210 miljoen euro in het laatje brengen. Nog los van de vraag of het voor de getroffen pensioenspaarders écht over een neutrale operatie gaat, illustreert die voorafname een belangrijk onderdeel van het begrotingsbeleid zoals dat nu al jaren wordt gevoerd. Af en toe komt een federale regering eens tot een ernstige ingreep op het vlak van uitgaven en inkomsten (meestal het laatste), maar veel meer neemt men zijn toevlucht tot de tactiek van kick the can down the road. Het probleem voor zich uit duwen komt politiek-electoraal meestal (veel) beter uit.

De meest voorkomende voorbeelden van die tactiek zijn de eenmalige maatregelen (overheidsgebouwen verkopen, pensioenreserves leeghalen...) en schuiven met inkomsten en uitgaven zodat de lopende begroting er beter uitziet. De genoemde voorafname is van de laatste soort. Minister van Financiën Steven Vanackere noemde het een eenmalige maatregel, maar dat is het eigenlijk niet. Het is gewoon het onttrekken van inkomsten aan het komende jaar en ze neerpoten in het huidige jaar. Dat het nu minder goed gaat met de economie is de vergoelijking voor die verschuiving. Die argumentatie snijdt alleen hout vanuit het standpunt van het politiek opportunisme.

Er zijn twee mogelijkheden. Ofwel gaat het in 2013 met de economie niet echt beter - en die kans is verre van denkbeeldig. Dan zit de regering volgend jaar met een uitvergroot probleem. De naar 2012 getrokken inkomsten die pas in 2013 geïncasseerd worden zullen het gat in de begroting van 2013 nog groter maken. Een kleiner probleem vandaag wordt dan een groter probleem in 2013.

Ofwel wordt de economie volgend jaar wel beter, en dan zal de voorafname minder opvallen. In dat geval zal de bereidheid om de publieke financiën verder ernstig aan te pakken verslappen. Nu de overheidsschuld alweer over de grens van de 100 procent van het bruto binnenlands product gaat, zouden er geen excuses meer mogen zijn. Praktische ervaring en economisch onderzoek tonen aan dat eens die grens overschreden de schuldgraad op zich een negatieve impact gaat uitoefenen op de economie, de jobcreatie en de publieke financiën zelf. To kick the can down the road in zulke omstandigheden houdt in dat de inhoud van het blikje steeds explosiever wordt.

Minister van Defensie Pieter De Crem stelde tijdens het weekend dat de regering van Elio Di Rupo een imagoprobleem heeft. Zeker in Vlaanderen is dat heel correct. Maar er is een veel fundamenteler probleem: een gebrek aan beleid met echte inhoud. Gewenning aan halfslachtig en evasief beleid maakt dat het ons hoe langer minder opvalt. Maar daarom is het niet minder reëel.

Johan Van Overtveldt

Onze partners