Leen Huet
Opinie

22/06/10 om 16:15 - Bijgewerkt om 16:15

De geest van de plaats

Na de dood van Rubens zijn z'n oude kleren geveild op de Vrijdagmarkt. Iemand kocht er een slechts lichtjes versleten paar zijden kousen van de meester.

Het blijft even vreemd als aangenaam: kennismaken met iemand uit het verleden en sympathie voelen. Vergeet alle indoctrinatie en propaganda over beeldcultuur, alleen dankzij de taal is dat mogelijk. Tijd / aanbidt taal, schreef de dichter Auden. Natuurlijk, men kan iemand op een portret van Van Dyck zien en denken, dit type staat me aan. Besef dan dat Photoshop de neanderthalerversie is van wat Van Dyck vermocht. Wie vandaag een even subtiel geïdealiseerde afbeelding van zichzelf wil (Sir Anthony wist als geen ander wat glamour betekent, maar schilderde zijn gracieuze madonna's onbekommerd met rouwranden onder hun nagels) moet zich laten fotograferen door Annie Leibovitz. Glamour wekt verlangen op, soms meteen al onderwerping; geen begrip of sympathie.

Er was eens een krant, L'Escaut genaamd. De Schelde. Eind negentiende eeuw. Daarin bood men de lezer om de twee weken een vastgoedrubriekje aan. Welke panden en gronden waren er verkocht in de stad en in de buitenwijken? Het had net zo banaal kunnen zijn als het weerbericht of de tv-programma's, het ontwikkelde zich tot een unieke verkenning van de stadsgeschiedenis. Een zekere Augustin Thys dook de archieven in en rustte niet voordat hij alle eigenaars van een huis dat te koop stond tot in de vijftiende eeuw had opgespoord. En dan? Het doet plezier om te weten in welke straat en op welk huisnummer Antoon Van Dyck opgroeide, waar Rubens woonde voordat hij het Rubenshuis betrok; om te vernemen op welk adres Quinten Metsys Albrecht Dürer ontving. Het doet nog meer plezier om te vernemen wie hun buren waren en iets over die onbekende levens te leren. Ik wist het niet, dat stadswoningen vroeger vaak bestonden uit een poort aan de straat, geflankeerd door twee huisjes die men verhuurde, een binnenplaats en daarachter de eigenlijke woning. Ik wist evenmin dat veel huizen in de zeventiende eeuw al over toiletten beschikten, meestal naast de keukens gelegen.

Dankzij Thys snap ik waarom een straat waar tal van historische personages woonden vandaag zo'n saai en kil uiterlijk heeft: alle gebouwen uit de zeventiende en achttiende eeuw zijn neergehaald en vervangen door nieuwe blokken en oninteressante gevels, 'met die vervelende rechte lijnen die men nu aanleert in de academies'. Gelukkig heeft hij de jaren 1970 niet moeten beleven. Dankzij Thys weet ik dat de Gratiekapel een mooi laatgotisch gebouwtje was en op bevel van het stadsbestuur werd afgebroken, met het lamme excuus dat er te veel restauratiewerk moest gebeuren. En na de dood van Rubens zijn z'n oude kleren geveild op de Vrijdagmarkt: toch een wonderlijk idee. Iemand kocht er een slechts lichtjes versleten paar zijden kousen van de meester.

Thys beschreef de schilderachtige middeleeuwse Mattenstraat enkele dagen voordat ze vernietigd werd, bij de rechttrekking van de kaaien. Hij besprak de plannen voor de inplanting van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten en concludeerde dat de ingenieurs geen slechtere plaats hadden kunnen uitkiezen indien dat hun doelstelling was geweest - zonder vergezichten, tussen dode straten, zo ver weg van het centrum, het station en de academie.

Misschien is hij op zijn best wanneer hij boos wordt, zoals bij de onnodige afbraak van enkele mooie oude godshuizen en de verplaatsing van de bejaarden die er leven. 'Alle dagen kent met grote pensioenen toe aan allerlei lieden die comfortabel hebben geleefd, zonder zich te vermoeien, op kosten van de stadskas, en wanneer het om de arme werkman gaat, oh dan wordt een situatie die slechter is dan wat er vier eeuwen geleden bestond, het nec plus ultra van wat men kan aanbieden; het is werkelijk een schande.' Door zijn nauwkeurigheid en verontwaardiging bleef er iets van de stad achter de stad bewaard, het besef van andere mogelijkheden, de genius loci. En dat allemaal in een eenvoudige krantenbijlage.

A. Thys, Recueil des bulletins de la propriété, 1869-1894.

Leen Huet

Onze partners