15/11/11 om 09:07 - Bijgewerkt om 09:07

De eurodomino's blijven vallen

België behoort sinds gisteren echt tot het peleton van de probleemlanden binnen de eurozone. Nog even en dan is ook Frankrijk aan de beurt.

De eurodomino's blijven vallen

© Reuters

De vervanging van George Papandreou en Silvio Berlusconi door Lucas Papademos en Mario Monti als eerste ministers in Griekenland en Italië zorgde voor enkele uren respijt in de crisis binnen de eurozone. Tegen gisterenmiddag gingen de poppen echter opnieuw aan het dansen. Beleggers en investeerders hervatten massaal het dumpen van overheidspapier van de probleemlanden.

Het zat er de voorbije weken al wat aan te komen maar gisteren ging België definitief mee voor de bijl. De lange termijnrente (10 jaar) klom voor ons land tot 4,57% waardoor de rentespread ten aanzien van Duitslaand opliep tot 2,81%, de hoogste spread voor België sinds de start van de euro. De Duitse staat betaalt voor ontleningen op 10 jaar 1,78%, België bijna het driedubbele.

De verglijding van België heeft twee oorzaken. Ten eerste, de fundamentele oorzaken van de crisis binnen de eurozone blijven onaangeroerd. Meer nog, de ingrepen tot nu toe afgekondigd door de euroleiders getuigen van verwarring en onkunde, of toch minstens onvermogen tot krachtdadig optreden. De aanrollende recessie in euroland maakt het beleidsfalen echt schrijnend. Ten tweede, formateur Elio di Rupo lijkt steeds verder weg te zinken in zinloos rondjes draaien. Belastingsverhogingen dreigen het enige concrete resultaat van de onderhandelingen te zullen gaan worden. Tot nu toe konden we één en ander internationaal onder de aandachtsradar houden. Er is nu geen plaats of ruimte meer om verstoppertje te spelen, zeker nu hogere rentelasten de druk tot begrotingssanering verder opdrijft.

Alles wijst er op dat ook Frankrijk binnenkort in het probleempeleton terecht zal komen. De Franse rente op 10 jaar steeg gisteren tot 3,41% wat neerkomt op een spread van 1,63% tegenover Duitsland. Premier Francois Fillon mag het dan van de daken schreeuwen dat de recent aangekondigde begrotingsmaatregelen a rato van 65 miljard euro "de zwaarste begrotingsinspanning sinds 1945" uitmaken, veel indruk maakt het niet. En terecht: de 65 miljard wordt gespreid over 5 jaar waardoor de gemiddelde jaarlijkse inspanning neerkomt op ongeveer 0,6% van het BBP. Het IMF rekende recent voor dat de saneringsinspanning die Frankrijk zal moeten doen om tegen 2030 aan een overheidsschuld gelijk aan 60% van het BBP een stuk groter is dan de inspanning die Italië zal moeten doen om ook op die 60% uit te komen.

De AAA-rating waar Frankrijk vandaag nog van geniet, is al enige tijd een aanfluiting van de realiteit. Verleden week zorgde een "vergissing" ervoor dat een nota met de aankondiging van de afwaardering van Frankrijk door Standard & Poor's naar on line-klanten van S&P vertrok. Wat meteen onomstootbaar bewees dat de nota met die afwaardering echt wel klaar ligt. Michel Barnier, de Franse commissaris binnen de Europese Commissie, reageerde erg verbolgen en liet weten dat nu meer dan ooit moet ingegrepen worden in de werking van de rating agencies. Hoe correct het ook is om vraagtekens te plaatsen rond het functioneren van de rating agencies, Barnier ventileerde met die reactie een erg foute boodschap. Het grote probleem is niet de werking van de rating agencies maar wel de belabberde toestand van de publieke financiën in Frankrijk, tezamen met onvermogen om tot hogere economische groei te komen.

Komt ook Frankrijk in de problemen, dan staat zowat alles in Europa en in de eurozone op de helling. Het is immers de as Berlijn-Parijs die met name de eurozone tot op heden nog een illusie van stabiliteit kon bezorgen. Alle gewicht komt dan op de Duitse schouders terecht. Dat is zelfs voor de brede Duitse schouders te veel en bovendien zal de nu al sterk doorklinkende kritiek in Duitsland omtrent de aanpak van de eurocrisis tot nu toe echt oorverdovend worden.

Johan Van Overtveldt

Onze partners