Dirk Draulans
Dirk Draulans
Redacteur bij Knack
Opinie

05/01/13 om 08:00 - Bijgewerkt om 08:00

De ene mens is maakbaarder dan de andere

Lectuur van je eigen nieuwjaarsbrieven van vroeger kan uiterst verhelderend zijn.

Mijn moeder had na het voorbije kerstdiner een verrassing voor haar kinderen: ze had hun oude nieuwjaarsbrieven opgedoken uit de rommel die ze in de ouderlijke kelder bewaart. Dat zorgde voor een geanimeerd halfuurtje, niet in het minst omdat de kleinkinderen wilden weten welke beloftes er destijds zo al gemaakt werden.

Opvallend was dat de teksten en de brieven uit de meisjesschool mooier en verzorgder waren dan wat de jongens voorgeschoteld kregen. Maar schokkend was de vaststelling dat er, alvast in mijn geval, van de teneur uit die oude nieuwjaarsbrieven niet veel overeind is gebleven. Mijn leven is heel anders geëvolueerd dan ouders en onderwijzers toen in gedachten en voor ogen hadden.

Enkele citaten:

1 januari 1964: De lieve heer zal zorgen braaf te worden.

1965: Kerstmis doet ons denken aan de blijde herinnering van de geboorte van Jezus.

1966: Op tijd en stond zal ik voor u bidden, liefste ouders, en moge God u zegenen.

1967: Moge God u nog veel jaren schenken, lieve ouders.

Ook het handgeschreven 'programma' dat de kinderen in 1965 hadden opgesteld om mama's verjaardag te vieren, is bewaard gebleven. Het bevatte elementen waaruit bleek dat bij de organisatie niets aan het toeval was overgelaten. De Heer werd ingeroepen om alles in goede banen te leiden: 'Ik vraag aan onze lieve heer dat hij alle zorgen op uw mooie verjaardag weert.'

Was het maar zo gemakkelijk. Maar goed, wisten wij, kleine kindjes, toen beter? In die tijd bestond er nog de wekelijkse kruistocht op donderdag, een mis waarna je een stempeltje op een kaartje kreeg en wat de finale bedoeling was weet ik niet meer, maar de incentive om naar de mis te blijven gaan was groot. En het misdienaarschap behoorde tot de essentie van het opgroeien.

Het heeft niet mogen baten. Vanaf mijn zestiende was het afgelopen met mijn kerkgangerij, en ik moet eerlijk toegeven: mijn ouders hebben daar toen veel begrip voor betoond. Van mijn drie zusters zijn er twee die elk op hun eigen manier in een actief christelijk leven zijn blijven hangen. Het kon dus toch.

Waarna de vraag zich opdringt: waarom de ene wel en de andere niet? Onbeantwoordbaar, veronderstel ik. Ik had persoonlijk de kerk al opgegeven voor ik met Charles Darwins evolutietheorie in contact was gekomen, dus daar kan het niet aan gelegen hebben. (Ik behoor trouwens niet tot die groep mensen die vindt dat je het ene OF het andere naar waarde moet schatten. Zolang je religie niet als een vervanging van de wetenschappelijke evolutietheorie wil promoten, mag het voor mij.) Ik ben puur uit verveling gestopt met naar de kerk gaan, vond er geen enkele vorm van verrijking in. En nadien heeft de noodzaak tot geloof in een hogere macht, om welke reden dan ook, zich nooit meer gemanifesteerd.

In sommige gezinnen hebben de kinderen meer met elkaar gemeen (ook fysiek) dan in andere. Dat zal mee te maken hebben met een verschil in recombinatiecapaciteit van op zijn minst één van de ouders: de mate waarin de chromosomen zich bij de vorming van geslachtscellen herschikken tot nieuwe combinaties van genen. Meer herschikkingen geeft aanleiding tot grotere verschillen in de nakomelingen. Verschillen die zich kunnen uiten in het omgaan met filosofische aspecten van het bestaan.

Ik ben ook de enige van de vier kinderen uit ons gezin die actief in natuur geïnteresseerd is geraakt, vanaf mijn kinderjaren. Daar waren niet echt antecedenten voor, hoewel mijn grootvader een fervent tuinier was, en kweker van chrysanten. Gods wegen zijn misschien ondoorgrondelijk, maar die van de genetische herschikking eveneens. Je weet nooit wat je krijgt als je een kleine op de wereld zet. Je weet nooit in welke mate je hem zult kunnen kneden naar je verwachtingspatroon. Gelukkig is er de quasi zekerheid van de ouderlijke band, en vooral de moederlijke band, die maakt dat je als kind, eender hoe je opgroeit, dikwijls toch op zorg en aandacht kunt rekenen. Daar kan geen afzweren van de kerk of van de sfeer uit de nieuwjaarsbrieven tegenop. Als het er echt op aankomt, wegen de biologische basisbeginselen zwaarder door dan wat ons hoofd er bovenop meent te moeten gooien.

Voor de hardleerse pedagogen onder ons is de boodschap helder: niet elke mens is even maakbaar. Voor de vele scholieren die zich in een foute richting zitten te vervelen: het is nog niet te laat om er alsnog iets van te maken. Ingaan tegen je ware aard is zelden een goede strategie om lang en gelukkig te leven.

Dirk Draulans

Onze partners