Marc De Vos (UGent)
Marc De Vos (UGent)
Directeur van de denktank Itinera en docent aan de UGent
Opinie

19/05/10 om 15:37 - Bijgewerkt om 15:37

De echte eurocrisis

Speculatie is een factor, maar de koolmijnramp is niet de schuld van de waarschuwende kanarie.

De euro blijft maar op de roetsjbaan. 750 miljard en alle politieke krachttaal ten spijt, volharden de markten in de twijfel. Voor we alweer het automatisch geweer bovenhalen richting perfide speculanten, mogen we eens onbevangen in de spiegel kijken.

Daar zien we de grondoorzaak van de eurocrisis: een Europa van burgers en politici dat niet tot hervormen bereid of in staat is.

Jawel, de directe oorzaak ligt in Zuid-Europa, waar lidmaatschap van de euro spilzieke landen liet lenen boven hun stand. Het zogenaamde Stabiliteitspact, bedoeld om overheidstekorten en nationale schulden binnen de perken te houden, werd geschonden bij de toepassing en genegeerd bij de controle. Het gevolg was een onhoudbare bubbel van overheidsuitgaven die verziekte economieën en platte cadeaupolitiek artificieel voedde.

Toen de bubbel barstte, volgde een variatie op het scenario van de bankencrisis. Eerst het gevecht voor nationale belangen, met weifeling en vertraging. Pas toen de Griekse kredietcrisis een systeemcrisis dreigde te worden voor de hele eurozone, kwam er een Europees antwoord. Bij gebrek aan realistisch alternatief kregen we wederom een bailout die de verkwisters nog meer geld toestopt, omdat het alternatief van een faillissement andermaal nog slechter zou zijn voor iedereen.

De eurolanden, die zonder uitzondering allemaal medeplichtig waren aan de miskenning van het Stabiliteitspact, willen nu een steviger budgettair controlemechanisme. Dat is ongetwijfeld noodzakelijk, maar het is geenszins voldoende. De markten hebben Griekenland niet alleen wegens schulden uitgespuwd. De twijfel over Portugal en Spanje ligt aan meer gebonden dan aan hun overheidsschuld. Alle ontwikkelde landen zitten wereldwijd diep in het rood. Wat de sterke landen van de zwakke onderscheidt, is hun verondersteld vermogen om uit de schuldenput te groeien in de toekomst. De eurocrisis betreft niet zozeer de verkwisting van vandaag; ze betreft het economisch potentieel van morgen. Het gaat om de inschatting door de financiële markten van de vraag of een land in staat zal zijn om de besparingen die nodig zijn voor schuldafbouw, te combineren met meer economische groei.

Het echte falen van de euro is dus niet het amechtige Stabiliteitspact: het is de fameuze Lissabonstrategie van 2000, die tegen dit jaar de Europese Unie tot de 'meest competitieve en dynamische kenniseconomie ter wereld' moest maken. Lissabon is één grote desillusie geworden omdat te veel politici en burgers in de EU de prijs voor competitiviteit niet wensten te betalen. Te veel kiezers en belangengroepen verkozen de status-quo of bleven in ontkenning over de noodzaak tot hervorming van slecht draaiende arbeidsmarkten, uitdijende socialezekerheidssystemen, inefficiënte overheden, of ondermaatse industriële sectoren. Dat is de echte Griekse malaise die de hele eurozone in meer of mindere mate teistert, inclusief onze gewesten.

Onder kanselier Gerhard Schröder was Duitsland een van de weinige eurolanden die moeilijke hervormingen hebben aangedurfd. Mede daardoor is Duitsland vandaag een exportkampioen die profiteert van de enorme kansen van de globalisering. Maar in plaats van lof krijgt Duitsland kritiek voor zijn harde lijn. In plaats van het eigen wanbeleid te onderkennen, schelden Europese politici op de wolven in de financiële markten. Speculatie is een factor, maar de koolmijnramp is niet de schuld van de waarschuwende kanarie.

Het is hoog tijd om het Duitse voorbeeld te volgen. De klok tikt steeds luider. Structurele hervormingen moeten nu samengaan met besparingen, met een crisiserfenis van zwakke groei en hoge werkloosheid, en met de aanstormende vergrijzing. Nu zal moeten blijken of Europa nog de beslissingen kan nemen die voor de volgende generatie het verschil tussen vooruitgang en verval zullen maken. Dat is ook voor België de uitdaging. Dat wordt dé opgave na 13 juni. Daarover zou het hele verkiezingsdebat dus moeten gaan. Ons spiegelbeeld liegt niet.

Marc De Vos

Onze partners