29/04/13 om 11:08 - Bijgewerkt om 11:08

De ECB-regering van Enrico Letta

Italië heeft plots een regering. Dat heeft alles te maken met de desastreuze economische en financiële toestand van het land. Steun vanwege de ECB is dringend nodig.

Sedert eind 2011 weten wij er in België alles over. Als er aan een langdurige politieke impasse plots een eind komt, valt dat onveranderlijk toe te schrijven aan druk van buiten uit. De regering Di Rupo I kwam er omdat de rente op Belgisch staatspapier zodanig dreigde op te lopen dat onze publieke financiën helemaal onderuit zouden gaan. De vorming van de regering Letta I in Italië hangt nauw samen met het feit dat Italië snel nog meer afhankelijk zal worden van steun van de Europese Centrale Bank (ECB). Om die te krijgen moet echter aan enkele voorwaarden voldaan zijn.

Vorig jaar in de zomer bezwoer Mario Draghi, de Italiaanse voorzitter van de ECB, de goegemeente dat hij alles zou doen om de euro overeind te houden. Hij voegde daar aan toe: "Alles wat binnen ons mandaat valt" maar die opmerking ging niet enkel verloren, ze weegt ook niet echt zwaar. Vervolgens lanceerde hij, ondanks de publieke tegenstand van de Duitse Bundesbank, de OMT's (Outright Monetary Operations) via dewelke de ECB kan interveniëren ten voordele van landen binnen de eurozone die financieringsproblemen kennen. Eén van de voorwaarden om OMT's te activeren, bestaat erin dat landen die van OMT's willen genieten een herstel- en saneringsovereenkomst met de Europese instanties moeten afgesloten hebben. De urgentie voor de vorming van de regering Letta I is hier te vinden: enkel met een functionerende regering kunnen er vanuit Europa legitieme afspraken gemaakt worden waarop de ECB zich dan kan baseren om op een "gedekte" wijze de OMT's te activeren.

Dat er nood zal zijn aan hulp voor Italië staat buiten kijf. Met méér dan 2000 miljard euro aan uitstaande schuld (130% van het BBP) moet Italië enkel de VS en Japan laten voorgaan inzake omvang van overheidsschuld. Het land zit vandaag in een zware recessie. Eind dit jaar zal het BBP nog altijd 10% onder het niveau zitten bereikt voor de crisis begon (nl. in 2007). De werkloosheid stijgt snel en treft nu officieel 12% van de beroepsbevolking. 38% van de jongeren zit zonder werk. Die officiële cijfers zijn een groteske onderschatting van het reële jobprobleem in Italië. De overheid voert de tewerkstelling bij haar steeds verder op en nu al méér dan een half miljoen Italianen zitten in een speciaal werklozenstatuut dat hen niet langer als werklozen telt (de zg. cassa integrazione).

De huidige recessie valt nu al scherper uit dan die van de Grote Depressie-periode (1929-34). De voorbije vijf jaar klapten de private investeringen met 28% in elkaar, toen met 13%. Netto verloor de Italiaanse economie de voorbije jaren 31 000 ondernemingen. De industrie kromp met 24% in. In 2007 werden 2,5 miljoen Italiaanse wagens verkocht, in 2012 nog slechts 1,4 miljoen stuks, zijnde het volume gehaald in ... 1979. De bouwsector kromp vorig jaar met 14% tov 2011 en het aantal verkochte huizen zelfs met 29%.

Een dergelijke recessie zal ook in de nabije en iets verdere toekomst de publieke financiën blijven teisteren. Het begrotingstekort kwam vorig jaar uit in de buurt van de 3% van het BBP. Maar ook dit is een fictief cijfer. De Italiaanse staat betaalt vandaag nauwelijks haar facturen nog. Het bedrag van de reeds lang vervallen en nog altijd openstaande facturen ligt tussen de 90 en de 130 miljard euro. Andere overheden doen dit ook maar in Italië loopt het echt de spuigaten uit. Het is dus een understatement te stellen dat het reële begrotingstekort van Italië minstens 5% van het BBP hoger ligt dan de officiële cijfers weergeven.

De ECB kocht via directe interventies in 2011-12 reeds 102,8 miljard aan Italiaans papier op. Dezelfde ECB verstrekte via haar zogenaamd LTRO-programma 268 miljard euro aan middelen aan de Italiaanse banken. Het leeuwendeel van die 268 miljard ging rechtstreeks naar de financiering van de Italiaanse schatkist. Ook nog op andere manieren (het STEP-programma bijvoorbeeld) verstrekt de ECB bijkomende liquiditeiten aan Italië (en andere eurolidstaten).

Nu de regering Letta er is, kan er snel werk gemaakt worden van afspraken met Europa die dan weer aan de ECB toelaten om de financiering van Italië, de derde grootste economie van de eurozone, echt in de hand te nemen. Eén van de vele vragen die dit alles oproept, luidt: wat de ECB gaat doen als de regering Letta vroegtijdig valt? Gegeven de samenstelling van dit kabinet is dit een reëel perspectief. Maar, zoals de ervaring van de regering Di Rupo I leert, de schrik voor het armageddon is soms groot genoeg om een regering die als los zand aan elkaar hangt toch bij elkaar te houden.

Onze partners