27/06/12 om 14:37 - Bijgewerkt om 14:37

De complete onzin van het Duitsland-bashen

Iedereen is kwaad op Duitsland. De redenen die men aangeeft daarvoor slaan nergens op.

De complete onzin van het Duitsland-bashen

© Reuters

Er lijkt haast een complete consensus over te bestaan: dat er maar geen oplossing voor de slopende eurocrisis in zicht komt, is de schuld van de halsstarrige Duitsers. Op landen als Nederland en Finland na lijkt Duitsland-bashing de nationale hobby te zijn geworden van de elite in de andere eurolanden. Merkwaardig, want objectieve redenen voor die woede ten aanzien van Duitsland zijn er nauwelijks.

Wat wordt er Duitsland verweten? Heel bondig samengevat komt het er op neer dat Duitsland enorm van de euro geprofiteerd heeft en nu niet bereid is om naar de andere landen toe de nodige solidariteit te tonen. Het eerste argument hangt heel nauw samen met het feit dat Duitsland zich ontwikkelde tot by far de meest competitieve economie van de eurozone. Bij start van de euro in 1999 was Duitsland de zieke man van Europa: nauwelijks groei, hoge werkloosheid, deficit op de handelsbalans en aanzienlijke begrotingstekorten.

Vooral onder de socialistische kanselier Gerhard Schröder werd een beleid van sanering, flexibilisering en kostenmatiging ingezet en volgehouden. Tegen het midden van het eerste decennium van de 21ste eeuw was het duidelijk dat Duitsland haar amechtige sociaal-economische machinerie had omgebouwd tot een krachtig geheel. De groei nam toe, de werkloosheid daalde en de tewerkstellingsgraad nam zelfs spectaculair toe. Gunstige begrotingscijfers staken schril af tegen de realiteit in bijvoorbeeld Frankrijk.

Het argument dat Duitsland vegeteerde op de kap van de anderen houdt geen steek. Niks belette andere landen zoals bijvoorbeeld het onze om beleidsmatig naar Duits voorbeeld te handelen. Jamaar, hoor je dan, toch niet iedereen kan meer gaan exporteren? Sorry, naast de kwestie. Als andere landen zich qua competitiviteit even slagvaardig hadden ontwikkeld als Duitsland zou hun export wat groter geweest zijn en die van Duitsland wat geringer. Interne vraag volgt in het zog van inkomensopbouw gedreven door export. Economische groei is geen zero sum game: iedereen kan winnen en er qua welvaart op vooruitgaan.

Duitsland heeft zich een enorm competitief voordeel opgebouwd omdat de anderen het lieten gebeuren. Nu Duitsland er op aanspreken dat die competitiviteit exorbitant of oneerlijk is, roept het beeld op van de wielrenner die vindt dat zijn collega zeer onterecht de overwinning grijpt omdat hij meer en beter traint.

Het tweede onderdeel van het verwijt aan Duitsland is dat onze oosterburen meer solidariteit moeten tonen. Duitsland betaalt vandaag haar deel, bijvoorbeeld, in het kapitaal van de stabilisatiefondsen. De anderen willen méér, bijvoorbeeld eurobonds. In de huidige constellatie hieraan toegegeven zou willen zeggen dat Duitsland als meest kredietwaardige en financieel meest solide lidstaat van de eurozone onverkort mee borg gaat staan voor de schulden van anderen. Er bestaan heel goeie redenen waarom Duitsland daaromtrent zeer terughoudend is. De geloofwaardigheid van vele landen inzake het voeren van een saneringsbeleid is, zacht uitgedrukt, dubieus. En dus wil Duitsland via het Europese niveau controle en inspraak.

Neen, zeggen landen als Spanje, Italië en vooral Frankrijk: eerst solidariteit, dan eventueel meer inspraak. Het ligt er vingerdik op: deze landen willen de garanties van Duitsland open en bloot en voor iedereen benutbaar op tafel terwijl Duitsland geen recht heeft om zich ingrijpend met het beleid van die landen te bemoeien Hoe zou u, beste lezer, het vinden dat u uw credit card in brede circulatie moet brengen zonder dat u echt kan ingrijpen omtrent het gebruik van die kaart?

Duitsland wil een politieke unie met ondubbelzinnige, substantiële afstand van bevoegdheden aan Europa. Dat is bijzonder verstandig: alleen op die manier kan een monetaire unie duurzaam blijven bestaan. Zij die Duitsland vandaag zonder ophouden bashen, hebben een andere agenda, nl. (mis)bruik maken van de reputatie en de financiële en budgettaire slagkracht van Duitsland om niet te zeer in de eigen beleidsagenda's te moeten ingrijpen.

Johan Van Overtveldt

Onze partners