21/12/12 om 08:03 - Bijgewerkt om 08:03

De Catch 22 van onze regeerders

Van Trends-hoofdredacteur Johan Van Overtveldt in Boston.

De Catch 22 van onze regeerders

Onze regeerders staan voor grote uitdagingen. Voorlopig geven ze in hoge mate niet thuis. Onder meer om wat te lezen staat in het boek Why Nations Fail.

Politieke instituties en hun impact op de sociaal-economische gang van zaken in landen, daar gaat het in hoofdzaak om in het boek van MIT-econoom Daron Acemoglu en Harvard-politicoloog en -econoom James Robinson. Voluit luistert dit boek naar de titel Why Nations Fall. The Origins of Power, Prosperity and Poverty. In elk zichzelf respecterend jaaroverzicht van non-fictieboeken staat Why Nations Fail, een onwaarschijnlijk diep en breed uitwaaierend historisch fresco, zoniet op de eerste plaats dan toch minstens in de top drie. We spraken in Boston met Daron Acemoglu, de man van wie zijn MIT-collega Simon Johnson zegt dat "hij sneller aan onderzoek doet dan dat ik de resultaten van dat onderzoek kan verteren". In economenland staat Daron Acemoglu geboekt als een certitude voor de Nobelprijs Economie binnen, pakweg, vijf à tien jaar. Een voorsmaakje van dat gesprek, het volledige interview volgt na nieuwjaar.

Het boek van Acemoglu en Robinson heeft al wat te bieden voor wie tot een beter inzicht wil komen in de crisis die ons vandaag in Europa, België en Vlaanderen treft. Zoniet alle dan toch de meest prangende van die problemen zullen enkel maar tot een structurele oplossing kunnen gebracht worden als er zich opnieuw een periode van langdurige economische groei zou voordoen.

We denken dan aan pijnpunten als, bijvoorbeeld, de kosten van de vergrijzing, het blijvend gebrek aan jobs en de institutionele mankementen van de eurozone. Economische groei alleen gaat deze problemen niet de wereld uit helpen maar ze moeten aanpakken in een omgeving met beperkte of zelfs geen economische groei is zo goed als onbegonnen werk.

Economische groei heeft, zo is al tot in den treure herhaald, veel te maken met innovatie en vernieuwing. Daron Acemoglu: "Innovatie en vernieuwing komen echter zelden op een neutrale manier tot stand. Zoals Joseph Schumpeter het decennia geleden reeds gevat typeerde: innovatie en vernieuwing gaan nagenoeg steeds gepaard met creative destruction. Nieuw activiteiten of producten verschijnen maar komen geheel of gedeeltelijk in de plaats van bestaande activiteiten en producten. Gevestigde bedrijven komen in problemen, dienen in te krimpen of worden zelfs simpelweg van de kaart geveegd. Globaal winnen we als maatschappij steevast bij deze evolutie, voor sommige individuen en groepen is het echter inbinden geblazen".

Cruciaal, zo wijst de analyse van Acemoglu en Robinson uit, is de manier waarop de politieke overheid met het proces van creative destruction omgaat. Wanneer innovatie en vernieuwing ook zwaar gaat wegen op de politieke verhoudingen en meer bepaald de gevestigde waarden onder druk begint te zetten dan zal de geneigdheid van de politieke elite om dat proces af te stoppen of zelfs onmogelijk te maken hoe langer hoe acuter aan de oppervlakte komen.

In België en nogal wat andere Europese landen weten we daar alles van. De eerste reflex bij regeerders als zich een forse afslanking of een ganse sluiting van een belangrijke fabriek voordoet, is te proberen deze onprettige evolutie af te wenden. Subsidies allerhande vloeien dan meestal snel en rijkelijk.

Uiteindelijk blijkt het meestal slechts om een uitstel van executie te gaan want finaal zet de economische realiteit zich echter door. Denk Opel Antwerpen, denk Ford Genk, denk in vroegere tijden bij ons staal, scheepsbouw en steenkoolwinning.

Situaties zoals die hierboven beschreven hebben voor politici iets van een Catch 22. Wat ze ook doen, ze dreigen politiek gezien altijd in een verliessituatie terecht te komen. Ofwel draaien ze de subsidiekraan open en scoort men bij de bevolkig op de korte termijn maar verliest men op de langere termijn daar het jobverlies zich finaal toch doorzet en ondertussen een hogere belastingsdruk opgebouwd werd. Ofwel laat men het economisch aanpassings- en vernieuwingsproces haar werk doen en scoort men op de langere termijn daar nieuwe activiteiten tot ontplooiïng zullen komen maar verliest men op de kortere termijn. Of is het toch maar een schijn-Catch 22? De korte termijn-overwegingen domineren immers in de politieke besluitvorming. Vandaag blijkbaar meer dan ooit. Maar op een bepaald moment wordt wat gisteren nog de lange termijn was toch de korte termijn.

Onze partners