16/12/11 om 10:02 - Bijgewerkt om 10:02

De bruinebroodsweken van Bart De Wever

Het is voor geen enkele 'great communicator' gemakkelijk om te zwijgen, maar de vorige dagen was N-VA-voorzitter Bart De Wever wel present, en gebruikte hij soms heel grote woorden. Om de oppositie tegen Di Rupo I te leiden, of om zijn eigen situatie weg te bluffen?

De bruinebroodsweken van Bart De Wever

© ImageGlobe

'Alomtegenwoordig' was de voorbije weken een understatement als het om Bart De Wever ging. Ook al zoog de nieuwe regering zoals verwacht veel aandacht naar zich toe, die werd toch gedeeld met de belangrijkste oppositieleider en bekendste politicus van het land. Het ging daarbij niet alleen om hard politiek nieuws.

Bart De Wever zal samen met Bart Peeters als onuitgegeven duo aantreden in de eindejaarsspecial van 'De Pappenheimers'. Bart De Wever zal tegen Astrid Bryan spelen in 'Blokken'. Johan Vande Lanotte noemde Bart De Wever "een vriend", de Leuvense historicus Louis Vos roemde hem: "knap historicus". Zelfs in de betogingen in Matongé waren er Congolezen met bordjes: 'Ik stem voor Bart De Wever'. Bleek dat dit vooral bedoeld was om de PS en de MR te jennen: "Want die zijn de handlangers van Kabila" - en om het Belgische nieuws te halen, vanzelfsprekend: leer de geïntegreerde medemens de trucen van de Vlaamse foor niet. Het meest gewiekst was CD&V-senator Rik Torfs, die enige aandacht kreeg met zijn (overigens niet onverstandig) pleidooi om niet voortdurend op de N-VA en Bart De Wever in te hakken: "Breng de matig verdienstelijke medemens geen hulde door met hem in de clinch te gaan." En prompt kreeg Torfs zelf weer aandacht wegens deze alternatieve anti-De Wever-strategie.

Een spontane conclusie zou kunnen zijn: goed gedaan Bart. Weerom het nieuws beheerst. Onklopbaar in je soort. En reken maar dat zijn eigen achterban zo reageert. Het woord zegt het zelf: daarom is het ook een achterban; pas echt in zijn nopjes als het zich achter een (politieke) leider kan scharen. Niet rond hem, maar àchter. Het Vlaams-nationalisme bestond al voor De Wever en zal ook niet verdwijnen met hem, maar hij heeft het niet alleen een gezicht gegeven, maar ook herwonnen zelfvertrouwen, politieke macht, en een mogelijk grote toekomst, wegens ontzettend veel stemmen: in de peilingen bijna evenveel als alle andere partijen samen. De historicus heeft zijn plaats in de politieke geschiedenis al verdiend. Alleen is de vraag: welke plaats?

In eerdere interviews heeft Bart De Wever laten verstaan dat hij begrijpt dat hij zijn 'momentum' moet grijpen: een politicus stijgt boven zichzelf uit als hij gebruik kan maken van de dagen dat hij zich in een 'state of grace' bevindt. Die status is per definitie eindig. En als 'het' weg is, komt 'het' zelden nog terug: vraag het aan Steve Stevaert of Yves Leterme, De Wevers voorgangers als populaire stemmenkampioenen: ook zij dachten een poos dat ze de ware Vlaamse aard belichaamden.

En het is niet onterecht om op te merken dat voor De Wever stilaan een ander woord bedacht moet worden dan 'momentum' - zijn 'moment' duurt nu toch al een paar jaar, alleen blinden hebben het er nog over dat De Wever gemaakt is door 'De Slimste Mens'. Maar 'het moment' van pakweg Stevaert duurde, alles welbeschouwd, ook van 1994 (toen hij nationale bekendheid verwierf als de roodgroene burgemeester van Hasselt) tot 2005 (toen hij zonodig gouverneur van het sympathieke Limburg moest worden). Maar Stevaert heeft nooit dertig procent van de Vlaamse stemmen bijeengeharkt, zonder kartelformule bovendien: het draagvlak van De Wever is breder.

Zo breed dat de anderen gedoemd zijn om hem aan te vallen om niet zelf verpletterd te geraken. En die doen dat dus ook. Opvallend is natuurlijk de verbale krachtpatserij. De N-VA-voorzitter deed deze week niet onder voor Patrick Dewael de week voordien. In volle senaat beledigde hij zijn collega-voorzitters Alexander De Croo en Wouter Beke als "nuttige idioten voor de PS." Dat klinkt zeer goed, zeker voor die achterban van De Wever (Bart heeft het weer eens goed gezegd), maar de vraag is of zo'n onbeleefdheid ook de meer neutrale toeschouwer overtuigt. Zeker, de gemiddelde Vlaming kijkt vandaag net zo wantrouwig naar Wallonië als de gemiddelde Franstalige naar Vlaanderen, maar hij voelt nog altijd mee met de tragedie in Luik. Op een grootspreker als Jef Vermassen na, is er niemand die de moordpartij schokschouderend afdoet als een typisch product van de lakse Franstalige aanpak. (Om misverstanden te vermijden: dat laatste doet de N-VA ook niet. Zelfs Vic Van Aelst was behoorlijk genuanceerd op Terzake).

En de gemiddelde Belg zal de regering Di Rupo niet van bij de start beginnen uitschelden, maar dit kabinet op haar waarde taxeren. Het is trouwens al een poos geleden dat dat kon. Het is al van 2007 geleden dat het land er een weer een 'echte' regering heeft. Leterme I lag er in 2008 voor ze stond, en voortdurend hing de dreiging van de onvoltooide splitsing van BHV boven het kabinet. Dat gold ook voor het rust- en roestbrengende intermezzo Van Rompuy I, en Leterme II was het langste uitzonderingskabinet uit de Belgische geschiedenis sinds de Londense oorlogsregering van Hubert Pierlot.

In zekere zin is het natuurlijk opnieuw oorlog. Mondiaal dreigt er een financieel-economische oorlog op gang te komen, voorlopig nog tegen een onzichtbare vijand. En heel Europa en België in het bijzonder, moeten dringend aan hun strategische verdediging daartegen beginnen. Op Belgisch niveau woedt er een oorlog rond de staatsstructuur, al lijkt het er op dat Di Rupo I de vijandelijkheden, die Paars voor de verkiezingen van 2003 zo lichtzinnig had doen opflakkeren met haar kaduke hertekening van de kiesarrondissementen, voor het eerst in een decennium gepacificeerd krijgt. De Wever, zo blijkt uit zijn interventie in de senaat, hoopt deze staatshervorming in het parlement tegen te kunnen houden.

Daartoe bestaat een mogelijkheid. Alleen de splitsing van de kieskring BHV is tot in de meeste details doorgesproken, de rest is eigenlijk een raamakkoord dat de volgende weken en maanden concreet ingevuld moet worden, dus dat zal per definitie leiden tot spanningen groot en klein. Maar tegelijk is het geen zekerheid: De Wever bespeelde de Vlaamse publieke opinie met groot succes door erop te hameren dat 'ze' het niet kunnen: ze kunnen geen akkoorden sluiten, ze willen BHV niet splitsen, ze verlammen de goede werking van de instellingen. Dus, hierbij gedacht: afschaffen die handel. In het schoon Vlaams: splitsen. Het is een andere job om evenveel verontwaardiging los te weken tegen een regering die BHV wel splitst.

En kijk: een beetje onder de radar, vorige week: de N-VA zal tégen de splitsing van BHV stemmen. Opnieuw: de Vlaamse Volksbeweging juicht die onverzettelijkheid nu al toe, onder het motto 'liever geen compromis dan een slecht': in de oren van die lui zijn compromissen per definitie 'slecht', omdat ze ook al per definitie Belgisch zijn. Dat nochtans voor de N-VA cruciale nieuws bracht great communicator Bart De Wever overigens niet zelf uit. Hij liet de primeur van die boodschap, ongetwijfeld volkomen toevallig, aan Jan Jambon over.

De regering Di Rupo heeft nog een moeilijkere agenda dan de staatkundige: de sociaaleconomische. Normaal gezien zou het voor De Wever een cadeau moeten zijn: de regering van een Franstalige premier die de hardwerkende Vlaming pluimt. Alleen blijkt uit de cijfers dat deze regering ook van plan is de steuntrekkende Franstalige manu militari tot activiteit te dwingen. Vandaar ook het massale vakbondsprotest. Beweren dat dit kabinet Di Rupo aan de ketting van de Franstalige syndicaten ligt, krijgt De Wever aan niemand uitgelegd - op zijn eigen achterban na.

Het is ook niet comfortabel om tegelijk te pleiten voor een hardere aanpak (verbaal verpakt als 'we missen in deze begroting visie voor de toekomst') en tegelijk proberen te kapitaliseren op het sociale ongenoegen. Sociaal ongenoegen waar, paradoxaal, Open VLD bij te winnen heeft. Elke keer het ABVV of het ACW uithalen naar het "neoliberalisme", is dat voor de klassieke liberale achterban het sprekende bewijs dat Open VLD deze regering best blauw kleurde. Het is dus niet evident voor de N-VA. Ofwel moet de partij nog harder gaan inbeuken op Di Rupo I, aandringen op nog feller hak- en snijwerk.

Maar doe dat maar eens als, vlugger dan verwacht, allerlei regeringsmaatregelen bijzonder voelbaar zullen zijn in huishoudbudgetten van de gemiddelde Belg en dus de modale Vlaming. Ofwel moet de N-VA inderdaad protesteren tegen het inleveringsbeleid - dat kan nog door de kaart van de 'aantasting van de koopkracht' op tafel te gooien, maar dan steekt men Open VLD langs links voorbij. Hetgeen voor N-VA'ers een onnatuurlijk standje is, en daar bedankt een beetje aanhanger van Theodore Dalrymple voor.

Wat N-VA vooral niét moet doen, is herhalen wat men de voorbije weken zei: in het federaal parlement roepen dat er te weinig streng gehakt wordt in allerlei onnuttige subsidies, en in het Vlaams parlement moord en brand roepen dat de federale regering het lef heeft te snoeien in een aantal 'ecologische' premies. Omdat een nieuwe regering altijd tot nieuw zelfvertrouwen leidt bij de deelnemers aan de coalitie, werd de N-VA dit maal vanuit alle hoeken op het hypocriete van die opportunistische houding gewezen. En de verdediging tegen die kritiek was niet bijster overtuigend.

Vandaar dat zelfs een aantal N-VA-sympathisanten zich deze voorbije week heeft afgevraagd of De Wever niet best even zwijgt. Omdat de kans toch groot blijft dat dit kabinet sneller dan het Di Rupo lief is in de problemen komt over zijn eigen tegenstellingen. Die zijn intern (de politieke afstand tussen Franstalige socialisten en Vlaamse liberalen blijft akelig groot) en extern: de PS staat onder druk van de vakbond, Open VLD onder die van de hardwerkende en flink sparende Vlaming, en alle regeringspartijen onder die van de internationale financiële markten. En van N-VA. Dus waarom niet wachten tot de begroting nog dramatischer evolueert (wat al bezig is) en er weer nieuwe besparingen moeten komen, wat - andermaal - per definitie zal leiden tot spanningen groot en klein?

Of speelt er iets anders? Voelt Bart De Wever dat hij zich de luxe om te zwijgen niet kan veroorloven? Wil hij vermijden dat de wittebroodsweken van deze regering de prelude worden van iets wat op een politiek huwelijk leidt? Daarom geen huwelijk uit passie, maar soms is zo'n no-nonsense-relatie beter bestand tegen slecht weer dan liefde in lila. Voelt hij aan dat hij de achterban een hart onder de riem moet steken, dat hij de N-VA'ers moet voorgaan in de strijd, dat hij het niet zal dulden dat kerels als Patrick Dewael zijn project in gevaar brengen? Is hij daarom zo alomtegenwoordig? Is er toch sprake van enige bloedarmoede bij de N-VA: in de Kamer kon men niet anders dan luitenants als Jan Jambon en Ben Weyts de vuurlijn in te sturen. Dat leidt altijd tot media-aandacht (de N-VA is immers hot) en tot gespierde retoriek, maar met Ben Weyts is het altijd een beetje oppassen. In het Kamerdebat bleek voor de zoveelste keer dat de man moeilijk het verschil ziet tussen een parlementaire tribune en het free podium van de lokale TAK-afdeling.

En dan speelt er nog de persoonlijke factor mee. Het zoete succes van peilingen tot veertig procent zorgt her en der alvast voor overwinningsroes. Maar De Wever zelf is verstandig genoeg om te zien dat de volgende jaren cruciaal zijn voor zijn eigen toekomst. Het is een uitdaging in twee trappen. Volgend jaar in oktober is hij gedoemd om de Antwerpse gemeenteraadsverkiezingen te winnen. Zeker, het is nog geen uitgemaakte zaak of hij de N-VA-lijst zal trekken, maar een lijst die getrokken wordt door Liesbeth Homans, ho maar of die het kan halen van de stadslijst van Patrick Janssens. Zal De Wever zijn vriendin opofferen op het altaar van zijn eigen 'veilige keuze'? Verwacht de eigen achterban niet dat De Wever dat doet? Neen zeggen is bijna geen optie. Maar als hij de strijd inderdaad aangaat, heeft hij maar één optie: die te winnen.

Dat is haalbaar, maar dat is niet gegeven. Dat kan alleen als Bart De Wever (zéér) veel stemmen weghaalt van de meer dan dertig procent Antwerpenaars die in 2006 nog voor Dewinter en het VB stemde, en daarbij van Open VLD en CD&V (dus tegen de liberale en christendemocratische partijleidingen in), en ook bij de achterban van Janssens. En tegelijk zal Filip Dewinter vechten voor zijn eigen overleven, en in Antwerpen heeft hij daar meer kans toe dan elders in Vlaanderen. Zeker, ook Janssens heeft aan zijn linkerkant versterkte concurrentie te duchten - van Groen!, van de PVDA ook - maar een burgemeester speelt bij gemeenteraadsverkiezingen altijd een thuismatch. Zeker, ook Janssens kan best verliezen, net zoals Real Madrid onlangs opnieuw thuis verloor van (de nationalisten van) Barcelona. Dat kan. Maar niets is zeker. Niet voor Janssens, en niet voor De Wever.

Laten we even van een winnaarsscenario voor N-VA uitgaan, en De Wever die Janssens overtuigend verslaat. Wat dan? Hij kan dan natuurlijk een andere Antwerpse N-VA'er de sjerp geven, maar pikt de Antwerpenaar dat? Maar de combinatie van én het burgemeesterschap (van Antwerpen, niet van Hasselt, Leuven of Mechelen) én het partijvoorzitterschap, is dat haalbaar voor een mens? Politiek, maar ook fysiek? Een dubbele-fulltime (die van De Wever vandaag) combineren met nog eens een dubbele fulltime (die van Janssens): wie houdt zoiets vol? Maar de N-VA heeft De Wever natuurlijk nodig, zeker omdat in 2014 er mega-verkiezingen zullen zijn (als Di Rupo I voordien nog niet gevallen is): én Vlaams, én federaal, én Europees. De Wever als uitdager van Patrick Janssens en tegelijk van Elio Di Rupo. De kampioen van de N-VA vecht op alle fronten. Streep aan in de agenda: niet alleen in oktober 2012 in Antwerpen, maar in juni 2014 in Brussel is het ook voor Bart De Wever de dag van de waarheid. De dood of de gladiolen.

Is het daarom dat al tijdens de wittebroodsweken van Di Rupo de oppositieleider niet anders kon dan zijn tanden te zetten in wat voor hem ligt? Het zijn de bruinebroodsweken van Bart De Wever: werkmanskost. Ook wel te eten, maar toch al harder om kauwen.

Walter Pauli

Onze partners