Luc Baltussen
Opinie

07/02/12 om 15:04 - Bijgewerkt om 15:04

De Belgische context van het Bekaert-verhaal

Bekaert schrapt bijna een kwart van de banen die het multinationale bedrijf in België nog aanbood. Volgens ceo Bert De Graeve is dat niemands schuld en heeft de noodzaak om te herstructureren niets te maken met de Belgische context.

Zijn we in dit soort omstandigheden al snel geneigd om met een beschuldigende vinger naar de hoge loonkosten of de dure energie te wijzen? Niet doen, aldus de topman, die mede dankzij zijn VRT-verleden nog steeds op een ijzersterke reputatie kan bogen.

De West-Vlaamse wereldspeler moet gewoon constateren dat hij het product dat van 2010 een recordjaar maakte, sinds 2011 aan de straatstenen niet meer kwijtraakt. Twee jaar terug zat de sector van de zonnepanelen nog in een wereldwijde superboost. Om hun silicium op maat te snijden, deden de producenten massaal beroep op zaagdraad van Bekaert, die daar, weliswaar heel discreet, enorme winstmarges op boekte. Maar hoge winstmarges trokken uiteraard concurrentie aan, wat de prijzen drukte, en daarbovenop gingen overheden wereldwijd hun subsidies aan de zonnepanelen afbouwen, wat de vraag ondermijnde. In geen tijd zag Bekaert dus een sterke vraag en grote winstmarges evolueren naar overcapaciteit en ingestorte prijzen.

Slechts een heel klein stukje van dit economisch verhaal speelt zich in België af. Dat klopt. De Belgische werknemers waren trouwens nog goed voor slechts een kleine tien procent van het totale personeelsbestand van Bekaert. En ook in China sneuvelen er banen. Twee keer zoveel als bij ons.

Maar hoe zou Bekaert géén Belgisch verhaal kunnen zijn? Gaat het hier misschien niet over een van onze meest gereputeerde bedrijven, over een van de zeldzaam wordende parels aan onze industriële kroon? Gaan we nu weer lijdzaam toekijken hoe 'de wereldeconomie' onze bedrijven sluit en berustend 'de globalisering!' zuchten?

Wat Bekaert toont, is dat 'opportuniteiten' voor bedrijven vaak een kwestie van snelheid zijn. Wie over de juiste wapens beschikt - Bekaert had die - merkt sneller de gaten in de markt op én kan er ook meteen in springen. Dat kan heel lucratief zijn en veel mensen aan het werk zetten. Maar het kan ook snel verkeren. In een wereldeconomie waarin specifieke markten even snel verdwijnen als ze opkwamen, kunnen alleen uiterst innovatieve én flexibele bedrijven zich als een vis in het water voelen. De hamvraag is dus: willen wij dat onze overheid die innovatie en flexibiliteit ondersteunt?

'Het erge is niet dat je je job verliest. Het erge is dat je geen andere job kunt vinden.' Het ontschiet me even wie het zei. Maar voor die 609 mensen bij Bekaert is het nu wel de kern van de zaak. De Belgische context van het Bekaert-verhaal begint bij de vraag wat er met hen zal gebeuren. Blijven we vasthangen in de oude overtuiging dat iemand die vele jaren bij één bedrijf gewerkt heeft, ongeschikt is om nog elders aan de slag te gaan? Of vragen we het bedrijf rekenschap over wat het gedaan heeft met de innovatie- en opleidingssteun van de Vlaamse overheid? Overheidssteun voor opleidingen kan vooral zinvol zijn, als die de 'employability' van de werknemers ten goede komt. Dat wil zeggen: als het helpt om de werknemers naar een andere baan over te brengen, als dat nodig is. Nu, dus. Het spoor van de 'employability' staat haaks op dat van het brugpensioen op 52. Benieuwd welke van de twee vandaag doorweegt in 'de Belgische context'.

Luc Baltussen

Onze partners