Luc Baltussen
Opinie

10/04/12 om 10:07 - Bijgewerkt om 10:07

De bal van Hendrik Bogaert

Staatssecretaris Hendrik Bogaert heropent het indexdebat. Zijn voorstel is puur symbolisch, maar daarom nog niet zinloos.

Hendrik Bogaert (CD&V) vindt dat we dringend werk moeten maken - letterlijk, in de zin van jobs creëren - van het wegwerken van de loonhandicap die België heeft ten opzichte van Frankrijk, Nederland en Duitsland. Samen met de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) beraamt hij die handicap op 4,6 procent, en stelt hij voor om hem in vijf jaar tijd af te bouwen. Als werknemers vijf jaar na elkaar telkens een klein procent inleveren, is de klus geklaard. Een klein procent, afgetrokken van de inflatie van 3 procent, betekent dat de lonen nog altijd met 2 procent kunnen toenemen.

Studiediensten waar de vakbonden minder in de melk te brokkelen hebben, zoals die van de OESO of van de Nationale Bank, schatten de loonhandicap van ons land eerder in de buurt van 10 procent. Ten opzichte van onze belangrijkste handelspartner, Duitsland, is hij nog een stuk hoger. Bogaert stelt de klus van bij de aanvang dus al lichter voor dan hij is. In werkelijkheid is de economische uitdaging waarvoor ons land staat enorm: in tijden van substantiële besparingen en inleveringen moeten we toch op zoek naar economische groei en moeten we meer mensen aan het werk krijgen. Dat is een heksentoer. Een ogenschijnlijk redelijk en genuanceerd maar ook traag voorstel als dat van Bogaert wordt in dat licht wat lachwekkend. Een akkoord daarover zou economisch weinig (en veel te laat) aarde aan de dijk zetten; het zou enkel wat schoppen tegen de symbolische 'onaantastbaarheid' van ons indexmechanisme.

Maar ook symbolen hebben hun waarde. En de economische uitdaging is niet de enige die op ons bord ligt. Als enige in Europa houdt ons land halsstarrig vast aan een systeem dat weliswaar grote voordelen heeft voor de sociale rust, maar waarvoor we tegelijkertijd ook een hoge economische prijs betalen. Een prijs die in toenemende mate een probleem van sociale rechtvaardigheid veroorzaakt. Het indexsysteem beschermt namelijk alleen de loontrekkenden, maar de economische nadelen ervan worden gedeeld door iedereen. Maar voor de politiek, die deze afweging zou moeten maken, werkt de geur van heiligheid die rond het indexsysteem gecreëerd is, als een verlammend gif.

Behalve voor een economische, staat ons land dan ook voor de nog veel grotere politieke uitdaging om een democratische uitweg uit het immobilisme te vinden. Elk jaar opnieuw is er wel weer iemand die de deur van onze gevangenissen opentrekt en er onaanvaardbare wantoestanden aantreft. Elke winter opnieuw moet iemand aan de vooravond van de vriesnachten komen wijzen op levensbedreigende stoepslaperij. En terwijl welzijnsminister na welzijnsminister belooft de zaak grondig aan te pakken, worden de wachtlijsten in de zorg alleen maar langer en langer.

In die zin kan het voorstel van Bogaert een bal worden waarmee we dit land weer in beweging schieten - en die bal ligt nu in het socialistische kamp. Niet alleen omdat liberalen en christendemocraten de index altijd al ter discussie gesteld hebben en het bijgevolg alleen de socialisten zijn die het licht op groen kunnen zetten. Maar ook omdat het nu eenmaal een opdracht van socialisten is om erover te waken dat het opgeven van een symbool als de index de deur opent naar een betere verdeling van de welvaart, en niet slechts misbruikt wordt voor een platte neoliberale agenda.

Luc Baltussen

Onze partners