10/12/12 om 09:08 - Bijgewerkt om 09:08

De afwentelingsmaatschappij neemt over

Wat hebben Ford Genk, de eurocrisis, het sociaal overleg en de begrotingsproblematiek gemeen? Dat alle betrokkenen eerst naar anderen kijken voor de structurele oplossing van de problemen.

De afwentelingsmaatschappij neemt over

Vlaams minister-president Kris Peeters en zijn Waalse collega Rudy Demotte vonden mekaar naadloos tijdens het weekend. Ze vragen roerend eensgezind steun aan en initiatieven van Europa om de problematiek ontstaan naar aanleiding van de sluiting van Ford Genk in Limburg en van diverse nieuwe ondernemingsdebacles in Wallonië.

Het doet denken aan de refleks die we telkens zien opwellen bij de start van de federale begrotingsopmaak: doen de anderen, in casu vooral de gewesten, wel voldoende om de globale begrotingscijfers in orde te krijgen?

Eenzelfde refleks domineert ook het sociale overleg dat terug aarzelend op gang komt. Werkgevers en werknemers kunnen meestal slechts tot een akkoord komen als er vanwege de politieke overheden voor voldoende financiële middelen kan gezorgd worden om de diverse kloven te overbruggen.

Die afwentelingsmentaliteit typeert zeker ook de gang van zaken in het kader van de eurocrisis. De eerste reactie van landen die in de problemen komen, is de uitgestoken hand in de richting van de Europese instanties en van de meer kansrijke lidstaten. In het geval van Griekenland is dat voortdurend en op een vrij extreme wijze duidelijk.

In Europa gaat de afwentelingsstrategie echter verder dan de houding van individuele landen. De voorbije periode wentelde de gehele politieke klasse binnen de eurozone geregeld haar verantwoordelijkheid voor de crisis af op de Europese Centrale Bank (ECB). Oeverloze politieke discussies en een eindeloze reeks Europese tops brachten enige vooruitgang op het vlak van de budgettaire afspraken (de zogenaamde fiscal compact) en de bankenunie maar als afgewerkt kunnen deze opdrachten niet beschouwd worden. In het geval van de bankenunie dienden de betrokkenen de voorbije dagen zelfs opnieuw op reeds gezette stappen terug te keren.

De ECB houdt dezer dagen de eurozone drijvende. Sedert voorzitter Mario Draghi tijdens de afgelopen zomer van de daken schreeuwde dat hij en de ECB ten allen prijze de euro overeind zouden houden, zijn, meer dan ooit, alle ogen op de ECB in Frankfurt gericht. Een kunstmatig opgewekte rust kon daardoor ontstaan op de financiële markten. Niemand weet beter dan Draghi himself dat hij en de ECB absoluut niet bij machte zijn om de eurocrisis op te lossen. De monetaire autoriteiten kunnen tijd winnen voor de politici om hun ding te doen zoals het hoort. Er ontstaat daarbij echter een soort van Catch 22-situatie: telkens de ECB via concrete acties en/of straffe uitspraken en beloftes de zaken wat vergemakkelijkt voor de politici lijken deze laatsten terug luilekker onderuit te schuiven in hun zetels. De sense of urgency die absoluut aan de orde zou moeten zijn om het eurobeest nu echt te temmen, smelt dan als sneeuw voor de zon.

Afwenteling lost niks op. Dat blijkt duidelijk uit de gebeurtenissen in en rond de eurocrisis. Ook de voor de Belgische situaties geldt deze realiteit. De structurele gezondmaking van de federale publieke financiën is op de eerste plaats een kwestie van uitgavenbeheersing, niet in het minst in de ook nog altijd onder federale bevoegdheid vallende sociale zekerheid. Om het gat geslagen in het sociaal-economische weefsel van Limburg, en dat van Wallonië, te dichten, kan enige Europese steun natuurlijk welgekomen zijn maar zullen we toch allereerst zelf als Belgische, Vlaamse en lokale overheid de hand aan de ploeg moeten slaan.

En als het de bedoeling van het sociaal overleg is om de creatie van welvaart en vooral van jobs te bevorderen, dan zullen de vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers moeten ingrijpen in de werking van onze arbeidsmarkt. We denken dan vooral aan regelingen inzake, bijvoorbeeld, ontslagvergoedingen, arbeidstijden, arbeidsorganisatie, verloningsprincipes en trainings- en vormingsmodaliteiten. Een beetje geld kan daarbij helpen maar de ontwarring van de belangrijkste knopen vereist geen eurocent, enkel, bij wijze van spreken, vijf minuten sociaal-economische moed van alle betrokkenen.

De grenzen van de afwentelingsmaatschappij worden aangegeven door de grenzen van de budgettaire en monetaire mogelijkheden die ter beschikking staan. Gegeven de evolutie van de schuldgraad in nagenoeg alle Europese landen komt afwenteling van problemen vanuit individuele landen naar andere landen eigenlijk neer op het doorgegeven van de hete aardappel aan elkaar.

Iedereen dreigt er verbrande vingers en pijnlijke blaren aan over te houden. Bovendien rijst bij voortdurende afwenteling steeds nadrukkelijker het probleem van moral hazard: in de mate dat een afwentelingsstrategie nog verf pakt, zal vaak de motivatie in het afwentelende land of regio om de voorliggende problemen ten gronde aan te pakken subtiel wegebben. Waarom zelf pijnlijke maatregelen doordrukken als anderen de rekening toch (mede)betalen? Het Griekse drama is daaromtrent zeer illustratief, net zoals trouwens de voortdurende geldstromen vanuit Vlaanderen er in Wallonië voor zorgen dat politiek cliëntelisme blijft primeren op een ernstige aanpak van de alsmaar groeiende sociaal-economische problemen. Enkel op deze wijze kan de ruim vier decennia van voortdurende relatieve achteruitgang van Wallonië coherent uitgelegd worden.

De grenzen van het monetaire beleid om de gevolgen van een systematische afwentelingsstrategie te pareren, zijn theoretisch onbeperkt. Het moderne geldwezen is immers zodanig georganiseerd dat centrale banken zoals de ECB en de Amerikaanse Fed in principe ongelimiteerd geld kunnen drukken om interventies te doen en de gaten in het schip te dichten.

Dergelijke dichting is echter per definitie tijdelijk. Bij onveranderde koers ontstaat steeds meer het risico op nog veel grote gaten in de boeg van het schip. Het compleet lek slaan van het schip gebeurt meestal plots en voor de buitenwereld onverwacht. Niemand dan onze centrale bankiers zelf weten echter dat als zij alleen voor de bedwinging van de wilde zee en de veiligheid van het schip moeten zorgen dat moment van compleet lek slaan er hoe dan ook aankomt.

Johan Van Overtveldt

Onze partners