21/03/11 om 17:57 - Bijgewerkt om 17:57

Campagne tegen Khaddafi met de Franse slag

Wat het einddoel van de missie in Libië dan wel moet worden en wie de controle zal krijgen over de oliebronnen - het is allemaal nog onduidelijk. Dat er geen politiek doel werd geformuleerd dat ook militair haalbaar is, illustreert de Franse slag waarmee de campagne tegen Khaddafi werd aangevat.

Sommet de Paris pour le soutien au peuple libyen, samedi 19 mars 2011. Onder dit cynische opschrift namen afgelopen zaterdag in Parijs staatshoofden en ministers plaats voor de staatsiefoto.

Gesterkt door resolutie 1973 van de VN-veiligheidsraad hadden zij net een gewapend optreden tegen het Libische regime van Muammar Khaddafi ingezet. Het leek geen bezwaar dat sommigen onder hen tot voor kort de meest schimmige zaken deden met Khaddafi, een van de gevaarlijkste gekken die ooit een land heeft bestuurd.

Toch is Khaddafi vandaag niet gekker dan toen hij in 1969 met de Vrije Officieren voor Eenheid en Socialisme in Libië de macht greep. En zeker niet gekker dan toen de Amerikaanse president Ronald Reagan in april 1986, tot ongenoegen overigens van de rest van de wereld, Tripoli liet bombarderen als vergelding voor de door Khaddafi bestelde bomaanslag in een Berlijnse discotheek waar Amerikaanse militairen graag verpoosden.

De Fransen en de Spanjaarden, vandaag een en al oorlogszucht, sloten in die dagen hun luchtruim voor de Amerikaanse jachtbommenwerpers op weg naar Libië. En dat Khaddafi toen tijdig ontsnapte aan het bombardement van zijn residentie dankte hij aan de nadrukkelijke waarschuwingen van de Italiaanse socialistische premier Bettino Craxi en diens Maltese kameraad en evenknie Carmelo Bonnici.

Khaddafi werd later in Brussel enthousiast omarmd door voorzitter Romano Prodi van de Europese Commissie. De Libiër mocht letterlijk zijn tent opslaan in het midden van Parijs en werd hartelijk verwelkomd door president Nicolas Sarkozy die hem gauw wat Franse marchandise aansmeerde.

BBC-commentator Andrew Marr noemde het een beslissend moment in de strijd tegen het internationale terrorisme toen de Britse premier Tony Blair, met een sliert zakenlui in zijn zog, de betaalheer voor de moordende aanslag op een Pan Am-vliegtuig boven het Schotse Lockerbie, ging groeten in Tripoli. 'Tijd om die bladzijde om te slaan', heette het toen.

Vorig jaar werd Khaddafi met alle egards in Rome ontvangen om er samen met premier Silvio Berlusconi, vorige zaterdag krijgshaftig aanwezig in Parijs, de tweede verjaardag van het Italiaans-Libische vriendschapsakkoord te vieren.

De Italianen betrekken 500.000 vaten van de 1,3 miljoen vaten olie die dagelijks in Libië wordt opgepompt. Dat lijkt een kleinigheid vergeleken bij de 17 miljoen vaten die tankers dagelijks door de Straat van Ormuz meevoeren, maar de hoogwaardige 'zoete' Libische olie is wel vitaal voor de westerse oliebevoorrading.

Zolang Khaddafi de zowat 140 verschillende stammen die Libië feitelijk verdelen onder controle hield en de olieaanvoer garandeerde, werden zijn banden met de knettergekke Idi Amin van Uganda en met terreurbewegingen van allerlei slag op de koop toe genomen. Sterker nog: niet alleen Rusland en China maar ook Frankrijk, Duitsland, Spanje en uiteraard Italië hebben Khaddafi de afgelopen decennia voorzien van het wapentuig waarmee hij de eigen Libische bevolking laat beschieten.

Maar nu verstoort de aanhoudende onrust in het land niet alleen de internationale oliehandel. Het Libische olieplatform heeft door zijn ligging aan de Middellandse Zee ook een groot geopolitiek belang. Het wordt bijgevolg voor de westerse wereld uitkijken wie daar de macht overneemt. En daar zit nu de knoop.

De westerse inlichtingendiensten werden niet alleen verrast door de Arabische Lente in Tunesië en Egypte, ook de opstand tegen Khaddafi hebben zij niet zien aankomen. Zoals ze ook geen zicht hebben op de verdeelde Libische oppositie. Begin vorige week liep in Benghazi een bijeenkomst van de hoofden van de oppositiestammen, die hun steun moesten betuigen aan de Nationale Overgangsraad, bijna uit de hand.

Dat alles maakt de inzet van de militaire expeditie die afgelopen zaterdag werd ingezet bijzonder confuus. Temeer omdat de Fransen, die de feitelijke leiding namen van de operatie, maandag ineens te kennen gaven dat het uitschakelen van Khaddafi niet het einddoel is. Wat dat einddoel dan wel moet worden en wie de controle zal krijgen over de Libische oliebronnen - het is allemaal nog onduidelijk. Dat er geen politiek doel werd geformuleerd dat ook militair haalbaar is, illustreert de Franse slag waarmee de campagne tegen Khaddafi werd aangevat.

Maar, zo verdedigde de Amerikaanse president Barack Obama de geïmproviseerde actie in Libië: 'Wij kunnen niet lijdzaam toezien wanneer een tiran tegen zijn volk zegt geen genade te zullen tonen.'

In Bahrein, thuishaven van de Amerikaanse 5e vloot die de scheepsroutes door de Perzische Golf bewaakt, waar koning Hamad bin Isa al-Khalifa met de hulp van Saudische troepen lokale sjiitische demonstranten van de straat liet schieten, wisten ze niet wat ze hoorden.

Onze partners