Wat is een goede slaaf?

09/02/15 om 14:41 - Bijgewerkt om 14:40

Jerry Toner scheef vanachter het Romeinse masker van een zekere Marcus Sidonius Falx (= Zeis) een hoogst entertainende geschiedenis van het slavendom in de Romeinse oudheid.

Wat is een goede slaaf?

Spartacus (uit de gelijknamige tv-serie), de bekendste slaaf uit de Romeinse geschiedenis. © GF

Niks prettiger dan bij de neus genomen worden. De klassieke uitgeverij Athenaeum heeft kleppers uit de Oudheid weer levend gemaakt: Herakleitos, Procopius, Seneca, Suetonius, Empedokles, Apollonius van Rhodos ... Ach, zonder Athenaeum en Ambo zou het maar een dooie boel zijn in de Nederlandse (vertaalde) letteren.

Er is nu een scribent bijgekomen: Marcus Sidonius Falx - een passe-partout voor Jerry Toner, Brits Fellow aan het Churchill College in Cambridge, die zo de kans krijgt om een mentaliteitsgeschiedenis te hineininterpretieren van de laagste aller kasten: de slaven in het Romeinse Rijk. Falx betekent gewoon sikkel, zeis. Het ideale werktuig om vervormingen van de overgeleverde geschiedschrijving en historische vooroordelen weg te maaien. Wat niet met humor kan gezegd worden, is de waarheid niet, van die stelling gaat Toner uit. Hij prikkelt zijn lezers met een ingebeelde auteur zoals Stan Lauryssens de Noorse thrillerschrijver Sten Treland (De Lachende Eland) bedacht om zijn opdrogende inspiratie in een nieuw jasje te steken.

Geschiedenis van overwinnaars

Maar bij Toner is daar een gegronde reden voor. Hij is niet aan zijn proefstuk toe met zijn uitdagende kruistocht tegen de elitaire reconstructie van de geschiedenis. Want het is een wolfsklem voor elke studax van het verleden: geschiedenis is vrijwel altijd de geschiedenis van de overwinnaars. Vercingetorix en Ambiorix waren wellicht analfabeten, wij moeten het dus stellen met de eigendunk van Caesar en het nationalisme van Tacitus. Toner heeft in ettelijke werkjes geprobeerd een evenwichtiger imago van de Romeinse en Griekse samenleving uit te tekenen.

Wat is een goede slaaf?

© GF

Zo schreef hij werkjes als The Day Commodus Killed a Rhino, dat inging op de rol van de Spelen in Rome (en merkwaardig genoeg parallellen vertoont met het gedrag van de Russische president Poetin); 2.000 Greek Key Words (ook voor het Latijn deed hij iets soortgelijks); Homer's Turk (over het beeld dat de Grieken van het Nabije Oosten ontwierpen); en Roman Disasters. Zijn meest indringende werk, Popular Culture in Ancient Rome (2009), was niet meteen een werkstuk dat elke kenner in vervoering bracht. Het deed nog het meest denken aan de poging van Antoon Van den Braembussche tot een proletarische bijspijkering van de Belgische geschiedschrijving, of aan België, een Geschiedenis van Onderuit onder redactie van Jan Dumolyn en Tjen Mampaey.

Orakelspreuken

Indruk maakte Toner wel omdat hij verwaarloosde bronnen verwerkte, van orakelspreuken en bijgeloof tot de geestelijke gezondheid van de gemiddelde Romein of het belang van de zintuigen. Maar critici wierpen hem wel eenzijdige bronneninterpretatie voor de voeten, en een onbegrijpelijke veralgemening. In de tijd ziet hij blijkbaar geen ontwikkelingen in 600 jaar Romeinse samenleving, werpt John Aveline op in zijn bespreking van het boek voor de Bryn Mawr Classical Review (11/11/2010). In de breedte ziet hij evenmin beweging in de bestaande klassen, waardoor het boek zichzelf verengt tot "how the non-elite functioned and survived, what Toner portrays as en incredibly bleak existence". Ik denk dat Toners duiding van het dagelijks leven niet zo heel ver van de werkelijkheid lag.

Lachen in Rome

Toner is ook nooit te beroerd om als het ware gestolde maatschappelijke verhoudingen door te trekken tot de huidige samenleving. Het is prettig om te zien hoe twee kontroversiële klassici allebei plezier hebben van hun hoax. Toner strikte Mary Beard om het 'Voorwoord' te schrijven. Zij is een op zijn minst gezegd flamboyante dwarsligger in het koncert van hooggewaardeerde akademici. Beard schopte al keet door de 9/11-aanval op de Twin Towers als verdiende loon voor de Amerikaanse buitenlandpolitiek te bestempelen. Ze is een hardleerse feministe die tegen het Britse establishment in het schopte tot hoogleraar klassieke talen in Cambridge en aan de Royal Academy of Arts, fellow van Newnham College, en verantwoordelijke voor de klassieke rubriek in The Times. Net als Toner is ook zij gevat door de minder heldhaftige kanten van de Oudheid. Ze gaf onder meer een lessencyclus, en schreef een studie over Laughter in Ancient Rome.

Zij zet meteen de ironische toon in het Handboek Slavenmanagement. "Ik ben Marcus Sidonius Falx vóór dit boek nooit tegengekomen, maar ik ken zijn soort mensen wel" - het zijn de parvenus, ondernemers of voetballers van vandaag: "De Romeinen dachten over slaven na, maar dan op hun eigen wijze: hoe kon je ze onder controle houden, en hoe kon je er bij je vrienden het beste mee uitpakken". Vrouwen als WAGs, mannen als loonslaven. Pecunia non olet voor de puissant rijken. Het meest overtuigende van Toners betoog is dat hij stelselmatig terugvalt op denkers en auteurs uit de Romeinse tijd.

Cynisme van de stoïcijn

Falx zelf behoort niet tot die verspilzuchtige kaste. Hij is opgevat als de klassieke Romeinse évolué, van soldaat tot grondbezitter. Toner switcht zonder verpinken van zijn alter ego, de zorgzame rentmeester van nieuw verworven rijkdom en landerijen, naar de bedaarde kommentator van vandaag. Hij bedt de nuchtere handleiding over de omgang met slaven (inclusief nuttige tips over seks, taalgebruik, en de relatie meester-slaaf) in in onze hedendaagse kennis en filosofisch-sociale inzichten en verworvenheden. Zo ontleedt hij de onthechte benadering van Seneca ten aanzien van de vraag "Wat is een goede slaaf ?" Want "het gegeven dat mensen met Seneca's status nu onder keizers als Nero moesten leven, maakte het aantrekkelijk om slavernij als iets onbelangrijks te zien. Alle vrije Romeinen waren nu welbeschouwd de politieke slaven van de keizer". So far for stoicism, het cynisme kan nooit ver afgestaan hebben van de zelfkennis.

Ongemanierde Britten

In elf hoofdstukken ontrafelt Toner de positie van de slaaf in de huishouding en in de rijksgedachte: gebruik de roede, maar word niet hardvochtig; kijk uit bij de aankoop van een slaaf, Britten zijn ongemanierd en onbehouwen, "jonge Egyptische jongens daarentegen zijn uitstekend als huisslaaf" - en knapper en efebischer bovendien; haal het beste uit je slaven; sta met mate seks en voortplanting toe, maar discrimineer wel tussen de slaven onderling, en laat je voorzichtig verwennen; straf ze hard maar rechtvaardig, behalve weglopers, daar is geen genade voor; foltering is een gerespecteerde ondervragingstechniek.

Voorop staat altijd "bescherming van de Meester". Bij de minste twijfel daaraan moet je ingrijpen. Enige ontspanning mag, zeker tijdens de Saturnalia, maar verlies nooit uit het oog dat "het lot van een slaaf werken is". "Een slaaf moet altijd bedacht zijn op de noden van zijn meester, diens familie of diens vertegenwoordigers". Misschien het meest herkenbare hoofdstuk is "Denk om Spartacus !" - mogelijk ook omdat tegelijk de rauwe en bloedige reeks over de Tracische opstandeling op de meeste Europese TV-kanalen werd vertoond. Toner verbaast zich in zijn commentaar over de weinige revoltes die geboekstaafd zijn. Dan nog gaat het vaak om literaire conventies die vooral bedoeld zijn om de korruptie aan te klagen in hogere kringen. Maar "we moeten er ons voor hoeden dat we van de sociale relaties in Rome een drama maken, alsof er een permanente klassenstrijd was tussen de eigenaren en hun menselijk kapitaal". Quod non dus. Slaven vrijlaten moet bedachtzaam en karig gebeuren, het burgerschap is geen vodje papier (of wassen bordje). Je moet vooral voorkomen dat ze zich, eens vrij, aanmatigend gaan opstellen en zich je gelijke gaan voelen. Burgerschap, goed en wel, maar er blijven compartimenten. Met een apart stukje over christenen en hun slaven, rondt Toner zijn doorlichting van de Romeinse gedragskode af.

Het masker van zijn tweeledigheid als Janusauteur laat hij zonder schroom afvallen in het besluit, "Vaarwel !" "In onze tijd betoogt niemand nog, zoals Falx, dat slavernij aanvaardbaar of te rechtvaardigen is. Maar voor we onszelf op de borst kloppen over onze vooruitgang, is het goed te bedenken dat slavernij, ondanks de illegaliteit ervan in alle landen ter wereld, toch op brede schaal blijft bestaan". Ten minste 27 miljoen mensen, vermoedt hij, ongetwijfeld een ferme onderschatting als je nagaat hoe er met de indio's in Latijns-Amerika wordt omgesprongen, of hoe schaamteloos IS andersdenkenden, vooral vrouwen en kinderen, versjachert voor seks of als Chinees vrijwilliger om zichzelf op te blazen.

Maskerade

Vertaler Patrick De Rynck heeft zich allicht verkneukeld omdat hij mee mocht spelen in deze maskerade. Toners zeer leesbare didactische uitweidingen, met gepaste bibliografie, breken de gewenning die zou volgen op rechttoe rechtaan lektuur van de Falx-uiteenzetting. Ze scherpen zowel de relativering als de herkenbaarheid aan. Het is een mengvorm die uitermate geschikt is om droge traktaten om te zetten in een spannend verhaal, dat doet wat het moet: ut doceat, ut moveat, ut delectat - kennis bijbrengen, ontroeren, vermaken.

De echte drijfveer van het solide Romeinse systeem was niettemin argwaan. Want hoe gedienstig een slaaf ook is, wat hij ook onder martelingen bekent, "je kunt ze nooit helemaal vertrouwen". Ze beseften het niet, de Romeinen, maar eigenlijk hadden ze wel door dat de natuurlijke drang van de mens zijn vrijheid is. Wat in een despotisch bewind (of dat nu kapitalisme, stalinisme, of verlichte autokratie heet doet niet ter zake) tot over de grens van het verdraagzame wordt geduwd. Dan is het niet verwonderlijk dat Spartacus tot 70.000 gewapende aanhangers kon verzamelen. Dat er opstanden waren in Gallia (Caesar beweerde één miljoen gevangenen in slavernij te hebben gebracht) en in Gallia Belgica (Caesar moordde 60.000 Nerviërs uit). Wat is het verschil met Jordanië vandaag, nadat een piloot door IS levend verbrand werd ? De familie, de stam, de woestijnnomaden eisen genoegdoening met bloed. Want "al moet een bedoeïen een miljoen jaar wachten, zijn wraak zal er komen". Daar is geen handboek bij nodig. Beard heeft het pregnant samengevat: "Hoe anders zijn wij dan de Romeinen ?"

Tot terdood pijnigen

Toner heeft er wellicht spijt van dat hij in de verkeerde eeuw geboren is. Hij zou een perfecte Falx geweest zijn. Vraag is alleen hoe bot zijn zeis zou toegeslagen hebben, of hoe geslepen zijn sikkel zou gewet zijn. Al gaat Toners sympathie duidelijk uit naar getuigen die zich tegen wrede meesters verzetten. Met instemming brengt hij het verhaal van de onmenselijke Sassia, die drie slaven tot terdood liet pijnigen, en de getuigen zich afkeerden omdat het "niet langer ging om het ontdekken van de waarheid, maar om de slaven onware dingen te doen zeggen". En dat is een meester(es) van stand onwaardig. Wat meteen ook een directe kritiek is op de knevelarij van keizer Domitianus.

Dat Toner en Beard met instemming de gedachtengang volgen van Cicero is niet toevallig. Het gruwelverhaal van Sassia komt uit Cicero's Pro Cluentio. Net als Toner is Beard een grote voorstander van popularisering, vandaar ook haar televisiereeksen. Beard wijdde trouwens haar proefschrift (1982) aan de staatsgodsdienst in de late republiek, en steunde daarvoor op het werk van Cicero. De vroege christelijke kerk beschouwde Cicero als een "rechtvaardige heiden". Maar de paradox zit natuurlijk in de rolverschuivingen.

De kerk was zelf al een machtsinstrument geworden, en lijfde iedereen in die in haar leer bruikbaar werd geacht. En zo krijgt de kritiek van Aveline op Toners aanpak toch voet aan de grond: de terugblik op de Romeinse "beschaving" versteent, er komt een statisch, bevroren maatschappijbeeld naar voren. Maar liever een onderhoudende, veralgemeende inkijk in wat mee onze opvattingen heeft gevormd (en vandaag totaal veronachtzaamd wordt), dan een onleesbaar boek waarin voetnoten en nuanceringen het verhaal overwoekeren. Dat zal ongetwijfeld ook Toners bedoeling zijn geweest.

Marcus Sidonius Falx, Handboek Slavenmanagement. Amsterdam, Athenaeum/Polak & Van Gennep 2015, 224 blz.

Lukas De Vos

Onze partners