Voor de Digedags was Berlijnse Muur geen hinderpaal

29/02/12 om 09:54 - Bijgewerkt om 09:54

Johannes Eduard Hegenbarth, beter bekend als Hannes Hegen (°1925), was een bewonderaar van Hergé. Zijn stripfiguren werden al die tijd ongemoeid gelaten in de toenmalige DDR.

Voor de Digedags was Berlijnse Muur geen hinderpaal

Hegen was in de DDR de stichter van het stripmaandblad Mosaik, dat zijn inspiratie opdeed bij Hergés naoorlogse weekblad Le Journal de Tintin. Hegens helden heetten Dig, Dag en Digedag, strijders voor de goede zaak en altijd aan de kant van de eenvoudige mensen.

Mosaik verscheen vanaf 1955 maandelijks in Oost-Berlijn. Met een oplage van maandelijks 660.000 verkochte exemplaren was het de succesvolste strip in de communistische Oost-Duitse republiek. Bijzonder aan Hegens avontuurlijke stripfiguurtjes was dat ze zich ook na de bouw van de Muur vrij in West-Europa konden blijven bewegen. Ze reisden zonder enige belemmering naar Rome, Venetië en Parijs, steden waarvan de DDR-burgers achter hun muur alleen maar konden dromen. Geen wonder dat Mosaik verdacht was in de ogen van de autoriteiten, die echter lang lieten betijen omdat het maandblad zo extreem populair en lucratief was. Voor de DDR-burgers was het escapistische lectuur.

De naam van Hannes Hegen stond op elk titelblad van Mosaik, maar het magazine was het product van teamwerk. Net als Hergé verzamelde Hegen veel tekentalent in zijn studio, die gevestigd was in een afgedankte kazerne van Sovjetsoldaten in het Berlijnse Karlshorst. Dat bedrijfje was een kapitalistisch eiland in de communistische zee. Hegen speelde het klaar om elke maand een honorarium van 25.000 mark op te strijken, een enorm bedrag in een land waar een maandloon van 1000 mark al tot het plafond behoorde. Uit de correspondentie van Hegen blijkt eveneens dat hij Mosaik graag op hetzelfde grote formaat als de Kuifje-albums had zien verschijnen, wat niet lukte. Hegens strips werden gedrukt op slecht papier, waardoor de kracht van de originelen, die wel heel secuur op kwaliteitspapier waren getekend, grotendeels verloren ging.

Net als zijn Hergé legde Hegen een groot beeld- en tekstarchief aan om de historische tijdperken waarin hij zijn verhalen liet afspelen zo waarheidsgetrouw mogelijk te reconstrueren. Heimelijk maakte hij in bioscopen zelfs foto's van films die bepaalde plekken of onderwerpen in detail vertoonden. Die tekende hij dan na.

Hegen lag geregeld overhoop met de Oost-Duitse censuur. Uiteindelijk werd zijn bedrijf in 1975 feitelijk onteigend. Het laatste beeld van de Digedags laat zien hoe de drie kereltjes op een kameel in een fata morgana verdwijnen. Sindsdien hield Hegen op met tekenen en publiceren. Maar het magazine Mosaik heeft de DDR overleefd en is nog altijd erg populair. De helden heten voortaan Abrax, Brabax und Califax, die samen de Abrafxen vormen. Ze vonden een vrouwelijk pendant in Anna, Bella en Caramella.

Mosaik verscheen ook in vertaling, o.a. in Nederland, Finland en Hongarije.

Hegenbarth, die teruggetrokken in Karlshorst leeft, schonk in 2009 zijn archief, dat uit duizenden originele tekeningen bestaat, aan het Zeitgeschichtliche Forum Leipzig dat eruit geput heeft om een unieke tentoonstelling (meer dan 800 tekeningen, de tekentafel van Hegen en enkele toepasselijke DDR-voorwerpen) te organiseren die tot 13 mei in Leipzig te zien is.

Piet de Moor

Lees meer over:

Onze partners