Tom Holland - De weg naar Canossa

27/05/09 om 16:00 - Bijgewerkt om 15:59

Historicus Tom Holland schetst in De gang naar Canossa een prachtig panorama van de westerse revolutie rond het jaar 1000 die tot de moderne scheiding van Kerk en Staat heeft geleid.

Tom Holland
Geboren in 1968.

Was aanvankelijk een Britse literatuurwetenschapper. Debuteerde met fictie, maar werd pas beroemd toen hij wetenschappelijk verantwoord maar zeer meeslepend over belangrijke keerpunten in de westerse geschiedenis begon te vertellen, zoals in Rubicon (2003, over het einde van de Romeinse republiek), Perzisch vuur (2005, over de Grieks-Perzische oorlogen in de vijfde eeuw voor Christus) en nu in De gang naar Canossa (2008).

Tom Holland - De weg naar Canossa

De zogenaamde bestorming van de Franse Bastille in juli 1789 was aanvankelijk niet meer dan een storm in een glas water. Revolutionaire momenten in de wereldgeschiedenis krijgen immers meestal pas achteraf de grandeur die vandaag zo vanzelfsprekend lijkt.

Tom Holland, een Brits historicus, focust in De gang naar Canossa, een episch verhaal over de middeleeuwen, op een vergelijkbaar fait divers uit januari 1077. Hendrik IV, de toenmalige Duitse keizer, trok toen over de Alpen om er in de ijle sneeuwvlakte van het Noord-Italiaanse Canossa vergiffenis te gaan vragen aan paus Gregorius VII voor zijn eigengereide want politieke bisschopsbenoemingen.

Op die manier hoopte Hendrik de banvloek, die Gregorius een jaar eerder over hem had uitgesproken, ongedaan te maken en de stabiliteit in zijn keizerrijk te herstellen. Gregorius liet zich na drie dagen vermurwen en maakte de excommunicatie ongedaan.

So what? Holland neemt deze op het eerste gezicht kleinschalige historische gebeurtenis als uitgangspunt voor een grootschalig, spetterend verhaal over de middeleeuwen in het algemeen en de elfde eeuw in het bijzonder om zo te demonstreren dat vanaf 1077 de moderne tijd eigenlijk begint.

Voortaan gaan Kerk en Staat ieder apart volgens hun eigen interne logica functioneren, aldus Holland, en wordt de scheiding tussen het profane en het religieuze een onomkeerbaar feit: 'De pikante paradox is dat het idee van een seculiere samenleving uiteindelijk aan het pausdom is te danken. Voltaire (...), het multiculturalisme en het homohuwelijk: stuk voor stuk mijlpalen op de weg na Canossa.'

Deze prikkelende hypothese weet Holland met een al even prikkelende vertelstijl aan de man te brengen. Holland is immers niet alleen de klassieke geschiedschrijver van het grote gebaar en dito verbanden, maar ook van de sprekende details. Hij begint zijn synthese bij de val van het West-Romeinse keizerrijk in de vijfde eeuw, en eindigt bij paus Urbanus, opvolger van Gregorius, die in 1095 de eerste kruistocht op gang praatte.

Deze big sweep door zevenhonderd jaar geschiedenis hangt Holland op aan een dertigtal hoofdpersonages: van Pepijn de Korte en Karel de Grote tot Willem de Veroveraar, van de Noormannen die naar Rusland en Sicilië trokken tot de Omajjaden in Al-Andalus, van de Ottoonse keizers en abten van Cluny tot de eerste onbehouwen kasteelheren in het Franse Anjou, die er in hun ongebreidelde machtsdrang zelfs niet voor terugdeinsden om hun wettige echtgenote levend te laten verbranden.

Geweld en bloedvergieten zijn een constante in deze geschiedenis, maar evenzeer het kinderlijke verlangen van de machtigen om te kunnen worden gezalfd door het chrisma, de magische olie van het heilige sacrament die alleen door kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders kon worden toegediend.

Van Otto I in zijn strijd tegen de Oost-Europese barbaren tot Willem de Veroveraar in 1066 bij zijn gevecht tegen Harold: allemaal gebruikten ze op en naast het slagveld gewijde rekwisieten om hun macht te wettigen.

De centrale vraag is natuurlijk waarom zowel keizers als pausen zich sinds de elfde eeuw meer en meer op het eigen domein wilden manifesteren. Holland suggereert dat de apocalyptische visioenen vanaf het jaar 1000 in eerste instantie de pausen ertoe hebben aangezet om op hun strepen te staan. Het gevoel van in een eindtijd te leven was vanaf 1030 bijzonder groot.

De christelijke wereld verwachtte rond 1033 - duizend jaar na de dood van Jezus - het einde van de wereld en ook de moslimgemeenschap was er omstreeks 1032, vierhonderd jaar na de dood van Mohammed, niet gerust op.

Alleen is er in het islamkamp nooit een echte clash geweest tussen wereldlijke en religieuze macht en heeft de islam dus nooit een Canossa gekend, aldus Holland, en dus ook geen reformatie en secularisering.

Holland ontpopt zich met De gang naar Canossa tot de Britse evenknie van de grote Johan Huizinga en diens Herfsttij der middeleeuwen. Allebei brengen ze op hun manier nieuw, visio-nair licht in de donkere middeleeuwen.

Frank Hellemans

Onze partners