Sartre, Barthes en Malraux mogen weer roken

07/02/11 om 11:54 - Bijgewerkt om 11:54

Monsieur Hulot met een windmolentje in plaats van met zijn pijp in de mond? Ook in de literatuur richt de beruchte Loi Evin ravage aan, of niet?

Sartre, Barthes en Malraux mogen weer roken

Twintig jaar geleden, nog onder president François Mitterrand, werd in Frankrijk de beruchte Loi Evin gedecreteerd. Sindsdien mocht geen publiciteit voor tabak meer worden gemaakt. Daarvan werden niet alleen de levenden, maar ook de doden het slachtoffer. Zo leek het toch. De schrijver André Malraux, die rokend op een postzegel stond, werd de peuk postuum uit de mond gerukt. Hetzelfde lot onderging Jean-Paul Sartre, wiens gauloise niet meer tussen de lippen bengelde toen zijn portret naar aanleiding van een tentoonstelling in Parijs op een affiche werd geplaatst. Roland Barthes zonder sigaar? En wat dan met Serge Gainsbourg, die zijn paffer aansteekt met een bankbrief van 500 francs?

Zelfs Jacques Tati kreeg het in de rol van Monsieur Hulot te verduren. Op een reclamebord van twaalf vierkante meter had de peddelende oom geen pijp meer in de mond, maar een windmolentje in spetterende kleuren.

De socialisten, die de initiators waren van de antitabakswet, voelden zich stilaan onwel bij die gefragmenteerde beeldenstorm op Frankrijks rokende iconen. Daarom werd door Didier Mathus een amendement voor de 'culturele uitzondering' ingediend. Paffende beroemdheden zouden weer mogen, in naam van het culturele patrimonium. Een parlementaire adviescommissie gaf haar zegen aan het amendement.

Maar wat bleek? Zo'n amendement was helemaal niet nodig, aldus de nog altijd actieve Claude Evin, de vader van de antitabakswet. Dat was ook de mening van Sarkozy's minister van gezondheid Nora Berra. In geen enkel van de genoemde gevallen wordt de wet overtreden als Sartre & co rokend worden afgebeeld, aldus Evin en Berra. De ingrepen zijn volgens hen het resultaat van een verkeerde lectuur van de wet. De interventies anticiperen op een verbod dat nergens is uitgevaardigd.

Wat is nu echter het geval? Zelfs het windmolentje tussen de lippen van Jacques Tati is een geslaagde stunt van de tabaksindustrie, die naar almaar vernuftiger en subversiever middelen grijpt om de verbodsbepalingen te ondermijnen. Tati's pijp werd door het reclameagentschap opzettelijk verwijderd en vervangen door een windmolentje: een geniale, want spraakmakende zet. De antirokersbeweging moet nu samen met de gezondheidsminister en Claude Evin knarsetandend constateren dat de tabaksindustrie 'de reclame met propagandadoeleinden manipuleert'.

Blijkbaar had de socialist Didier Mathus dit allemaal niet door toen hij zijn amendement indiende. Hij heeft het nu wijselijk ingetrokken. De minister van Gezondheid heeft voorlichting beloofd. In een circulaire deelt ze mee dat foto's van beroemdheden niet meer gezuiverd hoeven te worden om legaal te zijn en dat de Franse cultuurgeschiedenis niet langer ten behoeve van gezondheid en hygiëne vervalst hoeft te worden.

Piet de Moor

Onze partners