Prins Charles steunde Salman Rushdie niet tegen fatwa

16/04/14 om 14:04 - Bijgewerkt om 14:04

Dat vertelt Martin Amis in het meinummer van Vanity Fair naar aanleiding van een herdenking van de fatwa tegen Rushdie en zijn roman 'De duivelsverzen'.

Prins Charles steunde Salman Rushdie niet tegen fatwa

Prins Charles stak zijn nek niet uit voor schrijver Rushdie. © Reuters

Amis en andere vrienden van Salman Rushdie, waaronder Ian McEwan, E.L. Doctorow en Stephen King, vertellen in Vanity Fair over hoe bevreemdend het dagelijkse leven van Rushdie werd nadat de Iraanse ayatollah Khomeini in 1989 een fatwa tegen hem uitsprak omwille van het zogezegde blasfemische karakter van zijn roman 'De duivelsverzen' uit 1988.

Ze getuigen ook over de uiteenlopende reacties in het Westen dat de vrije meningsuiting zo hoog in het vaandel draagt. De mate van steun die Rushdie kreeg, was uiteenlopend. Rushdie had heel wat moedige vrienden rond hem en voelde zich gevleid toen Graham Greene, toen beschouwd als de beroemdste schrijver van Engeland, hem op een middag in de prestigieuze Londense Reform Club lacherig toeriep: "Rushdie! Kom er bij zitten en vertel me hoe je erin geslaagd bent zoveel ophef te maken!" Op zich weinig gewichtige woorden van Greene, maar Rushdie vertrouwt Vanity Fair toe dat ze op een vreemde manier troostend waren.

Geen duivelsverzen, geen King

Dat niet iedereen even gul was in de steunbetuigingen ervoer Rushdies goede vriend Martin Amis tijdens een gesprek met de Britse kroonprins Charles op een feestje. "Hij zei - heel typisch, denk ik - 'Het spijt me, maar als iemand een ander beledigt in zijn diepste overtuiging, dan' blah blah blah... Ik antwoordde dat een roman nooit de bedoeling heeft iemand te kwetsen. 'De bedoeling is plezier aan de lezers te bieden,' vertelde ik hem. 'Een roman is in wezen een speelse onderneming en dit ('De duivelsverzen', nvdr.) is een uitgesproken speelse roman.' De prins ging er niet tegen in, maar ik veronderstel dat hij de volgende avond op een ander feestje opnieuw hetzelfde zou gezegd hebben."

Stephen King maakte zich dan weer druk om boekenketen B. Dalton, die van plan was toe te geven aan de druk. Met de fatwa werd namelijk niet alleen Rushdie bedreigd. Ook al wie het boek uitgaf, vertaalde of verkocht werd bedreigd met de dood. Voor King kon dit echter geen reden zijn om te capituleren. "Intimidatie mag boeken niet tegenhouden," vertelt hij Vanity Fair. Hij belde de CEO van B. Dalton met een ultimatum: "Verkoop je geen 'De duivelsverzen', dan verkoop je geen Stephen King." B. Dalton gaf King zijn zin.

Triest moment

Hoe bevreemdend het leven onder voortdurende bedreiging en de daaruit volgende media-aandacht voor Rushdie moet geweest zijn, blijkt uit een getuigenis van Ian McEwan. Rushdie was blijven slapen na een feest bij McEwan thuis. McEwan: "Ik herinner mij dat we de volgende ochtend, een typisch Engelse grijze ochtend, in de keuken stonden en hij was hoofdnieuws op de BBC. Alweer een figuur uit het Midden-Oosten had hem ter dood veroordeeld. Het was een triest moment, toen we daar boter op een toast stonden te smeren terwijl we naar dat vreselijk bericht op de radio luisterden."

Salman Rushdie leefde zo'n tien jaar ondergedoken en onder politiebescherming. Over deze tijd doet Rushdie relaas in de autobiografische roman 'Joseph Anton' uit 2012.

Jeroen Bert

Lees meer over:

Onze partners