Pol Hoste - De verzwegen Boon

10/02/11 om 11:14 - Bijgewerkt om 11:14

In 2009 was Louis Paul Boon dertig jaar dood. Pol Hoste werd bij die gelegenheid uitgenodigd om de jaarlijkse Boonlezing te houden. Uitvoerig als hij wel eens is, maakte hij er meteen een boek van: De verzwegen Boon, een uitgesproken Hoste.

Pol Hoste - De verzwegen Boon

Uitgeverij: Het balanseer, Aalst

Aantal pagina's: 162

Prijs: 19,95 euro

ISBN: 978-90-792-0208-9

Pol Hoste - De verzwegen Boon

Stilstaan bij de betekenis van Boon doet Hoste immers vooral op zijn eigen stappen terugkeren, naar een 'duisternis uit uw kindertijd' waarvan hij dacht dat hij ze naar zijn teksten verbannen had.

De vraag wie Boon werkelijk was, vormt zo een vehikel voor een reflectie over de context van Hostes eigen schrijverschap. Want 'uw eigen geschiedenis herdenken is het enige waartoe ge in staat zijt om Boon te herdenken. Dichter komen bij hem dan bij diegene die ge zelf zijt kunt ge niet.'

Dat is eerlijk, maar ook zelfbetrokken. Dient Boon hier om Hoste uit de verzwegenheid te halen, of brengt Hoste wel degelijk iets verzwegens over Boon aan het licht? Om dicht genoeg te komen bootst Hoste alvast Boons idioom na: een ge-vorm die zowel spreektaal als zelfreflectie suggereert. Dat is hachelijk, omdat zoiets algauw op een goedkope toe-eigening van Boons meesterschap lijkt. Maar Hoste komt er prima mee weg. Het maakt zijn tekst open, zijn dialogen vrij geestig en volks.

Problematischer is het fictieve kader dat hij rond zijn lezing weeft. De lezer wordt meegenomen naar het feestje in Aalst waar Hoste moet spreken en waar voor de gelegenheid ook enkele doden van de partij zijn: Boons vrouw Jeanneke, bijvoorbeeld.

Het gevolg is dat grote delen van het boek in een oeverloos gesprek verzanden waarin Boon hooguit zijdelings ter sprake komt. Er worden wel relevante topics aangesneden (Vlaanderen, literatuur en politiek, het schrijverschap vandaag), maar Hoste is te associatief om op iets in te gaan, te meta om pertinent te zijn.

Dat verandert zodra het over Rosa Michaut gaat, een communiste die Hoste als dertienjarige ooit op bezoek bij Boon meenam. Zijn beeld van de zwijgzame Boon herinnert hem aan de kritiek die de communisten en liberalen uit zijn jeugd op Boon hadden en die hemzelf heeft doen zwijgen.

Daar licht iets op van het inspirerende raadsel dat Boon blijft. Alleen is achteraf niet zo duidelijk wat Hoste erover ontsluierd heeft.

Tom Van Imschoot

Onze partners