Over het ongeluk een Griek te zijn

24/02/12 om 12:14 - Bijgewerkt om 12:14

Het gelijknamige, ondeugende boekje van de Griekse filosoof Nikos Dimou is ondertussen 35 jaar oud, maar van een flitsende actualiteit.

Over het ongeluk een Griek te zijn

'Over het ongeluk een Griek te zijn' van Nikos Dimou moet elke uitgever het water in de mond doen lopen. Wanneer wordt het vertaald?

'Andere volkeren hebben instellingen, wij hebben luchtkastelen,' is een vaak geciteerde uitsmijter uit het werkje van Nikos Dimou, een Griekse filosoof die in zijn land wordt geacht en verguisd. De schrijver danst graag op zere tenen. Maar zijn boek, dat nog onder het kolonelsregime ontstond, was dertig jaar geleden in Griekenland een bestseller en is dat nu nog. Voor wie Griekenland wil begrijpen is het incontournable, zeker dezer dagen, nu Griekenland behandeld wordt volgens het devies: operatie geslaagd, patiënt overleden.

Griekse nationalisten hebben aan Dimou meer dan één broertje dood. Ze haten hem omdat hij schreef: 'De Grieken zien hun staat alsof die nog altijd een Turkse provincie is. Ze hebben gelijk.' In dezelfde trant is: 'We haten onze buren omdat we op hen gelijken.'

De Griekse orthodoxe kerk was razend voor de zin dat ze trouw en vol overgave vele heren heeft gediend, 'alleen de Ene niet'. Ook voor het ongezouten: 'Andere volkeren hebben een religie. Wij hebben popen.' En verder meent Dimos dat de Grieken een volk zonder gezicht zijn: 'Niet omdat we geen gezicht hebben, maar omdat we het niet wagen in de spiegel te kijken.' Dat komt omdat de Grieken aan een dubbel nationaal minderwaardigheidscomplex lijden, dat op zijn beurt bijna Heideggeriaans teruggaat op ruimte en tijd: 'Het ene in de tijd - tegenover de voorvaderen. Het andere in de ruimte - tegenover de Europeanen.'

Zelf beschouwt Dimou zijn boek als een filosofisch-satirische meditatie over het lot der Grieken. Zijn voornaamste these is dat weliswaar alle mensen ongelukkig zijn omdat ze nooit al hun wensen kunnen vervullen (vooral niet die van de onsterfelijkheid), maar dat Grieken het ongelukkigst zijn omdat die kloof tussen wens en werkelijkheid nergens wijder gaapt dan in Griekenland. Dimou, die het eigenlijk toch goed meent met zijn landgenoten, verwerpt de these dat de Grieken lui zijn: 'Het probleem van de Grieken is niet dat ze niet werken. Ze werken heel hard. Alleen slagen ze er niet in te produceren.'

En verder worden de Grieken verteerd door zelfhaat en zijn ze mensen met een geheime missie: 'Het wonderbare land, dat ons werd toebedeeld door het lot, zo doeltreffend mogelijk te vernietigen. Diep in ons geloven we dat we het niet waard zijn in zo'n mooi land te leven. Daarom proberen we het naar onze standaard te modelleren, naar ons niveau. Daarom stoppen we het vol met afval en cement. Hoe Europees zijn we dus? Wie zijn we eigenlijk? De Europeanen van de Oriënt of de Oriëntalen van Europa?'

Piet de Moor

Onze partners