Ophef rond Debray's 'Brief aan een Israëlische vriend'

21/05/10 om 12:28 - Bijgewerkt om 12:28

Régis Debray publiceerde zopas zijn 'Lettre à un ami israélien'. Zijn vroegere Joodse vrienden reageren verontwaardigd.

Ophef rond Debray's 'Brief aan een Israëlische vriend'

Régis Debray, ooit de compagnon van Che Guevara en adviseur van de presidenten Allende (Chili) en Mitterrand (Frankrijk) heeft bij Flammarion een nieuw boek gepubliceerd: 'Lettre à un ami israélien'.

Daarmee heeft hij zich de woede op het lijf gehaald van Claude Lanzmann, de maker van de film 'Shoah', ooit een vriend van Debray. Lanzmann zorgde ervoor dat de eerste geschriften van Debray in 'Les temps modernes' werden gepubliceerd. In een pas verschenen gesprek met 'Le Point' noemt Lanzmann het nieuwe boek van Debray conventioneel, conformistisch en opportunistisch. 'Debray est totalement dans l'air du temps,' aldus Lanzmann, die zijn ex-strijdmakker verwijt dat hij alle anti-Israëlische gemeenplaatsen die de media beheersen op elkaar stapelt. Het schelden op Israël is volgens Lanzmann een Pavlov-reflex van de mainstream geworden.

De uitval van Lanzmann wekt geen verbazing, want in het boek van Debray staat hij zelf in de beklaagdenbank. Volgens Debray regisseert Lanzmann de Franse shoa-cultus zo radicaal dat elke kritiek op Israël onmogelijk geworden is. Lanzmann gaat akkoord met Debray's constatering dat de Franse Jood de 'chouchou' van de republiek is en dat Joden een belangrijke rol spelen in het economische en intellectuele leven van de Franse republiek, maar het gaat te ver om daaruit af te leiden dat er een Joodse macht bestaat die haar wil oplegt aan Frankrijk.

Lanzmanns conclusie is dat Debray er verkeerd aan doet om zijn boek een titel te geven die herinnert aan de 'Lettres à un ami allemand' van Albert Camus (geschreven tijdens en gepubliceerd na de Duitse bezetting). Volgens Lanzmann ging Camus destijds helemaal tegen de tijdgeest in, terwijl Debray juist met de stroom mee zwemt. Lanzmanns slotsom over Debray's kennis van Israël: 'Il n'y comprend rien.'

Ook van de Franse historicus Jean-Christophe Rufin, lid van de Académie Française en ambassadeur in Senegal, krijgt Debray een veeg uit de pan. Debray had Rufin in zijn geschrift verweten dat hij het antizionisme strafbaar wilde maken. Maar Rufin bestrijdt dit en zegt dat hij ooit wilde onderzoeken hoe het komt dat sommige jongeren de Israëlische staat met de Duitse nazi-staat vergelijken, de Israëlische leiders met Hitler en de Palestijnse kampen met Auschwitz. Hier wordt de grens tussen opinie en misdaad overschreden, aldus Rufin, die eraan toevoegt dat men in de landen waar hij verblijft boeken met titels als 'Israël, het Derde Rijk' haast openlijk in de handel te verkrijgen zijn. Rufin: 'Zou Debray ermee akkoord gaan als deze boeken in de supermarkten naast zijn laatste boek opgestapeld zouden liggen?'

In dezelfde zin liet de Israëlische diplomaat en historicus Elie Barnavie zich uit in een antwoord dat overigens in Debray's boek is opgenomen: 'Tot 1967 heeft de shoa-religie - overigens als anti-imperialistische ideologie - Israël gebaat'. Maar nu is dat juist omgekeerd, aldus Barnavie: 'Men herinnert aan de dode Joden om de levende Joden nog meer te vernederen. Doen wij de Palestijnen niet aan, wat Hitler met ons deed?'

Piet de Moor

Lees meer over:

Onze partners