Peter Terrin
Opinie

10/11/10 om 11:08 - Bijgewerkt om 11:08

Olympia Regina de Luxe (1982)

Peter Terrin gaat op zoek naar meer focus en tikt voor 5 euro in Lichtervelde een typemachine op de kop.

Olympia Regina de Luxe (1982)

Op een dag in het niet zo verre verleden nam ik een drastisch besluit. Voortaan zou ik met een typemachine schrijven. Aan de basis van deze beslissing lagen een milde vorm van internetverslaving, acute informatiemoeheid, de multitaskterreur en chronisch tijdsgebrek. Ik had nood aan focus. En een typemachine kan maar één ding: typen.

Op zoek naar een machine, mijn eerste, kwam ik terecht in een gehucht even buiten Lichtervelde. Op een tweedehandssite had ik een Olympia Regina de Luxe opgemerkt. Op het kleine fotootje een geopende zwarte koffer met daarin een witte machine. Als een parel in een oesterschelp. De vraagprijs bedroeg 5 euro! De site barstte van de typemachines, alle spotgoedkoop. De Regina, zo wist een goede, onderlegde vriend uit Nederland mij te vertellen, was een nazaat van de beroemde SM9, al sedert eind de jaren zestig de geliefkoosde machine van Paul Auster. Don DeLillo schreef dan weer met een Olympia SM3. Aan de andere kant van de Atlantische oceaan waren Olympia's bijzonder gegeerd. Ik hoefde slechts naar Lichtervelde te rijden.

Ik liet me navigeren naar een bungalow uit de jaren vijftig, eenzaam tussen drassige weiden en kale akkers. Op het gazon voor het huis stond een zilverberk. Aanbellen hoefde niet, de vrouw had mij zien aankomen; hier reden alleen tractoren. Ze had een badjas om, een grauw, uitgeleefd geval. Ik hoopte met een aan bidden grenzende intensiteit dat het niet het soort ontmoeting zou worden waarbij een badjas onverhoeds openvalt.

De koffer stond in het inkomhalletje. De vrouw keek verwonderd toen ik vroeg of ik de machine even kon testen. Ja, fronste ze, dat kan. Vier identieke bruine deuren met vergulde klinken gaven uit op het halletje. Hier? vroeg ik. Op de vloer? Ga je gang, zei ze. Toen ik hurkte, rook ik toiletverfrisser. Ik draaide een A4 in de machine en hoorde ergens in het huis afgrijselijk hoesten, een oude man. Ik heet ook Regina, zei de vrouw. Ik heb deze machine van mijn vader gekregen, op mijn Vormsel, in 1982. Ik was er eerst. Toen kwam de machine. We keken beiden naar de Olympia. Boven de zwarte letters van de merknaam had iemand harkerig de prijs genoteerd met een blauwe markeerstift. Onmogelijk te verwijderen.

Ik vertelde haar dat ik geen verzamelaar was, maar een schrijver: ik zou de machine dagelijks gebruiken. Vandaar het testen. Ze vroeg waarover ik schreef, en ik antwoordde: Over alles. Misschien wel over onze ontmoeting. Later. Ooit. Dan moet er wel eerst iets gebeuren, zei Regina. Anders heb je geen verhaal. Onder haar badjas zag ik dik, zwart haar op haar scheenbenen, dat als een legging abrupt ophield bij haar groenbeaderde enkelgewrichten. Of zou je er zomaar iets bij verzinnen, vroeg ze streng. Iets dat nooit is gebeurd? Ik haalde mijn schouders op, durfde niet te antwoorden. Toen zei ze: Deze machine is behekst. Wat je erop typt wordt werkelijkheid. Niet alles - sommige dingen. Je weet het nooit vooraf. Daarom moet ze het huis uit.

Buiten klonk het hese gekras van een uitzinnige kraai. In het hamermandje van de Olympia lagen opvallend veel Tipp-ex-schilfers, alsof iemand voortdurend had moeten corrigeren.

Zo'n verhaal, zei Regina, wat denk je? Ze lachte een beetje. Niemand zal het geloven... Dat weet je toch? Behekste machines? Daar kom je niet mee weg... Ik mag hopen dat je een betere schrijver bent dan dat.

Ik verzekerde haar dat het nooit bij me zou opkomen om over een behekste typemachine te schrijven. Een machine is een machine. Ik zou het bij een andere schrijver behoorlijk wanhopig vinden, zei ik. Bij het woord wanhopig hoorde ik opnieuw het hoesten ergens in huis, dat op een nogal verontrustende manier ophield. Regina glimlachte en toonde mij haar handpalm. Ik was in de war, en net toen ik haar erg warme en vochtige hand aanraakte om die te schudden, zei ze: Vijf euro.

Uit het zicht van de bungalow parkeerde ik langs de weg en opende mijn koffer. Twee meter bij me vandaan rukte een koe met een bleke tong krachtig plukken krakend gras uit de grond. Ik dacht aan Paul Auster in zijn huis in Brooklyn, New York, aan zijn werkkamer op de vierde verdieping, zijn bureau. Ik wist dat ik geen keuze had. Ik draaide het papier uit de Regina de Luxe en las wat ik in het halletje, bij wijze van test, getikt had.

Peter Terrin

Onze partners