Benno Barnard
Benno Barnard
Lees hier de columns van de Nederlandse dichter en essayist Benno Barnard.
Opinie

17/01/11 om 11:24 - Bijgewerkt om 11:24

Ode aan getrouwd gebleven vrouwen

In dit gedichtenschrift buigt ongescheiden vader Benno Barnard zich over een bijzonder huwelijksgedicht van de ongetrouwd gebleven Emily Dickinson.

She rose to his requirement, dropped
The playthings of her life
To take the honorable work
Of woman and of wife.

If aught she missed in her new day
Of amplitude, or awe,
Or first prospective, or the gold
In using wore away,

It lay unmentioned, as the sea
Develops pearl and weed,
But only to himself is known
The fathoms they abide.

Emily Dickinson
Uit: 'The poems of Emily Dickinson' (Harvard University Press, 1999)

*

Ze volgde zijn verlangen, schoof Haar speelgoed aan de kant En nam het eerbaar werk van vrouw En moeder zijn ter hand. Miste zij in haar nieuw bestaan Vervulling, eerbied, of Een horizon, en werd het goud Van het gebruiken dof, Dan bleef dat onbenoemd - de zee Kweekt parelen en wier, Maar weet als enige hoe zwaar Dat water op hen weegt.

Vertaling B.B.

*

Emily Dickinson: 1830-1886. Naar het huis in Amherst, Massachusetts, waar ze haar hele leven heeft gewoond, heb ik ooit een bedevaart ondernomen. In die negentiende-eeuwse kamers hing boven het meubilair de ragfijne substantie van gestorven tijd, achtergelaten door een grote dode - en voor de zoveelste maal in mijn leven zou ik mijn auto graag geruild hebben tegen een veel subtieler apparaat, dat de stemmen van vroeger zou kunnen registreren.

Over haar leven is alles en niets bekend: ze is ongetrouwd gebleven, refereert in haar korte gedichten dikwijls aan een geliefde, maar in biografische zin is ze een schim - haast alles is speculatie. Wat we zeker weten is dat ze haar kamer in dat grote huis nauwelijks uitkwam, en dat ze tijdens haar leven precies zeven gedichten heeft gepubliceerd, terwijl ze er 1789 heeft geschreven. Ze zijn nog altijd verbluffend modern, in hun vorm tenderend naar rijmloosheid, in hun inhoud onze verre ziel peilend als een sonde een planeet.

Dit gedicht beschrijft het lot van een of de getrouwde vrouw - de weemoedig geneuriede kritiek op de gedeweeheid van de heldin maakt het heel geschikt als pamflet voor de vrouwenbeweging (als die nog bestaat). Maar Dickinson is te zeer een dichteres om werkelijk een pamflet te schrijven. Wie zegt dat ze die parels en dat zeewier niet als onmisbare artikelen in dit ondermaanse beschouwt; en het gewicht van het huwelijk, de zwaarte van het getrouwd zijn, als een natuurkundige noodzakelijkheid? Iets in de geest van Hölderlin:

Denn schwer ist zu tragen Das Unglück, aber schwerer das Glück.
Maar wat weet ik ervan. Ik ben een vogel, geen ornitholoog.In elk geval weet ik wel iets van het huwelijk.

Ieder revolutie maakt tabula rasa van de geschiedenis, maar die van 1968 (het spijt me dat ik daar weer over moet zaniken) heeft ook het onderwijs in de geschiedenis afgeschaft. In dezelfde periode werd het huwelijk een verdacht relict van de burgerlijke maatschappijopvatting. Ik zal uitleggen wat het verband is. De revolutie grijpt weliswaar in de geschiedenis plaats, maar haar grondstof is de mythe. De revolutionaire categorie in het brein is romantisch van aard, zij verheerlijkt de lust die haar voortdrijft, en alle lust wil eeuwigheid, zoals we van Zarathustra weten. Het huwelijk daarentegen is een historisch verschijnsel: het maakt deel uit van de geschiedenis en geeft haar tegelijkertijd vorm, via die eigenaardige kleinburgerlijke gewoonte om kinderen dingen te leren: overgeleverde wijsheid (ook als die van dode blanke mannen afkomstig is), onregelmatige werkwoorden, religie, geschiedenis...

Veel daarvan hebben we gedurende drie generaties leren minachten, tot we de ergste graad van minachting hadden bereikt: de onwetendheid. Het huwelijk moest niet alleen kapot omdat het burgerlijk, achterhaald en christelijk was, maar vooral omdat het historische karakter en de conserverende werking ervan als contrarevolutionair werden aangevoeld (meer aangevoeld dan ontmaskerd).

Op gevaar af dat ik begin te klinken als Flauberts 'Dictionnaire des idées reçues' - 'TIJDPERK (Het onze). Tegen tekeergaan. Klagen dat het onpoëtisch is. Het een tijdperk van overgang noemen, van decadentie' - beken ik op deze plaats dat ik het relatieve verval van het huwelijk in onze cultuur betreur. Zelfs Flaubert, wiens windmolen het huwelijk was, die burgerlijkste van alle instellingen, vroeg zich uiteindelijk af of dat paartje met de kinderwagen in het park niet toch gelijk had en hij ongelijk.

In de voorbije veertig jaar hebben we onszelf leren wijsmaken dat 'zelfverwerkelijking' het nec plus ultra van het menselijk geluk is; en op een of andere laat-kapitalistische manier is die denktrant verweven geraakt met ons consumptiegedrag. 'Partners' - het woord komt niet toevallig uit het zakenleven - hebben het belangrijkste kenmerk van consumptiegoederen overgenomen: ze zijn vervangbaar geworden.

Het gevolg van deze hele toestand is dat de gemiddelde jonge barbaar de civilisatiecursus van de hofmakerij en de verloving niet meer volgt. Het gevolg daarvan is dat hij alles bij elkaar nog geruime tijd een jonge barbaar blijft, voor hij in een oude barbaar verandert, die van de dominante cultuur heeft geleerd dat hij 'zichzelf' moet zijn, een amoreel wezen, dat niet wordt gekweld door de gedachte dat hij een paar kinderen in de steek heeft gelaten.

Echtscheidingen zijn natuurlijk uitstekend voor de economische groei, met hun aan elkaar geplakte gezinnen en hun pendelende kinderen, die twee kamers met tv en computer nodig hebben, en die vanzelfsprekend met beide gezinnen op vakantie gaan.

Iedereen mag me verkeerd begrijpen, maar ik sta hier geen preutsheid te preken, leve de seks! Ik sta überhaupt niet te preken, of wel, wat kan mij het schelen. Het zit zo: achter een kinderwagen ben je weliswaar een hopeloos onartistieke bourgeois - maar zodra je een kind krijgt, heeft Flaubert zich inderdaad vergist.

Ik, ongescheiden vader, lees Dickinsons gedicht dus als een ode aan getrouwd gebleven vrouwen.




Onze partners