donderdag 23 februari 2012

Jazz als houvast: bij de dood van Josef Škvorecký

donderdag 05 januari 2012 om 15u18

De Tsjechische auteur Josef Škvorecký, kandidaat Nobelprijs Literatuur, is op 87-jarige leeftijd in Canada overleden.

De Tsjechische letteren krijgen harde klappen. Martin Jirous, Arnošt Lustig, Jiří Gruša en Václav Havel overleden vorig jaar. Nu is ook Josef Škvorecký op 87-jarige leeftijd in Toronto, Canada, overleden.

Tijdens de Duitse bezetting van Tsjecho-Slowakije was Škvorecký dwangarbeider in een filiale van het Duitse Messerschmidt in het plaatsje Náchod, dat in zijn romans en verhalen Kostelec heet. Die ervaring wordt onder meer beschreven in Škvorecký’s grote romans ‘Ingenieur van de menselijke ziel’ en ‘De lafaards’. Met deze laatste roman, die hij kort na de oorlog schreef, debuteerde de schrijver in 1958. De publicatie van dit boek, dat geschreven is vanuit het perspectief van een jazzfanaat die de gebeurtenissen zonder pathos waarneemt, veroorzaakte in de communistische dictatuur een schandaal. Škvorecký verloor zijn job als redacteur bij het tweemaandelijkse tijdschrift ‘Wereldliteratuur’.

In de fase van de liberalisering van zijn land besloot Škvorecký in 1963 het schrijverschap als beroep te kiezen. Maar na het neerslaan van de Praagse lente in 1968 vestigde hij zich eerst in Californië en daarna in Canada. Samen met zijn vrouw Zdena Salivarová stichtte hij daar de exiluitgeverij ’68 Publishers’ die de boeken van dissidente schrijvers als Václav Havel, Milan Kundera en Ludvik Vaculik publiceerde. Škvorecký vertaalde tal van Amerikaanse schrijvers (Hemingway, Chandler, James, Faulkner) in het Tsjechisch. Over Škvorecký’s exiluitgeverij zei de Tsjechische schrijver Ivan Klima naar aanleiding van de dood van de schrijver: ‘Het was mooi dat er boeken in het Tsjechisch verschenen, prachtig uitgegeven, en dan hiernaartoe werden gebracht zodat duizenden mensen ze konden lezen. Škvorecký en zijn vrouw hebben hun eigen schrijven opgeofferd om anderen te publiceren.’ In Havels ‘Brieven aan Olga’ wordt Škvorecký als een morele autoriteit opgevoerd.

Škvorecký was ook de auteur van enkele nagenoeg onbekende gedichten en een aantal misdaadromans (met commissaris Boruvka in de hoofdrol), waarvan hij er een paar met Jan Zábrana publiceerde. In 1978 werd hem door de communistische machthebbers in Praag de Tsjecho-Slowaakse nationaliteit afgenomen.

De wereld van de jazz en de gesel van het antisemitisme zijn uit Škvorecký’s echte en literaire wereld niet weg te denken. ‘Eine kleine Jazzmusik’, een van de verhalen uit ‘De zevenarmige kandelaar’ (1963, vertaald bij Ambo) eindigt met de zelfmoord van Suzi Braun. De jonge vrouw heeft echter eerst een kogel door het hoofd van meneer Bronzoryp gejaagd. Die man was de verantwoordelijk voor de dood van Suzi’s halfjoodse vriend Paddy, de trompettist van de jazzband waarin het meisje zong. Na Paddy’s dood werd Suzi de minnares van Bronzoryp omdat dit de eenvoudigste manier was om in zijn omgeving te vertoeven en hem te doden.

De jazzmuziek stond ook prominent op de voorgrond in ‘Scherzo Capriccioso’, een roman over de invloed van de jazzmuziek op de Tsjechische componist Antonin Dvořák, die eind negentiende eeuw enige tijd in Amerika verbleef. Ze eist ook een cruciale plaats op in Skvorecky’s eerste roman ‘De lafaards’ (1958), waarin de jongen Danny Smiřický zich meer interesseert voor jazz en meisjes dan voor de verwarde situatie in het plaatsje Kostelec tijdens de Duitse bezetting. In een voorwoord dat Škvorecký in 1977 schreef bij zijn verhaal ‘De bassaxofoon’, onderstreepte de schrijver nog eens nadrukkelijk de betekenis van de jazz voor zijn oeuvre: ‘De essentie van deze muziek, deze “manier van musiceren”, is niet enkel protest. Haar essentie is veel eenvoudiger: het is een elan vital, een robuuste vitaliteit, een explosieve creatieve energie die even adembenemend is als die van elke ware kunst. Maar uiteraard, wanneer de levens van individuen en gemeenschappen worden beheerst door ongecontroleerde machten, slavendrijvers, tsaren, führers, partijsecretarissen, maarschalken, generaals en generalissimo’s, ideologen van dictaturen aan ieder eind van het spectrum, dan wordt die creatieve energie een daad van protest.’

Skvorecky was een kandidaat voor de Nobelprijs voor Literatuur, maar kreeg die nooit. In 2009 werd hem in Wrocław de Poolse Angelusprijs voor Midden-Europese literatuur toegekend voor ‘Ingenieur van de menselijke ziel’.

Piet de Moor

Meer over: ,

   

Reageer

Opgelet: Het is niet mogelijk om anoniem te reageren. Uw loginnaam zal bovenaan uw reactie verschijnen.

Om een reactie te plaatsen, dien je geregistreerd te zijn:

 
Partner Informatie

Zoek naar literaire evenementen

Top 10

1. Peter Buwalda - Bonita Avenue
2. Tatiana de Rosnay - Haar naam was Sarah
3. Katherine Pancol - De trage wals van de schildpadden
4. Katharine Pancol - De gele ogen van de krokodillen
5. S.J. Watson - Voor ik ga slapen
6. Stefan Brijs - De Engelenmaker
7. Nicci Gerard - Nooit vergeten
8. Stefan Brijs - Post voor mevrouw Bromley
9. Sophie Kinsella - Mag ik je nummer even?
10. Suzanne Collins - Hongerspelen

Bron: GfK Retail & Technology en Boek.be
1. Tess Gerritsen - Het stille meisje
2. Pieter Aspe - Solo
3. Suzanne Collins - Spotgaai
4. Suzanne Collins - Vlammen
5. Stephen King - 22-11-1963
6. Stuart MacBride - Dertien
7. Jos Pierreux - Witse / Een been om aan te kluiven
8. Luc Deflo - Hoeren
9.Jos Perrieux - Laatste halte: Lippensville
10. Belinda Aebi - Het containermeisje

Bron: GfK Retail & Technology en Boek.be
1. Walter Isaacson - Steve Jobs
2. Paulien Cornelisse - En dan nog iets
3. Bart Van Loo - De Frankrijktrilogie
4. Frauke Joossen - Voor Claire
5. David Van Reybrouck - Congo
6. Bart Van Loo - Chanson
7. Jan Bleyen - Doodgeboren
8. Ronald Reng - Robert Enke
9. Geert Mak - De hond van Tisma
10. Stefan Hertmans - De mobilisatie van Arcadia

Bron: GfK Retail & Technology en Boek.be