Martinus Nijhoff - Verzamelde gedichten

05/07/09 om 03:00 - Bijgewerkt om 02:59

De nieuwe uitgave van de Verzamelde gedichten van Martinus Nijhoff bewijzen nog maar eens zijn brugfunctie tussen de Tachtigers en de Vijftigers.

Martinus Nijhoff (1894-1953)
Nijhoff is een van de belangrijkste dichters van ons taalgebied. Een aantal van zijn gedichten staat in het collectieve geheugen van vele generaties Nederlanders gebeiteld. Daarnaast was hij toneelschrijver en essayist, maar ook en vooral een eminent vertaler van onder anderen Euripides, Shakespeare en T.S. Eliot. Hij gaf trouwens zijn naam aan een prijs die sinds zijn sterftejaar jaarlijks wordt uitgereikt voor vertaalwerk in en uit het Nederlands. Datzelfde jaar kreeg hij postuum de Constantijn Huygensprijs voor zijn hele oeuvre.

Martinus Nijhoff - Verzamelde gedichten
Uitgeverij: Prometheus, Amsterdam
Aantal pagina's: 462
ISBN: 978-90-446-1117-5

Martinus Nijhoff - Verzamelde gedichten

De nieuwe uitgave van de Verzamelde gedichten van Martinus Nijhoff bewijzen nog maar eens zijn brugfunctie tussen de Tachtigers en de Vijftigers.

Onlangs verscheen een gloednieuwe druk van Nijhoffs Verzamelde gedichten. Het boek bevat zijn individuele bundels, gelardeerd met verspreide en nagelaten gedichten.

Al vanaf de eerste strofe van het eerste gedicht De wandelaar uit de gelijknamige debuutbundel blijkt de kracht van Nijhoffs poëzie:
'Mijn eenzaam leven wandelt in de straten,
Langs een landschap of tusschen kamerwanden.
Er stroomt geen bloed meer door mijn doode handen,
Stil heeft mijn hart de daden sterven laten'.

Dit muzikale gedicht zit in een strakke versvorm gegoten: zes kwatrijnen met telkens omarmend eindrijm (volgens het schema a-b-b-a dus). Qua vorm zo klassiek en traditioneel als maar zijn kan, maar voor die tijd - we schrijven 1916 - is de spreektaal van Nijhoff uitermate vernieuwend.

Die combinatie van moderne inhoud in een klassiek jasje maakt van Martinus Nijhoff een scharnierfiguur tussen de vormvaste woordpraal van de Tachtigers en de vrijheid-blijheid van de Vijftigers.

Na verloop van tijd ontwikkelt zich bij de zwartromantische Nijhoff een moderner levensgevoel. De sociale werkelijkheid en meer bepaald het stadsleven komen uitgebreider aan bod. In de lange prozagedichten Awater en Het uur U, twee klassiekers in de Nederlandse poëzie, wordt een ronduit mysterieuze setting gecreëerd, vergelijkbaar met de latere film noir.

'Vandaag, toen ik voor 't raam de bloemen goot,
is het voornemen in mij opgekomen
Awater te gaan halen van kantoor.
Ik heb sinds mijn broer stierf geen reisgenoot.
Als men een vriend zoekt, is het doodgewoon
dat men eerst ziet of men bij hem kan horen.
Vanavond volg ik dus Awater's spoor'.

Wat vervolgens ook geschiedt. Het uur U is al even raadselachtig. Weer gaat het over een man op stap in de stille stad, en de stap van de man die
'de stilte liet als zij was,
ja, dat zijn gestrekte pas
naarmate hij verder liep
steeds dieper stilte schiep'.

Martinus Nijhoff is ook de dichter die aan het collectieve literaire erfgoed een handvol poëtische oneliners toevoegde. De welgekende quote 'Lees maar, er staat niet wat er staat' komt uit Awater. Of 'Ik ging naar Bommel om de brug te zien', de openingsregel van zijn allerberoemdste gedicht De moeder de vrouw, een sonnet waarin Nijhoff op meesterlijke wijze het banale aardse en het religieus verhevene met elkaar verbindt, met de moederfiguur als knooppunt.

Het gedicht speelt zich af in Zaltbommel aan de toen gloednieuwe, in 1933 geconstrueerde brug, die de rivier de Waal over een lengte van 913 meter overspande. Terwijl de ik-persoon in het gras ligt te rusten, komt een schip door de brug gevaren met aan het roer een zingende vrouw:

'en wat zij zong hoorde ik dat psalmen waren.
O, dacht ik, o, dat daar mijn moeder voer.
Prijs God, zong zij, Zijn hand zal u bewaren.'

Een alweer nieuwe brug op ongeveer dezelfde plek heet trouwens de Martinus Nijhoffbrug.

Voor de dichters die na hem kwamen, kan de betekenis van Nijhoff niet overschat worden. Om er een te noemen: Rutger Kopland - nog zo'n monument van de Nederlandse poëzie - toont zich in zijn werk vaak aan hem schatplichtig.

Philip Hoorne

Onze partners