Linda Polman - De crisiskaravaan

08/04/09 om 16:00 - Bijgewerkt om 15:59

Linda Polman heeft zich met De crisiskaravaan vast weinig vrienden gemaakt. Ze stelt vragen bij de noodhulpindustrie en komt tot ontnuchterende conclusies.

Linda Polman - De crisiskaravaan. Achter de schermen van de noodhulpindustrie.
Uitgeverij: Balans
Aantal pagina's: 230
ISBN: 9789050189736

Linda Polman - De crisiskaravaan

Linda Polman heeft zich met De crisiskaravaan vast weinig vrienden gemaakt.

Ze maakt in het boek het proces van de noodhulpindustrie, waarover doorgaans alleen maar veel goeds wordt verteld. Zeker ook door haar collega's journalisten, die meestal weinig kritisch verslag uitbrengen als ze door bijvoorbeeld Artsen zonder Grenzen, Unicef, Oxfam of Caritas worden meegenomen op uitstap naar vluchtelingenkampen of andere rampgebieden. Polman stelt wél vragen, en komt tot ontnuchterende conclusies.

Dat begint dus al met de titel van haar boek: De crisiskaravaan . Daarmee bedoelt ze de stoet niet-gouvernementele organisaties (ngo's) die van de ene ramp naar de andere humanitaire crisis trekken, met in hun spoor doorgaans een rij vedetten, politici en journalisten die ervoor moeten zorgen dat de stroom donaties op peil blijft. Om maar te zeggen.

Het United Nations Development Program (UNDP) becijferde dat er op dit ogenblik in de wereld meer dan 37.000 ngo's aan het werk zijn. Als die allemaal samen een land zouden vormen, zouden ze de vijfde economie van de wereld zijn.

Polman was zelf zeer geschokt door een bezoek aan vluchtelingenkampen in de buurt van de Oost-Congolese stad Goma, waar honderdduizenden Hutu's na de genocide in Rwanda een onderkomen vonden. Onder hen ook de gevreesde génocidaires , die een slachting hielden onder de Rwandese Tutsi's tot ze zelfop de vlucht werden gedreven.

Polman stelde vast hoe hulporganisaties ook die génocidaires zonder veel schroom voedsel en andere hulp toestopten, zodat ze niet alleen overleefden maar tegelijk de strijd konden voortzetten. Als een organisatie ethische bezwaren had, werd haar plaats prompt ingenomen door een andere.

Het brengt haar bij het oude dilemma, waarover de verpleegster Florence Nightingale en de stichter van het Rode Kruis, Henri Dunant, het in het midden van de negentiende eeuw al oneens waren: moet er hulp worden geboden als die er uiteindelijk toe leidt dat het lijden wordt verlengd?

Dat was ook het dilemma van het Rode Kruis zelf, dat al in 1943 wist van het bestaan van vernietigingskampen. De organisatie zweeg omdat ze anders niet meer in Duitsland kon werken. Het Rode Kruis noemde dat later een vergissing.

Hubert van Humbeeck

Onze partners