Leerlingen Guido Gezelle schreven mee aan zijn gedichten

12/12/11 om 17:36 - Bijgewerkt om 17:36

Ook Guido Gezelle pleegde plagiaat, aldus Guido Lauwaert: 'Boerke Naas' was van Eugeen 'Dien avond en die roze' van Oye.

Leerlingen Guido Gezelle schreven mee aan zijn gedichten

Guido Lauwaert dook voor de vierde keer in de archieven van zijn geheugen en beweert dat ook Gezelle voor zijn gelegenheidspoëzie zich door zijn leerlingen meer dan liet bijstaan. 'Gezelle was een heilige dief en gezegende heler', zo Lauwaert.

De parochiepriesters en de gezalfde leraars werden voortdurend aan de mouw getrokken voor gelegenheidsgedichten. Rouwgedichten worden tegenwoordig gefabriceerd door de uitvaartondernemer (zonder bronvermelding, want hij kan naast kisten en balsemen ook zeer goed knippen en plakken). Tot halverwege de jaren zestig werden ze echter geschreven door de onderpastoor en priesterleraars. De machtsovername is een van de kenmerken van het verval van het parochieleven en de invloedsvermindering van de zeer eerwaarde heer directeur van het hooggeachte college. West-Vlaanderen stak met kop en schouders uit boven de andere provincies voor de levering van traan- en troostpoëzie. Maar niet alleen voor overlijdensbrieven en rouwprentjes werden ze geraadpleegd. Door geboorten, huwelijken, eerste en plechtige communies, en andere familiefeesten raakten ze aan zakgeld. Dat is niet letterlijk te nemen.

Konijnen en ganzen
Op een uitzondering na gebeurde de betaling in de vorm van een zak aardappelen, een kilootje boerenboter of twee kippen en een haan. Schooldirecteurs werden dan weer vergoed met een bontgeboend Mariabeeld of een zilveren kandelaar bachten de hand. De gewoonte is nog niet geheel uitgestorven. Eind vorige eeuw kreeg de eerstegraadsschool Edugo/de Brug van Oostakker nog een paar konijnen van een vrouw van wie de vader ze fokte wegens een te klein pensioentje. Dankzij die bijverdienste reed hij met een imposante Mercedes, waarover zo meteen meer. Voor het onderhoud en de vulling van de tank had hij een andere bijverdienste. Op een berm van de spoorweg Gent-Eeklo kweekte hij groenten die hij huis aan huis verkocht vanuit de vijfde deur van zijn 4x4. De wijkagent kneep een oogje dicht in ruil voor een rode kool in de herfst of een bakje aardbeien aan het eind van de lente.

Sta mij toe even terug te komen op de konijnen van Edugo. Ze werden bij nacht gestolen. De vrouw, een moeder van een leerling, bracht er telkens nieuwe. Als laatste daad schonk zij de directeur een paar ganzen. Een steviger behuizing werd gebouwd door de afdeling Hout & Metaal. De laatste maal dat ik voorbij het hok kwam, in 2007, zag ik dat de ganzen oud en versleten waren. Een bevriend leraar kwam naast mij staan, en nadat hij over beide schouders gekeken had en wist dat niemand hem hoorde, vertelde hij me dat nog ieder jaar de lerares Latijn, zich met haar klas rond het hok verzamelde als zij in haar cursus ter hoogte is gekomen van de ganzen van het Capitool. 'Ze pookt met een stok in het kot,' zei hij. 'Hoewel zij voor aanvang van de lessen de ganzen een extra rantsoen geeft, en ze met allerlei koosnaampjes op zeemzoete toon lokt, wordt zij niet beloond met hun gezang.'

Guido Gezelles gelegenheidspoëzie
De beroemdste leverancier van gelegenheidspoëzie was... ja, wie zou het anders zijn dan Guido Gezelle? Geminacht door het bisdom, geliefd door de gelovigen. Van heinde en ver daagden ze op, kort na een overlijden en lang voor een huwelijk of geboorte. Het is zelfs voorgekomen dat hij een dubbele bestelling ontving. Nonkel Alidor kreeg een hartaanval toen hij vernam dat zijn nichtje Wendy, van wie hij o zo veel hield, in verwachting was van een stuntpiloot. Op een gegeven moment kreeg hij zoveel verzoeken dat hij haast niet meer aan lesgeven toekwam, het schrijven van de zondagspreek, het toedienen van de laatste sacramenten. Ook biecht en sport verwaarloosde hij. De enige ontspanning waar hij tot aan zijn dood niet van afweek was de dagelijkse lezing van het brevier. Dat boek was overigens een goede inspiratiebron voor zijn gelegenheidsgedichten, waarvan hij er naar schatting een duizendtal geschreven heeft. Hij nam niet klakkeloos een bezinningstekst over, maar de lezing van een zin brengt maar al te vaak een auteur op een idee.

De jongens-dichters van Gezelle Zoiets kan je geen diefstal noemen. Dichter in de buurt is een andere manier om een gelegenheidsgedicht op je naam te kunnen schrijven. En Gezelle was daarvoor goed geplaatst. Als leraar Latijn en Engels had hij dagelijks tientallen jongens ter beschikking. Uit een geheim dossier dat wordt bewaard in het Gezellemuseum van Brugge, blijkt dat er geen week voorbijging of de jongens kregen als opdracht een gelegenheidsgedicht in tweevoud te schrijven. Een versie kregen ze met correcties en rapportage terug, de tweede bewaarde hij in een kavegat. Uiteraard zaten ze in een kist met dubbele wand. Kwestie dat ze niet voorbarig in rook opgingen. Een zestal dozen gevuld met een ontzaglijke voorraad schetsen, verslagen, rapporten en brieven, alle van broze kwaliteit, werden bij verbouwingen gevonden, enkele jaren na zijn dood.

Het Gezellemuseum zal het bestaan van het dossier en de dozen ontkennen, door een overeenkomst in het Latijn, daterend van kort voor het begin van de Eerste Wereldoorlog, waarbij er duchtig gezworen en gezegeld werd. Geheimen zijn er echter om ontrafeld te worden, codes om gekraakt. Na geduldig een vrouwelijke gids het hof te hebben gemaakt, kreeg ik op een nacht toegang tot het museum. Zij had het dossier na sluitingstijd te voorschijn gehaald, net voor de alarminstallatie in werking trad. Een halve nacht zat ik gebogen over het dossier, de andere helft over de gids. Ziehier wat ik ontdekte.


Geheime Gezelle
In ruil voor documenten uit het bisschoppelijk archief van Brugge, kreeg het museum al wat er omtrent Gezelle in de kast lag, op voorwaarde dat ze niet openbaar werden gemaakt voor 2001, honderd jaar na de dood van de priester-dichter. 2001! Dus zouden ze toegankelijk moeten zijn voor historici, ja, zelfs voor amateur-archeologen. Helaas, de kleine lettertjes! Altijd weer die kleine lettertjes die als knevelbanden de openbaring in de weg staan. Uit een clausule in een bijlage wordt de toestemming tot openbaarmaking in 2001 bevestigd, máár na toestemming van de Heilige Stoel, in het bijzonder de Congregatie van de Clerus, dat onderdeel uitmaakt van de Pauselijke commissie Ecclesia Dei.

Gezelle en het Vaticaan Volgens een bestuurder van het Gezellemuseum, die ik ontmoette op de Knackdag van de laatste Boekenbeurs, is de vraag tot openbaring door het Vaticaan bevestigd en in behandeling genomen. Een uitspraak is een kwestie van wachten. Fluiten is nutteloos. De duiven vallen niet en laten zich zeker niet ringen. Een jaartal plakken op een definitieve afhandeling is dus zoveel waard als de landing op Mars voorspellen. Hij was ten zeer bezorgd over mijn interesse in Gezelle en beloofde alle medewerking. Zij het discreet. Maar hij waarschuwde mij tevens dat een artikel omtrent de oorsprong en afkomst van de gelegenheidspoëzie van Gezelle, de Vaticaanse gezegende dossiervreters jeuk zouden bezorgen, waardoor een uitspraak eerder vertraagd dan versneld zou worden.

Gezelle een dief?
Hoe dan ook. Ooit zal er een uitspraak volgen. De Vaticaanse archieven zijn de beste kluizen ter wereld, maar elke paus wil een stunt waarmee hij de geschiedenisboeken haalt, en zet een deurtje open. Als die van de dichter geopend wordt, zal zwart op wit bewezen worden dat Gezelle een dief was. En een heler. Wie 'huiswerk' van leerlingen van Gezelle vergelijkt met de poëzie van de negentiende eeuw, ziet dat thema's gejat en verhaspeld werden, en als nieuw werden 'verkocht' aan de priesterleraar. Netjes is het allemaal niet, maar van misdaden kan niet worden gesproken. En zijn ze dat toch, voor een kniesoor die in elke hobbel een struikelsteen ziet, zijn ze verjaard. Maar wat nooit verjaart, wat eeuwig zal blijven bestaan, is dat de heilige dief en gezegende heler van Brugge misbruik maakte van zijn positie, ten bate van zijn eigen eer en glorie.

'Boerke Naas' niet van Gezelle?
Een laatste onthulling. In een van de dozen zat een gelegenheidsgedicht van Eugeen van Oye. Het is geen gelegenheidsgedicht in de zuivere betekenis van het woord. Het is wel geschreven bij een bekende gebeurtenis. Die staat vermeld in de marge: 'Guido de Gezellige is aan het stoefen over zijn vertaling van het 'Dies Irae'.' Het gedicht in kwestie, en dus van de hand van een leerling, en niet van de meester, heet 'Boerke Naas'. Het vermoeden is niet misplaatst, voor wie met die gave gezegend is, dat toen Gezelle het gedicht in handen kreeg, waarschijnlijk door een verrader, het afgelopen was met twee van de drie dierbare beelden: 'dien avond en die roze'!

Guido Lauwaert

Lees meer over:

Onze partners