'Kindermisbruik is van alle tijden' (Irvine Welsh)

15/09/11 om 10:32 - Bijgewerkt om 10:32

Irvine 'Trainspotting' Welsh over zijn nieuwe roman 'Misdaad': 'De slachtoffers smeekten me bijna om het boek te schrijven.'

'Kindermisbruik is van alle tijden' (Irvine Welsh)

Na een leven van twaalf stielen en dertien ongelukken schreef de Schot Irvine Welsh (1958) begin jaren negentig een roman over werkloze jongeren die zich in Edinburgh onledig houden met drinken, keet schoppen en heroïne spuiten. Toen 'Trainspotting' in 1993 uitkwam, werd Welsh zowel de hemel in geprezen als verguisd.

Nu ligt 'Misdaad', de Nederlandse vertaling van Welsh' zevende en laatste roman 'Crime', in de boekhandel. Na een slecht afgelopen pedofiliezaak worstelt de Schotse politieman Ray Lennox met een depressie, een drank- en een cocaïneverslaving.

Waarom wou u per se een boek schrijven over kindermisbruik? Irvine Welsh: Ik woonde in Dublin toen ik plannen maakte voor deze roman. Op dat moment kwamen al die afschuwelijke verhalen van pedofiele priesters naar boven. Het was echt ongelooflijk: in sommige families waren zelfs drie opeenvolgende generaties misbruikt. Jarenlang had niemand daar ooit iets over verteld. Heel Ierland was in shock. Het jarenlange stilzwijgen was een gevolg van de rol die de Ierse priesters speelden tijdens de Britse bezetting: zij hadden altijd in de frontlinie van het verzet gestaan en hadden daardoor een uitzonderlijke machtsbasis opgebouwd. Hun invloed was enorm, waardoor ze ongestoord pedofilienetwerken konden uitbouwen in de schoot van de katholieke kerk. Tot plots al die verhalen bekend raakten.

Ik wou over kindermisbruik schrijven, maar niet in Ierland. Ik had vijf jaar in Dublin gewoond en die stad was mijn thuis geworden. Ik vond dat alleen een Ierse schrijver die afschuwelijke verhalen als grondstof voor een roman mocht gebruiken, en geen Schot die er een tijdelijk onderdak gevonden had. Ik had ook geen zin om betrokken te raken in religieuze achterhoedegevechten. Ik kon me de commentaren van protestanten en anglicanen al voorstellen: 'Heb je het laatste boek van Welsh over die vieze Roomse papen gelezen?' Of de commentaar van de katholieken: 'Het is allemaal de fout van de Britse bezetters.' Al die sektarische nonsens zou alleen maar afleiden van de echte boodschap van het boek: dat kindermisbruik van alle tijden en plaatsen is. Dus koos ik als setting Miami in de Amerikaanse staat Florida.

Emotioneel was het erg moeilijk om deze roman te schrijven. Ik was halverwege toen in mei 2007 Madeleine McCann verdween. Zes maanden lang kon ik niet meer verder schrijven. Het meisje was waarschijnlijk ontvoerd door een pedofiel en ik zag wat dat aanrichtte bij een familie. Van de ene dag op de andere leek het alsof ik met mijn fictie een hoop nonsens bijeen gekrabbeld had. Dat is natuurlijk niet zo, want het is belangrijk dat je als populaire schrijver zo'n thema tackelt, maar het heeft een half jaar geduurd voor ik mezelf terug aan het schrijven kreeg.

In uw dankwoord op het einde van 'Misdaad' schrijft u dat u voor uw research naar pedofilie bewust niet op het internet bent gaan surfen, maar wel gesprekken gevoerd hebt met slachtoffers en daders. Was u bang voor wat u op het internet zou aantreffen? Welsh: Het internet is een favoriete speeltuin voor pedoseksuelen. Ik had geen zin om door de cyberpolitie opgespoord te worden en als een kloon van Michael Jackson in de cel te belanden. Sociale werkers hebben me in contact gebracht met slachtoffers en via de politie heb ik een aantal daders gesproken. Ik ben naar bijeenkomsten geweest van zelfhulpgroepen van slachtoffers. Dat waren heel positieve ervaringen. Ik heb er geen haat gevoeld. Ze zoeken niet naar wraak maar naar een manier om hun verschrikkelijke ervaringen uit hun systeem te krijgen. Ze waren heel blij om erover te kunnen praten, ook met een romanschrijver. Ik vertelde hen heel open dat ik zelfs niet wist of ik het boek ooit zou afwerken. Soms had ik het gevoel dat het onderwerp te zwaar voor me was. De slachtoffers smeekten me bijna om het boek wel te schrijven.

De gesprekken met de pedofielen waren veel moeilijker. De arrogante pedo's vond ik degoutant, zij zijn niet te behandelen en zullen nooit veranderen. Sommigen waren slim en achterbaks, anderen dom, maar ze hadden één ding gemeen: ze vonden hun verlangen naar kinderen best oké. Ik kon ook alleen maar verachting voelen voor de pedo's die overliepen van zelfmedelijden. 'Wat is me nu overkomen? Poor, poor pitiful me.' Ik haatte hen. Ik kon alleen een beetje begrip opbrengen voor degenen die zich bewust waren van hun fouten en erkenden dat ze verkeerd gehandeld hadden. Er waren daders die verschrikkelijk hard met zichzelf in de knoei zaten en die echt van hun drang om kinderen te misbruiken af wilden. Die laatste categorie is misschien nog te behandelen; bij hen tref je ook de meeste zelfmoorden aan. De psychopaten en degenen die zwelgen in zelfmedelijden zijn onbehandelbaar. Zij moeten de rest van hun leven ver weg gehouden worden van kinderen. Of we ze levenslang moeten opsluiten? Ik weet het niet. Ik ben blij dat ik geen politicus of beleidsmaker ben die daarover moet beslissen. Florida heeft een wet die bepaalt dat geen enkele kindermisbruiker binnen de twee mijlen van een school mag komen. Ze zijn geregistreerd als pedo's en raken nergens aan werk. Ze leven als melaatsen. Soms denk ik: 'So what? Ze hebben het zelf gezocht.' Maar op een ander moment twijfel ik. Want veel pedofielen waren zelf als kind slachtoffer van misbruik.

Jan Stevens

Lees meer over:

Onze partners