Jozef en Lodewijk Deleu - Wij paarden. Poëzie over paard en mens

02/06/11 om 21:22 - Bijgewerkt om 21:22

'Er staan nu paarden op de koopren heuvels van Brabant.' Het was een versregel die wijlen Frans Verleyen, rijdend door het Brabantse landschap, graag declameerde.

Jozef en Lodewijk Deleu - Wij paarden. Poëzie over paard en mens

Uitgeverij: Lannoo

Aantal pagina's: 158

Prijs: 19,99 euro

ISBN: 978-90-209-9565-7

Jozef en Lodewijk Deleu - Wij paarden. Poëzie over paard en mens

Nadat hij in Overijse ging wonen, steeg zijn enthousiasme voor Brabant ten top. En enkele keren, omdat er alweer ergens in het mooie Brabant beton werd gegoten, bediende Verleyen zich in Knack van de door hem gesmaakte versregel, het gedicht toeschrijvend aan een nietsvermoedende Hubert Van Herreweghen.

Dat had gekund want de Pajottenlander Van Herreweghen is een Brabant-connoisseur. Maar de dichter was met het citaat niet gediend en liet dat (discreet) weten, zeggend: 'Wil je eens tegen Sus zeggen dat ik zoiets nooit op papier zou zetten.'

Daarop geattendeerd klopte Verleyen zich voor het hoofd en zei: 'Tuurlijk, 't is van Jos De Haes.' Dat bleek bij napluizen ook al niet te kloppen. Maar De Haes was er toen niet meer om dat te ontkennen.

Nu, na jaren mogen we besluiten dat Frans Verleyen uit eigen werk citeerde. Want we beschikken vandaag over Wij, paarden, een bloemlezing met ' poëzie over paard en mens', samengesteld door Jozef Deleu, zelf een telg uit een geslacht van West-Vlaams paardenvolk, en geïllustreerd met fraaie lichtplaten van zijn zoon Lodewijk Deleu.

De versregel die Verleyen graag aanhaalde is in deze anthologie niet te vinden.. Het dichtst in de buurt kwam Verleyen bij Paul van Ostaijens Avondgeluiden: ' Er moeten witte hoeven achter de zoom staan / van de blauwe velden langs de maan / 's avonds hoort gij aan de verre steenwegen / paardenhoeven...'

Bij wijze van compensatie voor die verkeerde toewijzing aan Hubert Van Herreweghen het slot van diens mooie Winterlandschap: ' Maar zoals 'paard daar stampt / en wiegt zijn kop in 't haam / en door zijn neuzen dampt, / o Aarde, 't heeft geen naam.'

Rik Van Cauwelaert

Onze partners