'In 140 tekens kun je een kreet of een vloek kwijt, maar geen argumenten' (Marc Reynebeau)

04/03/13 om 10:03 - Bijgewerkt om 10:03

Marc Reynebeau brak zondag tijdens Mind The Book een lans voor literaire en culturele tijdschriften als pleisterplaats voor genuanceerde opinies.

'In 140 tekens kun je een kreet of een vloek kwijt, maar geen argumenten' (Marc Reynebeau)

Tijdens het vierdaagse literaire festival Mind The Book mocht Marc Reynebeau dit jaar de Celt-lezing verzorgen. Reynebeau prees de literaire en culturele tijdschriften voor hun rol als pleisterplaats voor "trage" opinies en schetste de uitdagingen waar het veld voor staat. Tevens werd ook een onlineplatform voor bijdragen uit de 25 Celt- tijdschriften aangekondigd .

Tijdens Mind the Book laat Celt, de koepelvereniging van 25 literaire en culturele tijdschriften uit Vlaanderen (en in toenemende mate Nederland), traditiegetrouw een stem uit het veld aan het woord. Waar de Celt-lezing in andere jaren vaak wordt aangegrepen voor een state of the union van de culturele tijdschriften in Vlaanderen , vergastte Marc Reynebeau de Antwerpse toehoorders dit jaar op een meer algemene beschouwing over de rol die de erg diverse publicaties die zich onder de Celt-paraplu verenigen, kunnen spelen in het publieke debat. Reynebeau, dezer dagen vooral actief bij De Standaard, publiceert daarnaast regelmatig in tijdschriften als Ons erfdeel, Brood en Rozen en Zacht Lawijd, entre autres.

Reynebeaus betoog heeft als grondslag dat de culturele tijdschriften een rol te spelen hebben in het formuleren en verspreiden van wat hij 'trage' opinies noemt. Ze moeten een strijd met ongelijke wapens leveren tegen de zogenaamde opinieconsensus: het spervuur aan meningen en meninkjes dat als bonustracks met de dagelijkse actualiteit meeloopt. Voor sluimerende onderwerpen is er nog amper ruimte: "brandend actuele" kwesties beheersen de krantenpagina's, en (dus) ook de opiniebijlagen.

Grieks koor Bovendien, voert Reynebeau aan, heeft het nieuws de afgelopen jaren het gezelschap gekregen van een "Grieks koor" vol meningen en meninkjes: de sociale media. Vooral Twitter moet het in Reynebeaus betoog ontgelden: "In 140 tekens kun je een aforisme kwijt, een kreet, een vloek misschien, maar geen argumenten of nuance." Op die manier flakkeren constant onderwerpen op, trending topics, maar voor Reynebeau zijn dat strovuurtjes: "Elk onderwerp is trendy voor 10 minuten en dan deemstert het weg."

Dat er oneindig veel meningen rondgetwitterd worden, wil voor Reynebeau nog niet zeggen dat er sprake is van een kwalitatief debat. Integendeel: voor hem versterken ze enkel de opinieconsensus. "Al deze meningen zijn dezelfde," klinkt het kernachtig. "Een structuur van ofwel helemaal voor, ofwel helemaal tegen, een erg specifiek frame, polarisatie: de structuur is telkens identiek."

"Sociaal" mag dit alles voor Reyneneau niet heten. "Sociaal zijn deze media enkel in de vorm: een lege huls zonder inhoud. Inhoud en vorm lopen in het gareel van de overtuiging van het moment." Het debat als bevestiging van consensus is ten dode opgeschreven: van steeds dezelfde dovemansgesprekken en intellectuele territoriumafbakening wordt niemand beter.

Voor Reynebeau moeten de culturele en literaire tijdschriften een tegenwicht bieden, door nuance, duiding en opiniëring toe te voegen aan de mix. "Je hebt de context en de geschiedenis van een feit nodig om het te begrijpen. Die kun je maar opzoeken wanneer je voldoende afstand kunt nemen van de dagelijkse nieuwscyclus. Daarin ligt voor deze tijdschriften een sociale en democratische opdracht."

"Meneer Google, een onbetrouwbare vriend"
Tegelijkertijd stipt Reynebeau aan dat ook deze publicaties hun redactie - en distributiemodel uitgedaagd zien in een veranderd medialandschap. De vanzelfsprekendheid van een papieren verschijningsvorm is immers snel aan het eroderen onder invloed van, alweer, het internet. Wat dat betreft hebben ze wel wat gemeen met de zogenaamde mainstreampers.

Reynebeau is er niet voor te vinden om alles in te zetten op een internetverschijningsvorm. Immers, is het heden niet altijd vanzelfsprekend in boekhandel of bibliotheek deze tijdschriften aan te treffen, op het internet is de situatie niet noodzakelijk beter. Reynebeau stipt aan dat nogal wat publicaties digitaal nog onontsloten zijn . Bovendien is het catalogeren, archiveren en doorzoeken van informatie via het internet niet vrijblijvend. "Vergis u niet: meneer Google en trawanten zijn geen betrouwbare vrienden. Censuur om commerciële redenen gaan ze niet uit de weg. Willen we echt ons archief in hun handen geven?"

Dit gezegd zijnde: er is voor Reynebeau niets mis met een verschijning op papier én op internet. "Het zorgt voor een beter overzicht en een grotere distributie. Kijk naar aldaily.com: informatie waarvoor je anders honderden abonnementen zou moeten hebben, beschikbaar in 1 muisklik."

Hoe dan?
Hoe tijdschriftredacties met die ontwikkeling moeten omgaan, wat het gradueel wegvallen van de "dwingende" papieren band betekent voor de samenhang van een publicatie en de organisatie van de redacties, is een vraag die elke redactie voor zichzelf moet oplossen. Dat Reynebeau geen pasklaar antwoord geeft is nog wel te begrijpen vanuit het standpunt dat dergelijke ontwikkelingen in Vlaanderen nog work in progress zijn, en niet voor elk tijdschrift eenzelfde impact hebben. Maar toch blijf je op dat cruciale punt in Reynebeau's betoog - hoe dan? - wat op je honger zitten. Deze lezing is eerder de aanzet naar een reflectie over de staat van het hedendaagse mainstream opiniedebat, dan een voorzet voor de bespreking van de erg concrete uitdagingen waarvoor deze tijdschriften staan. Mediakritiek die spijkers met kopen slaat, maar daar weinig concreets tegenover zet.

Platform
Koen De Visscher, gedelegeerd bestuurder van Celt, kan aan het eind van de lezing overigens meedelen dat een Celt-equivalent van aldaily. com, een groot platform waarop bijdragen uit de verschillende culturele en literaire tijdschriften worden aangeboden, in de maak is. Een precieze lanceringsdatum is er nog niet, maar geïnteresseerden kunnen de vorderingen volgen door middel van de nieuwsbrief.

Michiel Leen

Onze partners